Zorgen over smeuïge Endstra-tapes

Voor het eerst is een belangrijk deel van een strafdossier letterlijk gepubliceerd door journalisten, in boekvorm en op het internet. Mag dat?

De erven-Endstra hebben een kort geding aangespannen om het boek De Endstra-tapes uit de handel te krijgen en publicatie van de tapes op de website Quotenet te verbieden. De Endstra-tapes zijn 254 pagina`s met de uitgetikte gesprekken van de in 2004 vermoorde vastgoedhandelaar Willem Endstra met drie rechercheurs, achterin een gepantserde BMW. De tapes zijn belangrijk materiaal in de rechtszaak tegen Willem Holleeder, die volgende week begint.

Het geding over het boek dient maandag, zegt advocaat Hans Koets van de erven. “Het gaat om geheime informatie van een in doodsnood verkerende man die bescherming zocht“, stelt Koets. “Omdat het de integrale weergave is van gesprekken van Endstra, berust het auteursrecht bij de erven. Dat mag niet met een boek te gelde worden gemaakt.“

De rechter zal maandag twee vragen moeten beantwoorden. Berust het auteursrecht inderdaad bij de erven-Endstra of ook bij de andere deelnemers aan dat gesprek, namelijk de politiemannen (die in dienst zijn van de overheid)? Het is bij (vraag-)gesprekken niet eenduidig te zeggen of het auteursrecht ligt bij de geïnterviewde of bij de interviewer/schrijver, zo zeggen juristen.

De andere vraag is of publicatie van geheime gesprekken is toegestaan. De tapes zijn onderdeel van het strafdossier tegen Holleeder, een zaak met zeventien verdachten. Twee Parool-journalisten, het zakenblad Quote en nog een aantal andere media beschikten over Endstra-tapes en hadden daar al delen van gebruikt in artikelen.

“Ik vind publicatie in dit geval niet zo bezwaarlijk“, zegt Gerard Schuijt, oud-hoogleraar mediarecht in Leiden. “Veel was al bekend. En het gaat om een afgerond geheel. Omdat Endstra dood is, kan er niets aan worden toegevoegd.“

In het algemeen kunnen journalisten dit soort geheime informatie publiceren, zegt Schuijt, mits ze afweging maken of het betrouwbare informatie is en of publicatie geen mensen schaadt, bijvoorbeeld de privacy van mensen die genoemd worden, of de belangen van een verdachte die geacht wordt onschuldig te zijn tot hij is veroordeeld.

Ook moeten journalisten zich afvragen waarom deze informatie is gelekt, en of zij niet gebruikt worden door een van de betrokken partijen, zegt Schuijt. “Ik vind het wel zorgelijk hoe veel er in dit soort zaken wordt gelekt, maar daar hoeft de journalistiek zich niet druk om te maken. Dat is een zorg voor de overheid. En echt te voorkomen is het ook niet.“

Justitie en advocaten van een aantal verdachten vinden de publicatie schadelijk omdat het de beeldvorming over de hoofdverdachten beïnvloedt, en daarmee ook de strafzaak. Ook advocaat Peter Plasman, die niet bij de zaak betrokken is, vind publicatie van de tapes kwalijk. “Dit verlaagt de drempel.“ Hij heeft zelf één keer 110 verhoren met een cliënt - een van de directeuren van de vuurwerkfabriek SE Fireworks - openbaar gemaakt, waarna ze op de website van het tv-programma Nova zijn gepubliceerd. Maar daar had hij de afweging gemaakt dat publicatie in het belang was van zijn cliënt - en had hij eerst justitie gevraagd of die de dossiers niet zelf wilde openbaren. “In dit geval is een dergelijke afweging niet gemaakt“, zegt Plasman. “En lijkt het vooral te gaan om het commerciële belang. Het is natuurlijk smeuïg materiaal, maar als er selectief uit een strafdossier wordt gepubliceerd, kan er een verkeerd beeld ontstaan.“

Journalist Bart Middelburg van Het Parool, een ervaren misdaadverslaggever, besloot van de tapes een boek te maken omdat de volledige teksten een beter beeld geven dan gewone nieuwsverhalen. “Je stapt als lezer met de rechercheurs in de auto en kan meeluisteren. Je ziet hoe ze Endstra een jaar lang leegzuigen en aan hem zitten te trekken en hem dan laten vallen.“

Het is voorzien van een voorwoord, nawoorden en voetnoten. Voldoende voor de lezer om zelf te kunnen oordelen, zegt Middelburg. “Het is nu nog moeilijk vast te stellen hoe betrouwbaar de informatie is - dat moet de rechter later maar beslissen.“

Hoofdredacteur Jort Kelder van het zakenblad Quote kreeg de teksten aangeleverd in een Blokkertas door een ex-entrepreneur en zette die op internet om “Het Parool te pesten“. Hij vindt het schandelijk hoe door het lekken van informatie een aantal zakenmensen is beschadigd doordat ze verdacht zijn gemaakt, beschuldigd betrokken te zijn bij zaken van Holleeder. “Maar als Het Parool er een nietje door slaat en en geld aan wil verdienen, dan maar liever helemaal openbaar. Dan kan tenminste ook iedereen lezen hoe schandelijk de politie Endstra heeft behandeld.“

    • Remmelt Otten