Bang, onbeschoft, ontevreden en inert

In het boek 'Retourtjes Nederland' verbaast de Engelse journalist Simon Kuper zich over het land waar hij als kind tien jaar heeft gewoond. Zijn beeld van Nederland: een land met apartheid, klassenstrijd en veel ruimte. 'Zwarte scholen maken ieder integratiebeleid tot een lachertje.'

Nederland-watcher Simon Kuper (1969) is naar eigen zeggen een 'beroepsallochtoon'. De Engelse schrijver en journalist woont in Parijs, is geboren in Oeganda uit joodse Zuid-Afrikaanse ouders en verbleef van zijn zesde tot zijn zestiende jaar in Nederland, waardoor hij vloeiend Nederlands spreekt. Na zijn vertrek bleef hij betrokken bij het Nederlandse wel en wee. Deze week verschijnt een boek van zijn hand: Retourtjes Nederland - over een land in beweging. 'Ik wilde woorden geven aan mijn verbazing.'

Het beeld van Nederland en de Nederlanders dat oprijst uit uw boek is niet om vrolijk van te worden. Wij zijn een bang, onbeschoft, ontevreden, inert volk.

'Neem om te beginnen die angst. De vorige eeuw is voor de Nederlanders betrekkelijk rustig verlopen. Ze waren niet betrokken bij de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog was vooral voor joden rampzalig maar voor de gewone bevolking minder ontwrichtend dan in veel andere landen, er hebben zich in Nederland geen terroristische groeperingen als de IRA, de RAF, de ETA of De Rode Brigades gevormd en zelfs de Centrumpartij polderde mee in het bestel. Nederland is gewend geraakt aan veiligheid, op een korte opflakkering van gewelddadig verzet door de Molukkers na. Het heeft vakantie gehad van de geschiedenis. Toen kwamen de moorden op Fortuyn en Van Gogh - en reageerde Nederland hysterisch. Een extremist als Volkert van der G. en de Hofstadgroep waren een nieuw fenomeen. Maar de reactie op deze twee moorden was buitenproportioneel. Er is in Nederland tot nu toe één dode gevallen door terrorisme, en hoe erg dat ook is, het rechtvaardigt niet die paniek. De Britten reageerden na de aanslag op de Londense metro totaal anders. Ze beschouwden de moslimgemeenschap evengoed als slachtoffer en de daders evengoed als Britten. Het was not done om alle moslims over één kam te scheren, terwijl in Nederland bestuurders er geen been in zagen om te klagen over dé moslims of dé Marokkanen. Neem Rob Oudkerk met zijn opmerking over 'kut-Marokkanen'. Daarnaast sloot het Engelse establishment een deal met de moslims. Zij zaten dichter bij het vuur, konden sneller potentiële terroristen traceren en als een soort adjunct-spionagedienst fungeren. Zij werden niet met scheve ogen nagekeken maar benaderd als mede-Britten.'

U citeert met instemming Trevor Phillips, hoofd van de Britse commissie voor Raciale Gelijkheid in Engeland: 'Mensen die anders zijn komen hier, zij veranderen én veranderen wat ze aantreffen.' In Nederland hoor je een dergelijke uitspraak niet snel.

'Ik denk dat het establishment de multiculturele samenleving heeft opgegeven, met Job Cohen als bewonderenswaardige uitzondering. De politici hebben zich laten verleiden de gevoelens van de straat te verwoorden en om mee te gaan in het bashen van immigranten. Maar ik geloof dat geen enkele partij bij de volgende verkiezingen de multiculturele samenleving in positieve zin tot speerpunt van haar programma zal maken.'

In uw visie hebben we sinds Fortuyn een klassenstrijd: de arme laagopgeleiden bestrijden de rijke hoogopgeleiden op het nieuwe slagveld van immigratie, Europa en normen en waarden. Is klassenstrijd niet een groot woord?

'Iedere samenleving kent klassen, maar in Nederland waren de onderlinge klassenverschillen kleiner dan in andere landen. Zoals Johan Huizinga zeventig jaar geleden al zei: 'Wij Nederlanders, van de notaris tot de dichter en van de baron tot de proletariër, zijn allen burgerlijk'.

Het land kende een grote sociaal-economische homogeniteit. Wat bijdroeg aan die homogeniteit was het zuilenstelsel. In iedere zuil waren alle sociale lagen verenigd. Maar in de jaren negentig werden de rijken rijker, de verschillen groter. Fortuyn kwam en won de ontevreden maatschappelijke verliezers voor zich en ook de ontevreden - want niet voor vol aangezien - nouveaux riches als de vastgoedjongens. Voor het eerst werden de verkiezingen een strijd tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden. Een klassenstrijd dus.'

Zijn we al niet weer een fase verder? In het gevolg van Verdonk, die de fakkel van Fortuyn heeft overgenomen, lopen inmiddels zowel hoogopgeleiden als laagopgeleiden mee.

'De elite heeft haar tactische overwegingen. Hoe behoudt de VVD haar macht, hoe wint ze de volgende verkiezingen, met welke standpunten blijft ze in het zadel? Als de partij denkt dat dat met Verdonk zal lukken, dan zullen ze haar in de armen sluiten. Maar ik geloof niet dat Verdonk - mocht ze gekozen worden tot lijsttrekker - een lange toekomst beschoren is. Zij slaat in navolging van Fortuyn met de vuist op tafel, zegt 'geen gezeik, wij gaan het oplossen', maar helaas is de moderne maatschappij te complex voor oneliners en simpele antwoorden. Files tover je niet weg, net zo min als de multiculturele samenleving. Daarom loopt iedere vorm van populisme uiteindelijk uit op een teleurstelling. De LPF in de regering is daar een mooi voorbeeld van.'

