Baanbrekende humor van Gotlib

In Brussel is een retrospectief gewijd aan de Franse striptekenaar Gotlib. In de jaren zestig zette hij het Frankrijk van De Gaulle op zijn kop.

Strip van Gotlib: de Franse superheld Superdupont

De tentoonstelling Rhâââ Gotlib in het Stripmuseum in Brussel is chronologisch van opzet. De carrière van de Franse tekenaar Gotlib (Marcel Gotlieb) verloopt volgens een heldere tijdslijn, die in vier blokken is opgedeeld. Het eerste blok begint bij de allereerste tekening die hij ooit maakte (een tekening van het orkest van Spike Jones dat hij kende van de radio) tot de geboorte van Gai-Luron in 1964 in het tijdschrift Vaillant. De slaperige hond, die altijd stoïcijns voor zich uit kijkt terwijl hij omringd is door krankzinnige slapstick, is een van Gotlibs populairste personages.

Vanaf 1965 begint Gotlibs grote avontuur bij het tijdschrift Pilote, waar René Goscinny (scenarist van Asterix en veel afleveringen van Lucky Luke) hoofdredacteur is. Gotlib solliciteert met het beroemde zespagina-verhaal Le Gag dat ook te zien is op de expositie. Het vernieuwende en reflectieve verhaal dat als begin van de 'auteurstrip' wordt beschouwd, beschrijft de sollicitatie van een tekenaar bij Pilote. De tekenaar verzint een flauwe grap over bananenschillen, waar de redactie lauw op reageert. Maar ja, er moet een gat worden opgevuld, dus zullen we hem een kans geven? Voortaan werkt Gotlib samen met een van zijn helden, Goscinny. Als die zich terugtrekt en Gotlib de vrije hand geeft in Pilote, ontstaat het roemruchte Rubrique-à-Brac, korte verhalen die snel worden verzonnen en uitgewerkt. De spontaniteit en de maffe humor met personages als Roodkapje en Isaac Newton, zetten in de jaren zestig het suffe Frankrijk van De Gaulle op zijn kop. In Rubrique-à-Brac treedt ook het lieveheersbeestje voor het eerst op als een kleine stoorzender. Hij duikt overal in het beeld op en levert relativerend commentaar. De vrijheid die Gotlib bij Pilote heeft om te experimenteren leidt tot nieuwe personages, zoals de gefrustreerde scoutleider Hamster Jovial en de Franse anti-held met buikje en baret Superdupont.

Maar Pilote is niet het eindpunt voor Gotlib, hij vervolgt zijn zoektocht naar de grenzen van wat nog kan in L'Echo des Savannes, het striptijdschrift voor volwassenen dat hij met Mandryka en Claire Brétecher 1972 opricht. De fraaie full-color covers zijn qua vormgeving spectaculair, maar de inhoud bevat expliciete, vulgaire humor die tot dan toe nog niet was vertoond en waarmee voortdurend tegen de schenen van de heersende, burgerlijk moraal wordt getrapt, zoals in Le jour matin tout plein de lumière die op de expositie wordt getoond in de vorm van wc-tegeltjes: een ongeschoren, man wordt wakker, steekt een sigaret op, rochelt, boert, plast in de wasbak en maakt op onsmakelijke manier zijn toilet. Glad geschoren en strak in het pak verbaast hij zich over de jeugd van tegenwoordig als op straat een langharige jongen per ongeluk tegen hem op loopt. Net als in al zijn eerdere werk treedt de tekenaar steeds op als personage dat belachelijk wordt gemaakt. Omdat Gotlib zichzelf niet serieus neemt, mag hij spotten met alles en iedereen.

Hoewel Gotlib zijn periode bij L'Echo des Savannes zijn doorbraak noemt, stapt hij na acht nummers over naar het net opgerichte Fluîde Glacial. Als hoofdredacteur vervulde Gotlib voor Fluîde Glacial dezelfde rol als Goscinny bij Pilote. In korte tijd wordt dit het meest gelezen striptijdschrift van Frankrijk. De invloed van Gotlib op de Franse humorstrip heeft geleid tot een eigen school met tekenaars als Alexis, Edika en Tronchet, en is nog steeds zichtbaar bij de nieuwe generatie Fluîde-tekenaars. Niet alleen de bijtende humor met slapstick, ook de soepele tekenstijl met bijzonder expressieve gezichten is een handelsmerk geworden. Het is dan ook terecht dat er aan Gotlib een tentoonstelling wordt gewijd.

Rhâââ Gotlib in het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal tot 17 sept. Zandstraat 20 Brussel. Dag behalve ma 10-18u. Inl www.stripmuseum.be