Het nieuwe Amerika is keihard, religieus en onverminderd aantrekkelijk

Amerika is in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Daaraan liggen vier revolutionaire ontwikkelingen ten grondslag op het gebied van buitenlandse politiek, economie, religie en media.

Amerika is altijd een vergaand om niet te zeggen krankzinnig idee geweest, met de ambitie uit het niets een democratie in te richten op zo'n immens grondgebied. Het succes is verbluffend. Een land dat zich binnen twee eeuwen ontwikkelt tot de sterkste grootmacht die de wereldgeschiedenis heeft gekend, dat is ongekend. Tot op de dag van vandaag komen immigranten af op deze godsvruchtige vrijhaven voor het zuiverste kapitalisme. In de hele wereld stemmen mensen met hun voeten: ondanks alle kritiek op de Amerikaanse hardheid en bazigheid ondernemen zij de tocht naar dat land waar alles schijnt te kunnen.

Het waren van oudsher niet de bangerds, de zwakken van geest die de sprong waagden. Waar zij vandaan kwamen was het erger. De greep van de koning, de kerk, de maffia, de uitzichtloosheid, of de goddeloze bende die het leven vergiftigde, het was zo verstikkend dat zij het avontuur kozen. In de nieuwe wereld moest het beter kunnen. De oorspronkelijke bewoners werden zonder veel pardon weggeveegd. De nieuwkomers namen niet snel genoegen met een mislukking. En velen slaagden.

De van oorsprong Britse psychiater Peter Whybrow, verbonden aan de Universiteit van Californië in Los Angeles, heeft de neiging naar doorslaan verkend die hoort bij de pioniersmentaliteit. Hij definieert het syndroom in American Mania, When more is not enough: deze immigrantennatie wordt bevolkt door nieuwkomers, 'een zelfgeselecteerde groep hard werkende opportunisten met een onverzadigbare honger naar zelfverbetering'. Uit de immigrantendroom van meer vrijheid en welvaart is een in toenemende mate manische levensstijl voortgekomen, een cultuur die geen grenzen aanvaardt, schrijft Whybrow.

'Het Amerika van vandaag is een land dat barst van vitaliteit en overvloed: topuniversiteiten, het meest vooraanstaande onderzoek in de biotechnologie en de geneeskunde, de meest succesvolle software-industrie ter wereld. En ondanks die dominantie, raast ons land voort met diezelfde rauwe energie, dezelfde manische gedrevenheid, die op buitenstaanders al zo lang de indruk wekt van een gebrek aan planning en een hang naar materiële overdaad.'

De aanslagen van 11 september 2001 hebben Amerika hardhandig herinnerd aan het bestaan van grenzen. De grootmacht leek even te wankelen, maar bleef overeind. De aanslagen hebben Amerika en de wereld ingrijpend veranderd. Daar zijn de meeste Amerikanen en niet-Amerikanen het over eens. Sinds die dag wordt alles in de Verenigde Staten gezien door de omgekeerde verrekijker van 9/11 en vereist het nationale belang het opzij zetten van burgerrechten en omgangsvormen ten opzichte van het buitenland. Een geharnaste militaire reactie kon niet uitblijven. Wie daar anders over denkt, kan rekenen op ongeduld. Een land in oorlog heeft geen tijd voor twijfel.

Amerika heeft de afgelopen jaren vier ingrijpende ontwikkelingen tegelijk beleefd. 9/11 heeft met alle vier te maken, maar is er niet de oorzaak van, hoogstens heeft die schok krachten vrijgemaakt die de vier snelheid gaven. Eén van de vier omwentelingen deed zich voor in de hele wereld, de overige drie voorlopig in Amerika, al kunnen zij in het buitenland doorwerken.

