Bosbrand

Loopt PvdA-leider Bos te ver voor de troepen uit? Zijn partij glanst van hervonden elan en staat sterk in de opiniepeilingen. Maar zijn uitgesproken voorkeur om onze verzorgingsstaat meer op Scandinavische leest te schoeien doet op dit moment veel stof opwaaien. Drommen mensen met een eigen huis maken zich al zorgen over een eventuele beperking van de hypotheekrenteaftrek. Ouderen met een aanvullend pensioen hebben de indruk dat zij het mikpunt zijn van forse lastenverzwaringen. Een politicus die de renteaftrek ter discussie stelt en gepensioneerden meer wil laten bijdragen aan de financiering van de verzorgingsstaat, kan rekenen op onbegrip en loopt het risico veel stemmen te verliezen. Zijn partijgenoten en de kiezers van Nederland hebben recht op deugdelijke informatie over wat Bos precies wil.

Lang niet alle mediaberichten zijn jammer genoeg accuraat. Sommige opiniebijdragen zijn ronduit misleidend. Het helpt niet dat de PvdA-voorman zelf de plank ook wel eens misslaat. In een interview met deze krant, afgelopen dinsdag geplaatst, beweerde hij bijvoorbeeld dat de belasting- en premiedruk in Zweden en Noorwegen lager zijn dan in Nederland. Dit is pertinent onjuist. In Zweden is het belastingpeil 50 procent van het bruto binnenlands product, in Noorwegen ligt het op 45 procent, in Nederland op slechts 39 procent. Werkgevers en werknemers kijken niet naar zulke macrocijfers. Die zijn vooral geïnteresseerd in de 'wig' tussen de arbeidskosten voor de werkgever en wat de werknemer daarvan netto overhoudt. In Zweden draagt de werkgever voor een doorsneewerknemer 48 procent van zijn loonkosten aan de fiscus af. Nederlandse werkgevers zijn 39 cent van elke euro aan collectieve lasten kwijt, in Noorwegen is de wig met 37 procent iets geringer.

Wat zei Bos precies, een week geleden, op de Netspar-conferentie in Den Haag? Hij wil een brede verzorgingsstaat, die ook de middengroepen aantrekkelijke voorzieningen biedt. De overheid moet de beschikbare middelen anders inzetten: meer geld voor basisonderwijs en kinderopvang. En de herverdelingsmachinerie van de verzorgingsstaat gaat in revisie. Mensen met een goed inkomen dienen meer te gaan bijdragen en zij ontvangen in de toekomst minder subsidie. Al met al een weinig verrassende positie voor de voorman van de grootste centrumlinkse partij.

Bos richt zijn pijlen onder andere op de grootste subsidie, die disproportioneel aan de hogere inkomensgroepen ten goede komt. Het gaat om de fiscale faciliteit voor mensen met een eigen huis. Zij trekken samen 26 miljard euro hypotheekrente af en hoeven wegens woongenot slechts 4,5 miljard bij hun inkomens te tellen. Per saldo knaagt deze regeling 21,5 miljard euro van de heffingsgrondslag van de inkomstenbelasting af, wat de huiseigenaren als groep een belastingvoordeel van 10 miljard euro oplevert. In de afgelopen vijf jaar is deze subsidiepost met liefst 4 miljard euro toegenomen, terwijl elders op de rijksbegroting schraalhans keukenmeester was. Het nogal bescheiden voorstel luidt de subsidie wat te beperken voor huiseigenaren in de topschijf van het tarief. Zo'n ingreep raakt uitsluitend de 5 procent van de belastingbetalers die meer dan 52.000 euro per jaar verdienen. Elke euro rente die zij aftrekken levert nu 52 cent belastingbesparing op, dat zou 42 cent worden. Voor iemand die jaarlijks 20.000 euro rente aftrekt, betekent dit een lastenverzwaring van 2.000 euro. Daar hoeft niemand uit de doelgroep een goedbelegde boterham minder om te eten. Zij kunnen hooguit een keer minder op vakantie.

De hypotheekmaatregel werd ondergesneeuwd door de enorme heisa over de AOW. Alleen mensen onder de 65 betalen daar op dit moment premie voor: 17,9 procent over het inkomen in de eerste twee schijven (30.600 euro). Door de premievrijstelling genieten 65-plussers met een inkomen van 30.600 euro en meer in vergelijking met de overige belastingbetalers een voordeel van 5.475 euro per jaar. Bos heeft niet met zoveel woorden gezegd dat hij de premievrijstelling volledig wil afschaffen. Dat zou voor senioren inderdaad een forse lastenverzwaring opleveren, zij het met minder dan 17,9 procent over de eerste 30.600 euro inkomen. Door de verbreding van de heffingsgrondslag (omvat nu ook inkomen van ouderen) kan het tarief namelijk wat omlaag. Ouderen op het sociaal minimum merken niets, omdat hun bruto AOW-uitkering automatisch extra wordt verhoogd. Afgaande op een nadere toelichting van Bos, zouden ouderen met een aanvullend pensioen van niet meer dan 10.000 euro compensatie krijgen via een hogere heffingskorting op de te betalen belasting en AOW-premie.

Het zou eenvoudiger zijn de AOW meteen maar helemaal te versmelten met de inkomstenbelasting. Beide heffingen kennen al sinds 1990 dezelfde heffingsgrondslag. Zo'n 'fiscalisering' van de premies voor de volksverzekeringen is al tijden een vast punt in de verkiezingsprogramma's van de PvdA. Hoe de financieel deskundigen van sociaal-democratischen huize ook schaven aan een nieuwe gecombineerde tarieflijn, ouderen met aanvullend pensioen zullen in de toekomst geleidelijk meer gaan betalen. Daar valt trouwens alles voor te zeggen. Maar de PvdA doet er verstandig aan snel klare wijn te schenken wat dit plan de komende jaren concreet voor de koopkracht van gepensioneerden betekent. Anders dreigt een electorale bosbrand die de fractieleider zelf heeft aangestoken.

    • Flip de Kam