De thuisabortus

Wim Köhler schrijft over de thuisabortus alsof het zoiets zou moeten zijn als de thuiskapper of de thuisbevalling (NRC Handelsblad, wetenschapspagina 20 april). Er zijn echter grote verschillen. Ten eerste is bij genoemde situaties altijd nog een deskundige aanwezig. Ten tweede is óók een medicamenteuze abortus heus geen pretje. De kwaliteit van de abortushulpverlening staat al jaren op een zeer hoog niveau in Nederland, er is veel aandacht voor de besluitvorming. De zorg is met wet en regelgeving omkleed, er is een uitstekende registratie vanaf de jaren zeventig. Uit deze registratie komen belangrijke aanwijzingen voor hulpverlening en preventie.

Ook door de evaluatiecommissie, die de wet vorig jaar heeft geëvalueerd, wordt daarom aanbevolen dat de medicamenteuze behandeling wordt uitgevoerd via de klinieken en niet verloren gaat voor de registratie. In de praktijk wordt overigens het tweede deel van de behandeling vaak thuis gedaan. Het aantal bezoeken aan de kliniek is dan beperkt tot het eerste bezoek, waarin het besluit wordt genomen en de duur van de zwangerschap wordt vastgesteld en een aantal weken later om te controleren of de behandeling goed is verlopen.

Dat in sommige landen vaker de abortuspil wordt voorgeschreven heeft te maken met andere omstandigheden: wachttijden voor een curettage, afkeer van artsen om deze uit te voeren, een verdere zwangerschapsduur waarbij een behandeling met mifepriston is toegestaan.

Begrijp me goed: het is uitstekend dat er een keuze voor het afbreken van een zwangerschap met medicamenten mogelijk is en die wordt al deze vrouwen ook voorgelegd. Net doen alsof een abortuspil een aspirientje is, gaat voorbij aan de beleving van de paren die voor die keuze staan.