De eerste ingrijpende verandering voor Amerika was een herwaardering van de eigen plaats in de wereld, leidend tot het aannemen van een rol als zelfbenoemde wereldpolitieman en uitdager van de Verenigde Naties. De tweede was het superkapitalistische neoconomy-experiment dat met vergaande belastingverlagingen erop uit was ondernemers ruimte te geven, en vooral de overheidsinvloed tot een minimum te beperken. De derde was de remoralisering, de terugkeer naar het geïdealiseerde, christelijk-deugdzame Amerika van vóór de jaren '60. De vierde was de ontmanteling van waarheid en objectiviteit als kerndoelstellingen in de Amerikaanse media.

Het samenspel van die vier in potentie revolutionaire ontwikkelingen is de sleutel om te begrijpen hoe Amerika de afgelopen jaren zo ingrijpend kon veranderen. Zonder evangelische inspiratie had George W. Bush misschien het vergaande idee van de neoconservatieven tot verbouwing van het Midden-Oosten niet overgenomen. Zonder 9/11 ook niet.

Zonder de uit de oorlogsstemming voortkomende nationale solidariteit rond vlag en president hadden de conservatieven waarschijnlijk niet vier ingrijpende belastingverlagingen erdoor kunnen slepen.

Zonder de kritiekloze toewijding die een oorlogsinspanning vraagt, had de roep om meer religiositeit in het openbare leven misschien niet in zo veel levenssferen kunnen aanslaan. Zonder de ontreddering en de gekozen nadruk op de eigen voorhoedepositie in de wereld om Amerika weer veilig te maken, was de politisering van de media niet zo hard gegaan.

En andersom: zonder de omkering van veel waarden in de (ook door de technologische ontwikkelingen) snel veranderende media had een betrekkelijk kleine groep bevlogenen Amerika en de wereld niet zulke ingrijpende beleidsdaden als onvermijdelijk en verstandig kunnen voorhouden.

Amerika had zeker in deze omstandigheden de neiging de mensheid in te delen in Goed en Kwaad. Langs die as hebben deze revolutionaire ontwikkelingen zich voltrokken, en elkaar vaak versterkt. Vooral na 9/11 was de nationale stelregel: wie niet voor ons is, is tegen ons. Die buitenlands politieke benadering deed het goed in een land waar de opmars van christelijke normen en waarden in het openbare debat sinds president Reagan goede vorderingen had gemaakt.

De behoefte aan afrekening met de als slap en principeloos afgeschilderde jaren '60 had een hernieuwde actie op gang gebracht vóór het huwelijk tussen man en vrouw, tegen 'in zonde' samenwonen, tegen het homohuwelijk, tegen vormen van 'bijstand', tegen anticonceptie, tegen abortus, tegen allerlei sociale voorzieningen en - met eenzelfde instinctieve heftigheid - tegen internationale verdragen en overlegverplichtingen.

De conservatieve media-aanvalsmachine maakte van de kruitdamp gebruik en vergrootte de verwarring door een onvoorwaardelijk eigen gelijk via oude media (Fox tv, boeken, kranten- en tijdschriftrubrieken) en vooral via blogs en andere internetkanalen te verspreiden. 'Oude' en 'mainstream' media werden genadeloos aangepakt op overtreding van hun eigen principes; hun streven naar objectiviteit werd aangevallen als een snobistische truc uit het linkse mediaverleden. Eind 2005 trok het stof enigszins op. De oorlog in Irak passeerde de grens van 2.000 Amerikaanse doden en meer dan 15.000 gewonden. De waardering voor president Bush en zijn ministers dook bij vlagen naar een historisch dieptepunt. Alle deugden waarop de kiezers hem een jaar tevoren herkozen, leken in de peilingen vergeten. In de aanloop naar de tussentijdse Congres-verkiezingen van 2006 bleven twijfel over Irak en de oorlog tegen het terrorisme de aandacht vasthouden. De economie bleef groeien, al bleef de president zoeken naar meer erkenning van zijn rol daarin. Amerika en de wereld begonnen de rekening op te maken van vijf jaar bijna-revolutie die in een versnelling raakte op die stralende nazomerdag in september 2001.

