Eerst denken, dan doen

De oproep van de onderwijsraad tot wetenschappelijk onderzoek naar het nieuwe leren is verstandig. In het artikel van Anja Vink (W&O 8 april) noemen wetenschappers dit een onmogelijke opgave. Volgens Paul Kirscher is er niets nieuws aan het nieuwe leren.

Waarom dan extra onderzoek? Omdat het nieuwe leren een empirische benadering van de onderwijsproblemen tegenwerkt. Dat leert mijn analyse van de ambivalente manier waarop het nieuwe leren zich presenteert: dominant maar met verwarring over kernbegrippen.

De dominantie is gebaseerd op drie schijnsuccessen: het nieuwe leren is een radicale totaaloplossing, is modern en sluit aan bij een belangrijke onderwijsvernieuwing, competentiegericht onderwijs. Het gelijkstellen van kennis en ervaring is de oorsprong van de verwarring over kernbegrippen. Een direct gevolg van het stellen van een onjuiste vraag: `Hoe is kennis te gebruiken om conflicten te voorkomen?` De juiste vraag is afgestemd op de leerproblematiek en vraagt naar de beste manier waarop een leerling zich kan ontwikkelen en socialiseren.

Het nieuwe leren werkt een empirische benadering tegen: de kist met opleidingsinstrumenten is slecht gevuld, de analyse van het motivatieprobleem bij leerlingen is onnauwkeurig, de verwaarlozing van kennis is ongewenst en de onderzoeksvraag is verkeerd. We moeten inderdaad eerst denken. Hoe overwint het nieuwe leren deze problemen? Want volgens mij houdt het nieuwe leren goede oplossingen achter.