In het voetspoor van de kampioen

Zwemmer Olaf Wildeboer (23) werd geboren in Spanje, als zoon van Nederlandse ouders. Met het oog op de Olympische Spelen van Peking (2008) overweegt hij voor zijn tweede vaderland te kiezen.

Olaf Wildeboer: „Zwemmen in Spanje is politiek, de bestuurders zitten er voor zichzelf.” (Foto Vincent van den Hoogen) Eindhoven, 16-02-2006; Wedstrijdbad de Tongelreep; Olaf Wildeboer. Foto Vincent van den Hoogen Hoogen, Vincent van den

'Hé Wildeboer, wordt er nog getraind vandaag? Of heb je al genoeg medailles gewonnen?'

De stem van Pieter van den Hoogenband galmt door het gloednieuwe trainingsbad van het Nationaal Zweminstituut in Eindhoven. Kort daarvoor had hij zijn teamgenoot Olaf Wildeboer nog uitbundig omhelsd, met de vaderlijke woorden: 'Welkom thuis, jongen.'

De drievoudig olympisch kampioen is blij dat zijn trainingsmaat terug is na een kort verblijf in Spanje. Van den Hoogenband heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij graag zou zien dat Olaf Wildeboer (23), geboren en getogen in het Spaanse Sabadell, voor Nederland gaat zwemmen. Zodat Nederland over ruim twee jaar, bij de Olympische Spelen in Peking, weer een kansrijke ploeg het water in kan sturen op de 4x200 meter vrije slag, net als zes jaar geleden in Sydney (bronzen medaille). Bovendien: 'Olaf is een trainingsbeest, iemand met wie ik me kan meten tijdens de trainingen. Iemand ook die niet klaagt, maar iemand die doet. Hij heeft zijn koffers gepakt, omdat hij iets wil bereiken.'

Wildeboer zegt nog te twijfelen, maar wil wel toegeven dat hij bereid is de overstap te maken. Niet voor niets woont het Spaanse zwemtalent sinds januari in Eindhoven om dagelijks te kunnen trainen met Van den Hoogenband, onder leiding van diens trainer - en tevens bondscoach - Jacco Verhaeren. 'Ik weet wel dat ik voor Nederland wil gaan zwemmen', zegt Wildeboer in Verhaerens kantoortje pal naast het bloedhete trainingsbad, waar Van den Hoogenband en collega Thomas Felten alvast begonnen zijn aan de middagtraining. 'Maar het is geen gemakkelijke beslissing.'

Want thuis, daarover geen misverstand, is Sabadell. 'Daar heb ik 21 jaar gewoond, daar zijn mijn beste vrienden. In Nederland voel ik me goed, het is een leuk land, maar als ik stop met zwemmen weet ik zeker dat ik terug ga naar Spanje. Het weer is lekkerder, het leven is in Spanje meer relaxed. Maar misschien ga ik nog aan Nederland wennen. De winter is niet zo erg als je weet waaróm je in Nederland bent - om beter te leren zwemmen.'

Afgezien van zijn naam oogt en klinkt Olaf Wildeboer als een Spanjaard. Zijn haar is donker, zijn ogen bruin. Zijn Nederlands is behoorlijk, al spreekt hij met een stevig mediterraan accent en valt hij af en toe even stil, als hem het juiste woord niet één-twee-drie te binnen wil schieten. Thuis met zijn ouders, beiden geboren en getogen in Nederland, spreekt hij Spaans. Met zijn vrienden in Sabadell, even boven Barcelona, spreekt hij Catalaans.

Binnen het gezin Wildeboer speelt 'de kwestie-Nederland' al jaren. Paulus Wildeboer, afkomstig uit Dedemsvaart, vertrok met zijn vrouw Winnie Faber in 1979 naar Spanje om zwemtrainer te worden. Via Barcelona kwam Wildeboer senior terecht bij de Club Natació Sabadell, met tegenwoordig 35.000 leden, veruit de sterkste club van Spanje. Mede dankzij zijn zoons Olaf en de drie jaar jongere Aschwin.

Vader Paulus kon vier jaar geleden al terugkeren naar Nederland, toen de zwembond hem als bondscoach wilde aanstellen. Paulus en Olaf wilden dolgraag, maar Aschwin, een talentvol zwemmer op de rugslag, wilde voor geen goud zijn leven in Spanje opgeven. En het gezin had van te voren bepaald dat als één van de vier tegen was, het feest niet door zou gaan.