Iedere immigrant in Amerika heeft de vrijheid zijn eigen geschiedenis te schrijven, los van familiebanden of culturele verplichtingen. Daarom, zegt Peter Whybrow, kan de immigrant doordenderen, met een minimum aan beperkende regelgeving. 'Die vrijheid is de sleutel tot Amerika's materiële succes.' Volgens belastingafschaffer Grover Norquist en de zijnen is er nog te weinig vrijheid. Vergeleken met iedere andere ontwikkelde samenleving zijn de regels schaars.

In de Verenigde Staten is die rusteloze energie, zeker na de hightech boom van de late jaren '90, waarin inkomens en kansen tot in de wolken groeiden, doorgeslagen tot een zekere collectieve overwerktheid, denkt Whybrow. Met hun dertien vakantiedagen hebben veel Amerikanen de grenzen van hun fysieke en mentale tolerantie overschreden.

Uitgaande van een zekere mate van nationale hyperventilatie is het niet zo'n grote stap naar het Amerika waar de rest van de wereld de afgelopen jaren mee heeft kennisgemaakt: het heeft geen geduld voor het versnipperde en verdeelde buitenland, geen begrip voor de ingewikkelde wortels van armoede en onwetendheid, geen geduld voor de vruchteloze inefficiëntie van terrorisme, en in eigen land geen enkele tolerantie voor onveiligheid of vermeende dreigingen van buiten. Zoals Amerikanen problemen dicht bij huis aanpakken, recht-op-en-neer, zo denken zij dat de regering dat ook maar overzee moet doen. Volgende onderwerp.

De hardheid van die aanpak is niet te begrijpen zonder stil te staan bij de oorspronkelijke verovering van Amerika, en de grote trek naar het Westen. Geen dokter en geen verzekering in die dagen. Zelf doen. De even optimistische als dwingende ambities van de grondleggers waren er naar. Wie onderneemt, maakt kans. Wie niet durft, blijft achter. Een stevige God op de achtergrond kwam wel van pas op de grote reis.

George W. Bush werd in 2000 president na een campagne waarin hij de religieuze ommekeer in zijn leven en zijn waardenpakket als 'born again christian' had onderstreept. De mondiale dromen van een aantal neoconservatieven in de directe omgeving van vice-president Richard Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld kwamen als geroepen na de aanslagen van 11 september 2001. Bush maakte hun radicale wereldvisie tot de zijne in de overtuiging dat het zijn Hogere Opdracht was om met militaire overmacht Amerika's soevereiniteit te verdedigen.

Wat in vrijwel ieder ander land zou zijn afgedaan als een uiterst riskant luchtkasteel, kon in de VS worden gebracht als ferm beleid, een uiting van nationaal zelfbewustzijn. Maar alleen in een periode waarin regering en Congres werden gedomineerd door dezelfde 'wedergeboren' politieke overtuiging, kon enige jaren iedere vorm van afweging van beleidsalternatieven en kritiek worden buitengesloten. De sfeer van radicale economische vernieuwing, remoralisering en ideologische grote schoonmaak in medialand fungeerden als dekmantel en hitteschild.

Na de als zondig ervaren Clinton-jaren wilde christelijk Amerika het Reagan-project afmaken en afscheid nemen van de hedonistische opmars. George W. Bush werd een man met een missie dankzij 11 september 2001 ('het Pearl Harbor van de 21ste eeuw'), een status die hij heeft weten te verzilveren bij de tussentijdse verkiezingen van 2002 én zijn herverkiezing in 2004. Die missie is de optelsom van Amerika's angst, zijn persoonlijke religieuze en management-instincten, de conservatieve zakenagenda die hem financierde en het evangelische front dat via hem wil afrekenen met het losbandige stereotype van de jaren '60.

George W. Bush kon alleen de revolutionair worden die hij is door het toevallig samengaan van wereldwijde terroristische schokgolven en diepgewortelde Amerikaanse tradities. Zijn herverkiezing in 2004 bewees dat Bush geen gril van de geschiedenis is. Zijn succes is een fundamenteel-Amerikaans verhaal, waar actie en beeldvorming het - in ieder geval tijdelijk - kunnen winnen van analyse. Dat machosyndroom ligt ook ten grondslag aan de weerstand die hij oproept. De tegenbeweging in Amerika werd de afgelopen jaren meer verenigd en gestimuleerd door de president dan door de leiders van de oppositie.

