Italia

Ik verheug me op de Giro, meer dan op de Tour. De Ronde van Italië is minder organisatie, meer savoir vivre. De Giro-winnaar is meer held dan Armstrong ooit is geweest. Een dag in het roze volstaat voor onsterfelijkheid.

De Tour is een kolonelsregime met hofhouding, de Giro is hofhouding zonder regime. Altijd chaos bij de start, gehannes in de sprint, gekte op het podium. En midden in de nacht komt de politie ook nog langs, op zoek naar verboden producten.

De eerste dagen trekt de karavaan door Wallonië. Als eerbetoon aan de tienduizenden Italianen die voor en na de Tweede Wereldoorlog in de Waalse mijnen kwamen werken. En er de dood vonden. De gedachten zullen vandaag vooral gaan naar de slachtoffers van de mijnramp in Marcinelle. Op 8 augustus 1956 verloren 262 kompels het leven in de mijn van Bois du Cazier. Onder hen 136 Italianen. Ik zie de vrouwen met hun krijtwitte gezichten nog staan wachten en bidden aan de poort van de Cazier. Zij droegen ook een hoofddoek. Dagenlang stonden ze daar, in de hoop dat er een teken van leven zou komen.

Marcinelle is het grootste litteken in de industriële geschiedenis van België. Vergelijkbaar met de watersnood in Zeeland. Ik hoop dat een Italiaan zondag in Marcinelle wint, liefst Alessandro Petacchi. Of Gilberto Simoni. 'Gibo' bezocht deze week met zijn ploegmaats het museum in Marcinelle dat na de mijnramp werd opgericht. Hij was een van de weinigen. Van de organisatie werd in het museum niemand gesignaleerd. Van Rabobank ook niet. Herdenken is een kunst die ver boven spiermelk gaat.

Aanvankelijk was het de bedoeling om renners en volgers dinsdagavond per nachttrein naar Italië te laten afreizen. Van Hotton naar Piacenza, over een lengte van 1.100 kilometer. Als omgekeerde immigratiegolf. Maar dat vonden de ploegleiders te gek. Het peloton mag nu het vliegtuig nemen. In afwachting zullen de renners niet in barakken moeten slapen, zoals de duizenden Italianen die in de vorige eeuw de vlucht naar België namen. Sport is er niet om ellende na te bootsen. Daar zijn de heren niet op gebouwd. Een minuut stilte in een voetbalstadion kan indrukwekkend zijn, maar een paar tellen later zie je alweer de eerste elleboogstoot.

C'est la vie.

De Giro hoort in Italië te vertrekken en in Italië te eindigen. Uitstapjes naar Groningen of naar Luik zijn per definitie verdacht. Daar zit geld achter, in het beste geval een kwaadaardige vriendschap. Afgezien van doorzichtig sponsorgeluk en de gestreelde ijdelheid van een paar notabelen, is een Giro buiten de landsgrenzen geheel betekenisloos. Het kan gewoon niet dat een levend wezen in een roze trui door Groningen fietst. Toeterende volgwagens? Een nog grotere vloek. In Groningen kabbelt de stilgelegde tijd. Luik is iets ruiger, maar toch te vreugdeloos voor de Giro. Metaalsocialisten verplaatsen zich overigens per brommer.

De Giro is begonnen met een (landschappelijk) misverstand. Maar hij blijft de mooiste van alle rondes. Het kleurrijke peloton dat als een volle ader over een Apennijns dorpje valt, en de feestelijke ontreddering die dan ontstaat - dát is geluk. De Tour was het IJzeren Gordijn van Armstrong: niet doorheen te komen. In de Giro is alles mogelijk. De Venezolaan José Rujano in het roze? Zou best kunnen. José is een dwerg, vel over het been, heeft nooit warm eten gekend, en fietst dus met het manna voor ogen de Passo di Gavia en de Passo del Mortirolo op. Etappewinst verzekerd.

Zal de 89ste Giro het podium van Ivan Basso worden? Ik gun het hem van harte. Om zijn klasse en om zijn tragiek. En ook omdat hij in de Ardense klassiekers zo voorbeeldig knechtte voor Karsten Kroon. Basso is een replica van Miguel Indurain. Zij het met iets meer leven en iets meer weemoed, met een dieper verlangen. Vorig jaar verloor Ivan zijn moeder - door alle rouw heen reed hij toch Giro en Tour. Hij schaamt zich nu om een zus die te gretig op spreidstand gaat, zoals een Nederlandse renner weet. Ivan wil bevrijd zijn van doem, van verlies en verderf.

Basso is in bloedvorm. Dat zijn, gek genoeg, alle Italianen in de Giro. Van Cunego tot Di Luca en Savoldelli. De Giro als ultieme stroomstoot naar geluk, zoiets moet het zijn. Allicht! Wie de Giro d'Italia wint, mag niet meer in een trattoria betalen. Niet eens voor een scaloppine di vitello con funghi porcini e tartufi.

    • Hugo Camps