Maroesja Perizonius: mijn kindertijd in de Bhagwan-communes

Maroesja Perizonius (34) was tot haar vijftiende volgeling van de Indiase goeroe Bhagwan en woonde in communes. 'Terwijl de Bhagwan-aanhangers mediteerden, werden de kinderen verwaarloosd', hoort Paul Steenhuis

MAROESJA 1978: Bhagwan (rechts) maakt van Maroesja (6) Ma Prem Chandra

Wat moet je, als zesjarig kind, als je moeder je meesleept naar India en zich bij een nieuwe sekte aansluit?

Maroesja Perizonius werd in 1978 door haar gescheiden moeder meegenomen naar Poona in India, naar de leefgemeenschap, de ashram, van de toen populaire Indiase goeroe Bhagwan Shree Rajneesh (zie kader).

In haar begin deze maand verschenen boek De droom van mijn moeder. Het verhaal van een communekind, beschrijft Perizonius vanuit kinderperspectief hoe ze als kind stapje voor stapje toetrad tot de Bhagwan-beweging.

Stap één was het bezoek aan de haar onbekende goeroe - een man in 'een witte jurk' - bij wie haar zoekende moeder spirituele vrijheid dacht te vinden om zich zelf verder te ontplooien. Nadat haar moeder Bhagwan in Poona in levende lijve heeft ontmoet, wordt ze zijn volgeling, 'sannyasin'. Ze krijgt een nieuwe naam, Ma Anand Rupi (spreek uit Roepi), moet rode kleren dragen (de kleur van de dageraad, een nieuw begin) en een kralenketting met een portretje van de Gezegende (dat is de betekenis van Bhagwan). En veel mediteren natuurlijk, om verlicht te raken.

Heeft een zesjarige een keuze?

'Ik wil het ook', zeg ik de volgende dag tegen mijn moeder. 'Ik wil ook zo'n ketting en een leuke naam!'

'Je hoeft het niet te doen omdat ik het doe', zegt mijn moeder. 'Maar ik wil het zelf!', roep ik', schrijft Perizonius in haar boek, over dat begin.

Ze mag ook voor Bhagwan verschijnen in een oranje jurkje: 'Ik ben zenuwachtig, en voel me precies hetzelfde als toen ik op 5 december bij Sinterklaas op schoot moest zitten [] Net als Sinterklaas heeft Bhagwan een stel Pieten om zich heen zitten die alles in de gaten houden. Van Sinterklaas weet ik dat hij niet bestaat. Maar Bhagwan is wel echt, net als zijn lange baard', aldus Perizonius in het boek. De goeroe drukt zijn duim op haar voorhoofd en geeft het kind een nieuwe naam: Ma Prem Chandra - Maan van Liefde, betekent dat. Het kleine meisje is sannyasin.

Vele stappen en zeven jaar later, ze is nog dertien, wordt de Maan van Liefde in de Amsterdamse Bhagwan-commune waar ze met haar moeder woont (maar niet in dezelfde kamer), door een dertigjarige Amerikaan in de liefde ingewijd. Die jeugdige ontmaagding door een oudere sannyasin is voor haar moeder, die het tweetal in bed aantreft, aanleiding om met haar dochter de commune, en op den duur ook de beweging te verlaten.

96 rolls royces

Over die tussenliggende jaren in de beweging schrijft Maroesja Perizonius in haar boek: over de bezoeken aan de grote Bhagwan-commune in Amerika bijvoorbeeld, waar de goeroe 96 Rolls Royces bezit en waar de jonge Chandra werken moet, net als tijdens de drie maanden dat ze zonder haar moeder in een kindercommune in Groot-Brittannië zit. Er staan schokkende observaties in, over wat kinderen in kringen van Bhagwan-volgelingen allemaal overkomt, over hoe het toeging in de communes van de man die leven, liefde en lachen predikte.

Maar nergens wordt het boek wrokkig van toon. Het is geen snoeiharde afrekening met het verleden.

In de Koffiesalon in Amsterdam vertelt Maroesja Perizonius (34) dat dat ook de bedoeling is: 'Ik ben niet het zielige sektemeisje. Ik ben niet een vat vol problemen door mijn sannyassin-jeugd. Maar ik wilde de balans ervan wel opmaken. Er zijn meer kinderen zoals ik, die in de Bhagwan-beweging zijn opgegroeid. Daar heeft nog bijna niemand over geschreven. Ik wil de wereld wel laten weten dat terwijl die Bhagwan-aanhangers er een eind op los mediteerden, de kinderen verwaarloosd werden.'

In kringen van Bhagwan-aanhangers - de in 1990 overleden goeroe wordt tegenwoordig Osho genoemd - wordt dat niet erkend. Dat merkte Perizonius in 2004 al, toen ze over deze materie een documentaire maakte, Communekind (die aanstaande maandagavond bij de NCRV herhaald wordt). Daarin confronteert ze haar moeder en andere toen volwassen sanyassins uit de commune met haar kinderervaringen.

