Bepaal eerst doelstellingen van het taalonderwijs 1

Er zijn plannen om het vak Nederlands in het mbo te incorporeren in andere vakken. Volgens de Tilburgse hoogleraar Accounting Jan Bouwens is dit een slecht idee (Opinie & Debat, 29 april). Zo schrijft hij onder meer: ”Die fundamenten (van het Nederlands, RA) bevinden zich in de grammatica van de taal en in de vormgeving van tekst. Via onderwijs in grammatica ontwikkelt de leerling gevoel voor de Nederlandse taal.” Dit is een vrome wens, maar in de praktijk komt grammatica-onderwijs bij Nederlands meestal neer op het leren van een `kunstje`: het benoemen van woordsoorten en zinsdelen, vooral bedoeld om terminologie ten behoeve van het vreemde-talenonderwijs onder de knie te krijgen. Al tientallen jaren is tevergeefs geprobeerd om aan te tonen dat meer inzicht in taalstructuren leidt tot een betere taalvaardigheid, waaruit een keihard argument voor meer grammatica-onderwijs zou kunnen worden afgeleid.

Tegenwoordig wordt in veel onderwijssectoren gewerkt volgens principes van `geïntegreerd taalonderwijs`. Globaal gezegd betekent dit dat het taalonderwijs plaatsvindt in het kader van (zaak-)vakonderwijs. Taal wordt zo op een functionele manier geleerd, is de gedachte. Leerlingen en studenten kunnen de taal gebruiken in contexten die voor hen motiverend en stimulerend zijn, wat de leerprestaties ten goede zal komen.

Geweldig idee dus, dat opheffen van het vak Nederlands in het mbo? Toch niet. Eerst moeten namelijk de doelstellingen van het taalonderwijs worden bepaald. Daarna moet worden vastgesteld welke leerstof bij de lessen Nederlands thuishoort, en welke beter in de lessen van andere vakken kunnen worden geïntegreerd. Het is allemaal niet simpel, maar dat betekent niet dat we in een opwelling van ongemotiveerde nostalgie zouden moeten terugverlangen naar het traditionele taalonderwijs zoals Bouwens doet.

    • René Appel Amsterdam