Dodenherdenking op school

Antisemitisme in de klas, ècht antisemitisme, dat heeft ze nog nooit meegemaakt. Aldus lerares Tineke Klein in het Zaterdags Bijvoegsel van 29 april. Ze geeft les op een vmbo-school in Amsterdam, en doet mee aan het project `Tweede Wereldoorlog in Perspectief`. ”Had Hitler maar gewonnen, dan hadden de Palestijnen nu een leven gehad, dat is wat je hoort in de klas”. Dat is volgens haar geen antisemitisme, maar onwetendheid en pubergedrag, en die waren ook in het spel toen Marokkaanse jongeren een paar jaar geleden met bloemenkransen voetbalden en antisemitische leuzen riepen tijdens de dodenherdenking. Men wil zich vooral af zetten tegen alles wat westers is.

Dat mag zo zijn, ik schrok enorm van deze opmerking, net als van de 4 mei-`rellen` in 2003. Als dit geen antisemitisme is, wat dan wel? Veel racisme komt voort uit onwetendheid, en uit de behoefte zich af te zetten, alsmede uit een (misplaatste) slachtofferrol. Dit geldt voor Nederlanders die niks moeten hebben van allochtonen en asielzoekers en hun buurt zagen verkleuren, en zich afzetten tegen het `politiek-correcte denken` dat voorschrijft dat multicultureel goed is en dat Nederlanders tolerant moeten zijn.

Ook de zogenoemde Lonsdale-jongeren die buitenlanders pesten en erger, zetten zich af tegen het establishment, evenals Janmaat indertijd en tegenwoordig Geert Wilders. Ook velen die de nazi's steunden deden dit uit onwetendheid en naïviteit, evenals een misplaatst slachtofferschap.

De idee dat iets niet antisemitisch of racistisch kan zijn omdat het voortkomt uit onwetendheid of de behoefte zich af te zetten is gevaarlijk. Het is belangrijk racisme, antisemitisme en discriminatie te herkennen en als zodanig te benoemen. Begrip voor de oorzaken hiervan mag, hoe belangrijk dit ook is, niet leiden tot ontkenning van het probleem.