'Ik begreep geen hout van Bach'

In de dertiende aflevering van '17', een serie gesprekken met bekende vrouwen over hun jeugd, violiste Emmy Verhey.

'Het was op een woensdag dat mijn broertje verdronk. We waren net naar Friesland verhuisd. Ik was acht jaar en weet nog dat ik die avond bij mijn vriendin bleef slapen en dat we die nacht samen in bed ontzettend moesten lachen. Ondanks het verdriet. Heel vreemd, want ik moet toch ook gehuild hebben.

'Mijn vader was beroepsviolist en altijd de hort op. Het was veel schnabbelen in die tijd. Ooit had hij zelf carrière willen maken, maar dat was niet gelukt. Ik kreeg een viool toen ik zeven was en hij gaf me vioolles. Binnen een jaar speelde ik alle vioolconcerten van Bach en dat was, begreep ik, zeldzaam bij kinderen. Bach was overigens niet iets waar ik mee wegliep. Ik begreep er, eerlijk gezegd, geen hout van.

'Thuis was het voornamelijk chaos. Er was te weinig structuur. Alleen dat ik elke dag op mijn viool moest studeren. Mijn vader was wispelturig, maar wel degene die het in huis voor het zeggen had.

'Er werd mij voorgeschoteld dat ik heel beroemd zou worden. Wereldberoemd, ja. Zo goed was ik. Op mijn dertiende ging ik naar het conservatorium. Daar ontmoette ik Christiaan Bor. We trokken met elkaar op. Hij was iemand van mijn leeftijd, de meeste leerlingen waren een stuk ouder. We waren de besten. Soms tot irritatie van onze klasgenoten, maar doordat ik optredens deed was ik er vaak niet. Ik had in die tijd al een heel professioneel bestaan. Er werd geld verdiend.

'Mijn zakelijke belangen werden behartigd door mijn vader, de directeur van het conservatorium en mijn leraar Herman Krebbers. Er was altijd gedonder. Mijn vader vond dat ik voornamelijk moest optreden en de directeur vond dat ik ook alle bijvakken moest doen. Mijn vader was het daar niet mee eens. Hij riep altijd tegen me: 'Dat heb jij niet nodig.'

'Optreden was lang niet altijd leuk. Het vioolspelen was niet echt 'van mij'. Ik had ook andere interesses, las veel, maar vond het vooral heel erg leuk om 'gewoon' met leeftijdgenoten om te om te gaan. Dat miste ik het allermeest.

'Wel leuk waren de dingen er omheen: dat na afloop mensen naar je toe kwamen, het handtekeningen uitdelen. Dat je ontzettend in de watten gelegd werd en iedereen aardig voor je was. Er waren ook vervelende mensen die zich op een hebberige manier met je bemoeiden.

'Samen met Christiaan Bor deed ik in 1966 mee aan het Tsjaikovski-concours in Moskou. Ik eindigde als finaliste. Ik was zeventien jaar en het was mijn doorbraak. Daarna is er nooit meer gebrek aan belangstelling geweest. Christiaan en ik werden lange tijd in een adem genoemd. Dat ik in de finale kwam en hij niet leidde tot een verwijdering. Heel spijtig.

'Met het studentenorkest had ik de tijd van mijn leven. Voor het eerst veertien dagen van huis. Het bestuur kwam 'officieel' bij me thuis om het mijn ouders te vertellen. Die lieten zich volkomen inpakken. Mijn vader riep nog 'Ja, maar ze moet na elk concert thuiskomen.' En ik dacht: 'Nou, liever niet.' Er waren optredens door heel Nederland en na afloop was het feest tot diep in de nacht. De dag daarop weer verder met de bus, onderweg studerend voor het volgende concert. We keken scheel van de slaap maar het was me leuk! Ik weet nog wel dat ik een keer achter in de bus lag te zoenen met een jongen waar ik al die tijd al een oogje op had. Heel spannend. Vervolgens won ik het Nationaal Vioolconcours Oscar Back. Door het winnen van die prijs kon ik een jaar bij David Oistrach in Moskou studeren.

'In Moskou heb ik een Nederlandse jongen ontmoet en na dat jaar ben ik met hem teruggegaan naar Amsterdam om op kamers te gaan wonen. Naar mijn ouders terug wilde ik niet meer.

'Een echt hoogtepunt in mijn carrière was het optreden met Menuhin. Hij dirigeerde Mendelssohn en straalde uit van: 'Ik weet dat je het kan.' Die behandeling miste ik te vaak: iets dat je toedekt en geruststelt en omhoogtilt. Ik zal dat nooit vergeten: ik stond daar totaal gelukkig en onbevangen te spelen.

'Toen mijn man overleed, wilde ik niet meer optreden om de kinderen niet steeds alleen te laten. De eerste keer dat ik weer een concert gaf was zo buitenissig, zo vreemd... Terwijl je alleen maar bezig bent met je verdriet, moet je ineens een ander soort emotie door muziek via je publiek kwijt zien te raken.