Maar Olaf zette zijn stille droom, trainen met Pieter van den Hoogenband, niet uit zijn hoofd. Zijn carrière in Spanje raakte de laatste jaren enigszins in het slop. Hij won zijn races met overmacht, maar de voor zwemmers zo heilige tijdwinst boekte hij niet meer. Hij ging, nog steeds onder zijn vader, in Madrid trainen, maar miste gaandeweg de prikkel zich te verbeteren. 'Ik wil weten of 1.49 op de 200 meter voor mij het plafond is, zoals de laatste jaren. Misschien train ik niet goed, of kan ik onder mijn vader niet meer verbeteren.'

Maar bovenal ontbreekt in Spanje het perspectief om met een sterke estafetteploeg een gooi te doen naar een medaille in Peking. Wildeboer maakt dan ook geen geheim van zijn motieven om straks, mogelijk al deze zomer bij de Europese kampioenschappen in Boedapest, voor Nederland te gaan zwemmen. 'Als ik het besluit neem, dan is dat puur voor de estafette. Met Spanje heb ik geen enkele kans. Met Nederland wel, al heb je voor een estafette wel vier goede zwemmers nodig. Het maakt mij niet uit of ik een medaille win voor Spanje, Nederland of Frankrijk.'

Toch staat hij niet helemaal onverschillig tegenover zijn tweede vaderland. Na een aantal niet afgemaakte opleidingen in Spanje (lichamelijke opvoeding, sportmanagement en grafisch ontwerpen) begint hij binnenkort met Nederlandse les. 'Ik heb een Nederlands paspoort. Dan vind ik dat je wel de taal goed moet beheersen. Bovendien kan ik dan mijn trainingsmaten een keer terugpakken met een grapje.'

Wildeboer hakte afgelopen najaar de knoop door om naar Nederland te verkassen, zonder zijn familie. Vooral de aanwezigheid van Van den Hoogenband trok nog steeds aan hem. 'In Spanje kon ik niemand vinden die mijn niveau had', zegt Wildeboer. VdH heeft hem nooit officieel gevraagd te komen, of druk uitgeoefend, zegt hij. 'Als ik Pieter bij een wedstrijd tegenkwam zei hij wel eens, als een soort grapje: wanneer kom je deze kant op?'

Het kostte Wildeboer moeite om zijn vaders veilige nest na al die jaren te verlaten. 'In eerste instantie was hij verrast, omdat ik altijd had gezegd dat hij voor mij de enige coach was. Alles heb ik van hem geleerd. Maar, zoals het hoort bij een goede coach, begreep hij me. Hij moedigde me aan en hielp me zelfs toen ik de stap ging maken.' Maar bij het besluit om eventueel voor Nederland uit te komen, hoeft hij niet aan te kloppen bij zijn vader. 'Het ligt moeilijk voor hem. Hij is in dienst van de Spaanse bond.'

Aanvankelijk kwam Wildeboer terecht in Amsterdam, maar rond de jaarwisseling maakte hij de overstap naar Eindhoven, de thuishaven van Van den Hoogenband en Verhaeren. Hij trok in bij zijn clubgenoot bij PSV, Mitja Zastrow, de geboren Duitser die sinds drie jaar voor Nederland uitkomt en in 2004 met Van den Hoogenband olympisch zilver won op de 4x100 vrij - in meerdere opzichten dus de ideale huisgenoot en sparringpartner.

Al snel bespeurde Wildeboer in Nederland de verschillen met zijn geboorteland. 'In Spanje heerst de cultuur van mañana', zegt hij. 'Er is geld genoeg, er zijn goede zwembaden en trainers, maar de zwembond heeft de zaken niet goed geregeld. Het is politiek, de bestuurders zitten er voor zichzelf. Als het niet goed gaat nemen ze gewoon een andere bondscoach.'

Ter illustratie wijst hij op de Spaanse gewoonte om pas laat bekend te maken aan welke limieten de zwemmers moeten voldoen om naar een internationaal toernooi te worden afgevaardigd. 'In Nederland is dat anderhalf of twee jaar van tevoren bekend. In Spanje weet je nu nog steeds niet welke limieten je moet zwemmen voor de WK in Melbourne (in maart volgend jaar, red). Dat is niet serieus, zo kun je je trainingen niet opbouwen.'

