Duizendmaal Rolling Stone: babyboomers tegen Bush

Joost Zwagerman over het duizendste nummer van het Amerikaanse popblad 'Rolling Stone'

De cover van de duizendste Rolling Stone The front cover of the May 18, 1000th issue of "Rolling Stone" magazine is released in Los Angeles May 3, 2006. Rolling Stone founder Jann Wenner has assembled 154 of his best friends on the bold cover of the 1,000th issue of his pop-culture magazine, which hits newsstands this week. The hefty volume boasts a 3-D lenticular attachment featuring a Sgt. Pepper's-style collage of some of the biggest names in music, film, TV and literature of the last four decades. NO SALES NO ARCHIVES. REUTERS/Rolling Stone/Handout REUTERS

Op 5 mei verscheen in Amerika het duizendste nummer van Rolling Stone, opgericht in 1967. De cover van dit jubileumnummer schijnt een spektakel te zijn. Naar model van het Beatles-album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band - en ook wel afgekeken van Vanity Fair - bevat de coverfoto een tableau van persoonlijkheden uit de rock, showbussiness en politiek. Grootste attractie van de foto is dat het, vrij naar het persbericht van Rolling Stone, 'een driedimensionaal kunstwerk' zal zijn. Een omslag in 3D, dus.

De aankondiging doet denken aan een kleine rage van zo'n twintig jaar geleden, toen glossy tijdschriften bij hun uitgave soms een zogeheten 3D-brilletje sealden, een wegwerpbril met één rood en één groen glas. Als je er doorheen keek, was het de bedoeling dat de coverfoto van het tijdschrift diepte kreeg.

Vermoedelijk doe ik de cover van Rolling Stone groot onrecht met deze associatie; in de Amerikaanse media wordt er al maandenlang over geschreven en gespeculeerd, zeker nadat de oprichter en leidsman van het blad, Jann Wenner, al in oktober vorig jaar in de New York Times liet weten dat nummer 1000 'het duurste omslag uit de geschiedenis van de tijdschriftenindustrie' zou worden. Die kosten zijn gewoonlijk al hoog, want net als Vanity Fair werkt Rolling Stone met de best betaalde fotografen ter wereld. Vóór haar overstap in 1983 naar Vanity Fair werkte 's werelds duurste fotografe, Annie Leibovitz, exclusief voor Rolling Stone. Haar beroemdste omslagfoto is wel die van John Lennon en Yoko Ono, met een naakte John in foetushouding opgekruld tegen een geklede Yoko. Ook Richard Avedon en Herb Ritts maakten in de hoogtij-jaren van het blad regelmatig covers voor de Rolling Stone.

Het is jammer dat Jann Wenner bij dit duizendste nummer zich lijkt te concentreren op Rolling Stone als beeld- en imagebepaler van popsterren. Toen het tijdschrift in 1993 vijfentwintig jaar bestond, verscheen er tenminste nog een lijvige bloemlezing: The Best of Rolling Stone. 25 Years of Journalism On The Edge. De anthologie geeft aan wat de gloriejaren waren voor het tijdschrift: de jaren zeventig en begin tachtig. In dat tijdvak maakte Hunter S. Thompson zijn debuut. Zijn Fear And Loathing In Las Vegas, het hallucinante geschreven verslag van een door drank en drugs gestoffeerd verblijf in Las Vegas, verscheen oorspronkelijk in Rolling Stone. Thompson ging verder voor RS met het maken van luidruchtige politieke stukken, vaak gecentreerd rond Richard Nixon, door Thompson aan flarden geschreven. Een ander kopstuk,Tom Wolfe, praktizeerde zijn 'New Journalism'-journalistiek met literaire (stijl)middelen voor het eerst in Rolling Stone. Later verscheen Wolfe's eerste roman, The Bonfire Of The Vanities, als feuilleton in het tijdschrift.

Ook P.J. O'Rourke, Joe Esterhasz en Greil Marcus schreven journalistieke geschiedenis in Rolling Stone. Tegenwoordig claimt Jann Wenner dat het New Journalism is geboren doordat Rolling Stone er ruimte aan gaf. Dat is niet waar; Truman Capote en Norman Mailer schreven hun baanbrekende bijbels van het New Journalism (de non-fictieromans In Cold Blood en The Executioner's Song) niet voor RS. Capote was verbonden aan de New Yorker en Mailer had de Village Voice mede opgericht. Maar Rolling Stone publiceerde met het werk van Thompson en O'Rourke wél de radicaalste proeven van New Journalism.

Rolling Stone is onmiskenbaar geworteld in de tegencultuur van de jaren zestig, met een heilig geloof in een vruchtbaar samengaan van (blanke) rock en (progressieve) politiek. In de jaren zeventig was het blad het huisorgaan van wat tegenwoordig de babyboomers wordt genoemd, hoewel 'ouwe hippies' voor het gros van de lezers én makers volstaat. Veel van de lezers haakten af toen Rolling Stone in de jaren tachtig een kortdurende reuzenzewaai maakte en zich ontpopte als pro-Ronald-Reagan. De sympathie voor de Reagonomics en een trouw aan inmiddels vrij belegen muziek van bands als The Eagles en Fleetwood Mac bleek wonderlijk genoeg stand te houden, al daalde de oplage gestaag.

Helaas holde Rolling Stone in latere jaren in popjournalistiek opzicht achter de feiten aan. Jann Wenner plaatste persoonlijk een veto toen de punk opkwam. Idioten als de Sex Pistols verdienden geen verhaal in het blad. Na te zijn omgepraat door redacteuren ging Wenner alsnog en veel te laat overstag. Pas met het ronselen van redacteuren bij voorheen 'besmette' bladen als FHM wist RS zich te uiteindelijk een beetje te handhaven.

Grootste kracht van Rolling Stone is de weigering om mee te doen met de journalistieke cultuur van kort-korter-kortst. Een r.s.next zou bij Jann Wenner geen genade vinden. Nog steeds publiceert het tijdschrift, tegen alle voorschriften van 'bladendokters' in, nu en dan nog steeds stukken van tegen de tienduizend woorden - dat is zo'n vier pagina's in NRC Handelsblad. In het voorlaatste nummer stond bijvoorbeeld een profiel van George W. Bush. Titel: 'Is This The Worst President in History?' De vraag stellen is haar inderdaad beantwoorden - maar niet in een links-populistisch schotschriftje van twee kolommen, maar in een even doorwrochte als hilarische tour de force, geschreven door Sean Wilentz, professor in de Amerikaanse geschiedenis én Grammy Award-winnaar vanwege zijn teksten bij de bootleg-albums van Bob Dylan.

Het duizendste nummer zal in een recordoplage van twee miljoen exemplaren worden gedrukt. Dat is een waagstuk, want Rolling Stone kampte jaren met dalende oplagecijfers - tot aan de laatste jaren. De oplage van RS na jaren steeg ineens spectaculair van 1,2 miljoen naar 1,5 miljoen.

Die stijging begon met de Amerikaanse inval, en hoe langer de Amerikaanse interventie in Irak duurt, hoe sterker de stijging van de oplage van Rolling Stone. In tijden van oorlog verlangen lezers kennelijk terug naar het politieke DNA van Jann Wenners geesteskind.

Nu nog een nieuwe Hunter S. Thompson en Rolling Stone heeft helemaal geen driedimensionale hype-operaties voor de cover nodig.

    • Joost Zwagerman