De George W. Bush die groeide uit de as van Ground Zero, zegt veel over de reikwijdte van Amerika's ambities, in binnen- en buitenland. De huifkar is satellietgestuurd. De hele moralistisch-idealistische agenda van de regering-Bush doet blindelings een beroep op de nieuwste technieken. Zonder altijd een fijn gevoel voor lokale passies en principes te hebben of zelfs maar de effectiviteit in de gaten te houden. Zonder de meest gebruikelijke lezing van de Amerikaanse Grondwet als bindend te aanvaarden.

Sinds Bowling Alone, Robert Putnams boek uit 2000 over de ineenstorting van de gemeenschapszin en het mogelijke herstel ervan in Amerika, zijn Amerikanen zich meer bewust van hun gespannen levensstijl. Vaak werken twee partners in verschillende steden en is het aantal familiemomenten beperkt tot af en toe een weekeinde. Het leven is vluchtig aan de top. Een ambitieus volk heeft niet altijd de rust het effect van zijn goede bedoelingen te inventariseren.

En toch blijft dit Amerika met zijn grote schoenmaat en zijn blije beterweten een wereldwijd ijkpunt van voorspoed en vernuft, van trots en traditie vertaald voor miljoenen. De nationale vanzelfsprekendheid die president Bush uitstraalt roept heftige reacties op, voor en tegen. Maar als reisdoel van mensen uit de hele wereld die een beter leven zoeken is het land nog steeds een weergaloze trekpleister. Zoals de Amerikaanse populaire cultuur onverminderd een wereldcultuur is.

De aantrekkingskracht én de risicokant van wat Amerika uniek maakt zijn de afgelopen jaren door de gebeurtenissen uitvergroot. Ondanks strengere douanemaatregelen zien gelukzoekers onverminderd het ideaal dat mensen uit de hele wereld Amerikaan kunnen worden. Dat wenkend perspectief is weggelegd voor iedereen die de Amerikaanse Grondwet en democratische principes onderschrijft, maar ook de hardheid van het Amerikaanse bestaan aankan.

Soms leek het of George W. Bush de proto-Amerikaan was die het allemaal maar overkwam, die afging op zijn diepste geloof en de wereld introk, strijdend voor het Goede. Tot op zekere hoogte is dat waar, hij was de man die samenviel met deze boodschappen. Maar die oppervlakkige indruk ziet een basisfeit van het Amerikaanse bestel over het hoofd: hij was wel de baas. Bovendien, wie denkt dat hij niet zo slim is en het slachtoffer van sluwe adviseurs, onderschat hem schromelijk. Bush is deze jaren Amerika en Amerika neemt vergaande stappen. Hij is verantwoordelijk, zoals heel Amerika verantwoordelijk is. Voor rampspoed en mogelijk succes op lange termijn. Amerika kan zeggen: onder leiding van George W. Bush hebben we op onze manier geprobeerd dictatuur in het Midden-Oosten iets minder vanzelfsprekend te maken.

De vier revoluties die samenvielen met George W. Bush versterkten elkaar niet alleen, zij creëerden ook een roes waarin het land dat zich ziet als stralend voorbeeld voor de wereld elementaire beginselen van de rechtsstaat wegredeneerde. Zo konden de martel-excessen ontstaan die Amerika's aanzien in de wereld ernstig schaadden. Eind 2005, begin 2006 drongen die tot de binnenlandse publieke opinie door en begonnen een reactie op gang te brengen. Een cruciale test voor de Amerikaanse democratie.

Redacteur van NRC Handelsblad. Oud-correspondent in o.a. Washington.

Dit is een bewerking van het eerste hoofdstuk van 'Op de as van goed en kwaad: Amerika achter de schermen', dat volgende week verschijnt.