U schrijft: 'Nederland is de afgelopen twintig jaar omgeslagen van een anti-apartheidsland naar een land met een zekere graad van apartheid.'

'Een forse bewering, maar moeilijk te weerleggen. Een niet-westerse allochtoon heeft gemiddeld 74 procent niet-westerse allochtone klasgenootjes. Een autochtoon heeft er slechts 27 procent. Ik heb nu drie dagen rondgewandeld in Amsterdam en het is een stad met een blank hart en bruine buitenwijken. De Zuid-Afrikaanse cabaretier Pieter-Dirk Uys grapte in oktober 2005 in het Parool: 'Wij liepen met onze apartheid twintig jaar voorop. Van Verwoerd naar Verdonk, het is snel gegaan'. Satirische overdrijving, maar ik deel de gedachte erachter. Ik bewonderde de oprechtheid waarmee Nederland vroeger apartheid veroordeelde, maar hoe het land nu omgaat met scholensegregatie en arbeidsdiscriminatie stelt me bijzonder teleur. Hendrik-Jan Schoo beschrijft het Nederlandse schoolsysteem als 'gescheiden maar gelijk'. Dat is dus het tegendeel van integratie, dat is het verhaal van parallelle samenlevingen. Zwarte scholen maken ieder integratiebeleid tot een lachertje. Maar desegregatie heeft geen politieke prioriteit.'

Minister van der Hoeven, en met haar het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie, zegt dat er weinig te doen is aan het bestaan van zwarte scholen. Dat bestrijdt u?

'Je kunt de vrije schoolkeuze afschaffen, je kunt witte scholen verplichten een bepaald percentage niet-blanke leerlingen aan te nemen, maar dergelijke maatregelen liggen gevoelig binnen de Nederlandse samenleving, want schoolkeuze is traditiegetrouw vrij. Alleen wordt nu die traditie opgevoerd om een klassen- en rassenscheiding goed te praten. En de kiezers reageren inert. Ze vinden het allang best. Die willen voor hun kinderen het liefst een blanke school met een paar leuke allochtoontjes.'

Verdonk figureert regelmatig in uw boek. U verwijt haar een verkeerd gebruik van het woord integratie.

'Ik was vorig jaar in Memphis op de plek waar Martin Luther King is vermoord en moest erg aan hem én aan haar denken. Ze gebruiken allebei het woord integratie, maar voor King betekende integratie: the welcome participation of negroes into the total range of human activities.

'Voor Verdonk betekent integratie assimilatie met een aap-noot-mies-maatschappij van Nederlandse normen en waarden als handen schudden, Nederlands spreken op straat, sinterklaas vieren.'

James Kennedy schreef afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad: 'Diversiteit wordt gereduceerd tot een potentieel ontwrichtende kracht.'

'Dat onderschrijf ik volkomen. Volgens een vergelijkend onderzoek in Rotterdam, Parijs, Berlijn en Londen behandelen Nederlandse schoolboeken culturele verschillen vooral als probleem. Maar tegelijkertijd stellen ze de lezers gerust. Op een dag zal die Marokkaanse of Iraakse immigrant zijn eigen cultuur hebben afgezworen. En dat precies is de Verdonkiaanse opdracht.

'Diversiteit wordt niet als een verrijking gezien. maar als een gevaar. Verdonk vindt het niet acceptabel dat mensen anders denken, anders zijn.'

U wijdt ook een hoofdstuk aan het veranderende landschap en het immigratievraagstuk.

'Ik begrijp ook niet waarom het veranderende landschap als politiek thema wordt genegeerd. Meer dan vijftig procent van Nederland is landbouwgrond. Die grond brengt - zwaar gesubsidieerd - 4,5 procent van het nationaal product voort. De boerenstand zal verdwijnen en de akkers komen vrij.

'Deels zal die grond een bestemming krijgen als natuurgebied, deels een stedelijke bestemming. Dat betekent dat er in alle opzichten meer ruimte ontstaat. Dat haalt het 'Nederland-is-vol'-denken volledig onderuit.

'Maar in de heersende anti-immigratie mentaliteit is het weinig aantrekkelijk voor politici daarop te wijzen. Dat scoort niet. Maar als de gemoederen wat tot rust zijn gekomen, hoop ik dat het debat ook hierover zal gaan. Zo moeilijk uit te leggen is het toch niet?'

Ik heb inmiddels de woorden bang, inert, ontevreden horen terugkomen in uw verhaal, maar hoe zit het met de onbeschoftheid?

'Nederlanders zijn luidruchtig, kennen niet de elegante ingetogenheid van de Parijzenaars en zijn vanwege hun botte houding niet geschikt voor serviceberoepen.'

Is er ook nog iets aan Nederlanders dat u bevalt?

'Ik houd van de straten, de huizen. Ik vind het een genot om Nederlandse kranten te lezen in zo'n mooi ingericht café waar jullie er zo veel van hebben'

Maar ik bedoelde de Nederlanders.

'Ik heb de debatcultuur en de, inmiddels tanende, tolerantie altijd hogelijk gewaardeerd. En ik vind het mooi dat Nederlanders open staan voor invloeden van andere westerse landen. Misschien importeren ze zo op een dag ook wel weer goede manieren. En gaan ze Londen achterna als multicultureel paradijs.' Simon Kuper. Retourtjes Nederland, uitgeverij Atlas. 12,50

    • Colet van der Ven