De afgelopen maanden, terwijl Wildeboer zich vestigde in Nederland, liet de Spaanse bond niets van zich horen. 'Geen telefoontje, geen e-mail, de bond heeft geen enkele keer gevraagd hoe het in Nederland gaat. Dat vond ik niet prettig.' Tot vorige week, toen Wildeboer een paar dagen in Catalonië was, om na vier maanden zware trainingsarbeid even stoom af te blazen. Tegelijkertijd benutte hij de trip om in Spanje - onder vrienden, bij zijn club Sabadell, maar vooral bij de Spaanse bond - te polsen hoe men op het Iberisch schiereiland zou reageren als hij Nederland zou gaan vertegenwoordigen in het water.

Nu kwamen de reacties wel. 'Ik werd gebeld door kranten, door de club, en ook door de bond. De bond vroeg mij om mijn beslissing uit te stellen. Binnenkort maken ze nieuwe plannen bekend, en een nieuwe bondscoach.' Sabadell liet weten hem onvoorwaardelijk te steunen, ook als hij als Nederlander voor de club zwemt. 'Het is belangrijk voor mij dat de club mij steunt. Daar heb ik leren zwemmen, ik word er heel goed betaald. Meer dan de helft van mijn inkomen komt van Sabadell.'

In Nederland, zo merkt Wildeboer tot nu toe, kan hij zich beter op het zwemmen concentreren. 'Ik kan hier lekker trainen. Ik hoef niet na te denken.' Maar dat heeft ook met de sfeer bij PSV en zijn trainingsmaatje Van den Hoogenband te maken, erkent Wildeboer. 'Ik leer veel van hem', zegt hij. 'Vooral van zijn mentaliteit. Als ik een keer pissig ben over iets met de bond, dan zegt hij meteen: geen energie aan verspillen, gewoon lekker trainen. Hij is altijd positief, en maakt vaak grappen tijdens de trainingen. Bij zware trainingen, zoals tien keer een honderd meter, gaan sommige zwemmers klagen, zo van: moet dat nou? Pieter zegt dan: kóm op, we gaan ervoor. Het is belangrijk dat je plezier maakt als je zoveel uren met elkaar traint.'

Niet alleen de instelling is anders in Spanje, maar ook de trainingen van Verhaeren, de architect van de Nederlandse zwemsuccessen in de laatste tien jaar. In Spanje maakte hij onder zijn vader veel meer trainingsuren. 'In Nederland wordt korter en intensiever getraind', zegt Wildeboer. 'Maximaal twee uur per training.' Verhaeren schat het verschil in trainingskilometers op zo'n dertig procent.

Wanneer Wildeboer zijn besluit precies neemt, kan hij nog niet zeggen. Wel vertrok hij gisteren voor een trainingsstage met de Nederlandse ploeg naar Cyprus. 'Dan kan ik alvast kijken hoe de sfeer in de ploeg is.' Ondertussen wacht hij af met welke plannen de Spaanse bond komt. Helemaal gerust op een geruisloze overstap is hij niet.

Officieel kan de bond hem niet tegenhouden, omdat hij aan alle internationale eisen heeft voldaan. Als hij begin augustus voor Nederland zou uitkomen bij de EK in Boedapest, dan heeft hij precies een jaar niet voor Spanje gezwommen. En voor de Olympische Spelen van 2008 geldt dat hij drie jaar van te voren niet voor zijn vaderland mag zijn gestart. Ook daaraan zou hij voldoen als hij nu niet meer voor Spanje zwemt.

Toch kan de Spaanse bond het hem nog knap lastig maken. 'Als ze kwaad willen kunnen ze de regels in Spanje veranderen, dat ik als Nederlander bijvoorbeeld niet meer voor Sabadell mag zwemmen. Ik hoop niet dat ze dat gaan doen, want dat zou me een hoop geld kosten, zo'n 1.500 tot 2.000 euro per maand.'

Om zichzelf in te dekken, schreef hij het clubbestuur onlangs een brief, waarin hij zijn plannen uiteen zette. 'Ik wil van de club horen dat ze hun advocaten zullen inzetten om mijn positie als zwemmer voor Sabadell te verdedigen, mocht de Spaanse bond moeilijk gaan doen.' Wildeboer rekent op hun steun. 'Ik ben dé zwemmer van de club. Aschwin en ik. Het is ónze club.'