'Ik kreeg daarna reacties van Bhagwan-aanhangers dat ik het veel te negatief zag, dat ik maar mediteren moest om het positieve te zien, dat er geen seks met minderjarigen had plaatsgehad in communes, anders hadden ze dat wel geweten. Terwijl ik met meer communekinderen gesproken heb, die soortgelijke ervaringen hebben.' De commune was volgens Bhagwan de ideale levensvorm: om echt verlicht te raken moet je immers je ego loslaten. Vrije liefde, seks, was belangrijk in de filosofie van Bhagwan. De valkuil is dat veel van die minderjarige sanyassin-meisjes zelf instemden met seks, zegt Perizonius. Ze beschrijft hoe dat haar ook overkwam in het hoofdstuk met de titel 'Een liefdevolle initiatie'. Haar moeder vindt haar in bed met de Amerikaan en roept tegen hem: 'What the hell are you doing here?'

'De Amerikaan zit rechtop in bed en wrijft in zijn gezicht. 'Ze wilde het, ze is een vrouw, ze mag zelf beslissen', roept hij [...] 'Alle kinderen hier zijn van de commune. Ze moet het zelf weten, ik heb haar niet gedwongen.' '

Perizonius zegt: 'Het probleem vind ik, dat kinderen in de Bhagwan-beweging eigenlijk als volwassenen werden gezien. Iedereen is een waardevol individu. Ouders zien hun kinderen eerder als vrienden, die min of meer zelfstandig in de commune functioneren. Volwassenen praten ook heel open over hun problemen en onzekerheden met kinderen.

'Dat heeft leuke kanten, zo voor vol aangezien worden, maar kinderen zijn geen volwassenen. Ze kunnen alles nog niet zo relativeren. Ik vind dat kinderen tot hun twaalfde en dertiende nog niet zo volledig met alle volwassen problemen en de wereldproblematiek geconfrontreerd hoeven te worden.'

In verschillende fragmenten in het boek komt die behoefte aan een 'gewoon', min of meer beschermd kinderleven ter sprake, met bij wijze van spreken een moeder die thuis wacht met een kopje thee als de school uit is. Als ze bij haar gescheiden vader met diens nieuwe vrouw en kind logeert is ze even in een 'gewoon gezin'.

Aan de andere kant begrijpt ze tot op zekere hoogte ook wel dat haar moeder en haar generatiegenoten zich zo verloren in een zoektocht naar zelfontplooiing. 'Het zijn mensen die opgevoed zijn in de jaren vijftig, toen alles stijf en gesloten was. Daar komt die reactie vandaan, die in de hippietijd begon. Dat je een utopie van vrije, liefdevolle open samenleving najaagt kan ik me wel voorstellen. Dat Bhagwan daarom aantrekkelijk was, snap ik ook wel. Het waren ook veel intellectuelen, goed opgeleide mensen die hem volgden. Het was een elitaire beweging', zegt Perizonius.

Maar als kind ervoer zij die door Bhagwan aangewakkerde tegenstelling tussen wij-sanyassins zijn liefdevol en vrij en zij de niet-sanyassins zijn hard en gemeen, als vals. Als ze bijvoorbeeld thuis bij haar vader vrolijke feesten meemaakte, of de Live Aid tv-show zag, waar popsterren wereldwijd een massapubliek op de been kregen om de wereld te verbeteren, dacht ze: je kunt gewoon én aardig zijn.

Nog scherper wordt die tegenstelling als blijkt dat in het Bhagwan-paradijs ook niet alles koek en ei is. Zo wordt ze in de Amerikaanse commune in Oregon onder dreiging van een bewaker met een mitrailleur naar een 'dienst' gestuurd: ze moet voor de zoveelste keer gaan kijken als Bhagwan in een van zijn Rolls Royces langs komt rijden - de Drive By werd dat ritueel genoemd. 'Al onze telefoongesprekken werden afgeluisterd, alles werd in de gaten gehouden. Het was een Orwelliaanse 1984-sfeer - en het was ook in 1984', zegt Perizonius nu.

BIJNA-TOTALITAIR

De grote Amerikaanse commune werd toen als een bijna-totalitaire staat gerund door Sheela, de secretaresse van Bhagwan. De precieze feiten zijn nog steeds niet bekend, maar er gaan geruchten dat de leiding er alles aan deed de volgelingen te rustig houden en kritiek te onderdrukken. Zo zou het zware kalmeringsmiddel Haldol door het eten van de sanyassins gedaan zijn door de leiding, om de commune rustig te houden. 'Ik werkte toen in de keuken, en er als het eten klaar was, moesten wij altijd weg. Dan kwamen er mensen het eten controleren, dacht wij, we mochten er in ieder geval niet bij zijn.'

Toen de bom in de Amerikaanse commune barstte - Sheela werd uit haar functie gezet omdat ze mensen zou hebben willen vergiftigen, en vluchtte, Bhagwan werd gearresteerd op verdenking van overtreding van de immigratiewet - zat Maroesja Perizonius in de Britse kindercommune. Ze kon amper geloven dat het allemaal waar was.

Rond haar veertiende vertrok ze met haar moeder uit de Amsterdamse commune, maar het duurde nog tot haar drieëntwintigste voor ze haar oorspronkelijke naam weer ging gebruiken. En wilde erkennen dat de Bhagwan-beweging een sekte was. Tot die tijd ontkende ze dat. 'Wat het ook was, het was geen sekte. Daar stonden wij boven', schrijft ze.

Boek: Maroesja Perizonius, `De droom van mijn moeder; het verhaal van een communekind', uitg. Nieuw Amsterdam, 224 bl, 16,50 Documentaire: ' Communekind', ma 8 mei 22.55-23.45u Nederland 1; Herhaling: di 9 mei 15.06-15.56u Nederland 1, NCRV
    • Paul Steenhuis