Duinstructuren op Titan lijken op die in Sahara en Namibië

Radarbeelden gemaakt vanuit de Amerikaanse Cassini-satelliet hebben uitgewezen dat op Titan, de grootste maan van Saturnus, op grote schaal duinen voorkomen. De patronen die dat oplevert vertonen een treffende gelijkenis met zandduinen zoals die op aarde voorkomen in de Sahara, Namibië en woestijngebieden in Australië en het Arabische schiereiland (Science, 4 mei).

Spaceshuttle-opname van zandduinen in Namibië (107x283 km). FOTO NASA Nasa

Het gaat om uitgestrekte gebieden op Titan, met afmetingen tot 1500 bij 200 kilometer. Duinenrijen tot 150 meter hoog blijken honderden kilometers lang parallel aan elkaar te lopen, op onderlinge afstanden van één à twee kilometer. Rond de evenaar van Titan komen ze veelvuldig voor.

Titan bezit een relatief geringe zwaartekracht en heeft een dichte atmosfeer. In die omstandigheden volstaan geringe windsnelheden om losse deeltjes van de bodem te doen opdwarrelen. Tot voor kort was de opinie dat kleine losse deeltjes op de Titanbodem nauwelijks voorradig waren. Het zwakke zonlicht op de verre maan Titan zou te weinig erosie en wind opleveren om een substantieel 'lucht'-transport van deeltjes mogelijk te maken. Bovendien zouden die deeltjes door methaanmeren op het Titanoppervkak worden opgeslokt, lang voor het tot duinvorming kon komen.

Inmiddels is gebleken dat de krachtige getijdenwerking van moederplaneet Saturnus op de Titanatmosfeer de benodigde variabele winden alsnog kan opwekken. En meren op Titan zijn nog steeds niet waargenomen.

De Titan-duinen lopen oost-west en bestaan uit korrels met een grootte van tienden van millimeters. Deze deeltjes van het formaat zandkorrel zouden, aldus de auteurs van het Science-artikel, op Titan het resultaat kunnen zijn van stromingen in rivieren. Ook kunnen kleine stofdeeltjes uit de atmosfeer op de bodem neerslaan en daar samenvloeien tot korrels van het gewenste formaat. Windsnelheden van 0,1 m/s, afwisselend vanuit verschillende richtingen, volstaan om de lineaire duinen te maken. Dirk van Delft