Je leent haar niet uit

Dak- en thuisloze jongeren praten met elkaar in een opvangcentrum in Amsterdam. Vandaag gaat het gesprek over egoïsme.

'Mensen zijn egoïstisch. Ze willen het goed hebben', zegt Wahid (18 jaar, Afghaan). 'Ik vecht ertegen', zegt Dimitri (20 jaar, Nederlander). 'Ik houd toch deuren open, help met dragen van tassen. Dat doe ik niet voor mezelf.' Mohamed (18 jaar, Marokkaan): 'Ik ben een egoïst. Als ik een zwerver tegenkom, geef ik niks.'

'Denk je nou echt dat zwervers een baan kunnen vinden? En wij zitten toch zelf in een opvanghuis voor dakloze jongeren?' vraagt Wahid. 'Ze moeten er gewoon wat aan doen. Ze kopen liever drugs dan deodorant', antwoordt Mohamed.

Voor ze naar de recreatieruimte gaan, hangen de jongeren in banken in de eetzaal. Mohamed wil wat jongens overhalen om mee te doen aan de discussie. Hij vertelt dat ze dan gratis sigaretten krijgen.

'Alle mensen hebben wel een geweten, ook huurmoordenaars', vindt Mohamed. 'Maar toen ik laatst iemand op straat zag doodgaan, dacht ik wel: hij liever dan ik.' Wahid kijkt verbaasd. 'Op zulke momenten help ik. Er zijn verschillende categorieën waarin je egoïstisch bent, zoals je geld en je vrouw. Je leent je vrouw niet uit.'

Mohamed: 'Gisteren zag ik op televisie dat er mensen zijn die op hun huwelijksnacht met een ander naar bed gaan. Dat vinden ze goed. Dat is toch dom!'

'Is dat egoïsme van die mensen? Ze willen elkaar misschien gewoon vrij laten', zegt Dimitri. Mohamed: 'In sommige gevallen denk ik niet aan mezelf. Ik leen soms geld, dat hangt van de persoon af.'

'Ja', vindt Wahid, 'aan een onbekende geef ik geen duizend euro.' Dimitri: 'Dat is meer verstand dan egoïsme. Anders kan je naar je geld fluiten.'

Ze vragen zich af of mensen anderen helpen, omdat het ze een goed gevoel over zichzelf geeft. 'Daarom', zegt Mohamed, 'moet je armenbelasting anoniem geven. Anders is het: kijk mij nou goed zijn.'

'Bij sommige hulpverleners merk je dat ze egoïstisch zijn. Ze laten je voelen dat je heel blij met ze moet zijn', zegt Wahid.

Mohamed: 'Ze zijn blij met ons. Anders zouden ze geen werk hebben.'

'Waarom helpen ze ons dan uit de shit?' vraagt Dimitri. 'Mensen zijn niet te vertrouwen', vindt Mohamed. Wahid: 'Ik vertrouw alle mensen, maar ik vertrouw de duivel in de mens niet.' 'Hé man, dat heb je uit een film!' roepen Dimitri en Mohamed. Mohamed: 'Ik wil met mijn vriendin naar bed, maar dan bederf ik haar. Als ze met iemand anders trouwt en ze heeft al seks gehad, heeft ze een probleem.' 'Dan denk je toch aan háár en niet aan jezelf?' vraagt Wahid. 'Niet helemaal', meent Mohamed, 'ik wíl wel met haar naar bed.' Dimitri: 'Als ik iets geef, doe ik dat omdat iemand iets nodig heeft.'

'Als ik iemand niet ken, ga ik niet zitten treuren. Ik vind het alleen erg als er iets met mijn familie gebeurt', zegt Mohamed. Dimitri: 'Wil jij niet dat het met iedereen goed gaat?'

'Jawel, we zijn eigenlijk allemaal familie van elkaar', antwoordt Mohamed.

Wahid: 'Man, je spreekt jezelf zo tegen! Ik vind dat ik mensen moet helpen. Ik ben hier als asielzoeker gekomen. Je wordt niet als asielzoeker geboren. Gelukkig helpen mensen mij.'

'Ik weet niet hoe iedereen het goed kan hebben en ik tegelijk aan mezelf kan blijven denken', reageert Mohamed.

Er liggen nog een paar druiven op een schaal. Mohamed pakt ze allemaal.

'Zie je, nu ben ik egoïstisch!'

Om redenen van privacy zijn de achternamen weggelaten.