Zelfs Turkije is al te duur

Na een diepe crisis is de Turkse economie hersteld, maar nieuw onheil dreigt.

Turkije dreigt zijn status van Europees lagelonenland te verliezen.

'Houd vol, we komen uit dit dal en we redden het.' Met die reclamespot op de Turkse televisie probeerde een groep prominente Turken, onder wie popster Tarkan, de gedeprimeerde Turken een hart onder de riem te steken. Dat was in 2001, toen het land een ernstige economische crisis doormaakte. En zie, alsof hun oproep geholpen heeft: het land bruist weer van zelfvertrouwen.

Turkije groeit zo hard, het inkomen stijgt zo snel, dat internationale merken als Boss, Lancôme en Escada op de Turkse televisie hun modieuze producten aanprijzen. De tijd van de crisis is voorbij, die van de luxe parfums en designkleding is begonnen.

Of dreigt er nieuw onheil? Een van de pioniers van de Turkse textielindustrie, Orhan Abalioglu, maakte onlangs bekend dat hij zijn bedrijf verkocht heeft aan een firma uit India. De Indiërs zullen al zijn machines en productieapparatuur vanuit Turkije overbrengen naar India. 'Je kunt Turkije niet meer vergelijken met landen als India en China. InIndia is het jaarloon van een arbeider 700 à 800 dollar. In Turkije is dat aanzienlijk meer. Voeg daar de uitgaven voor energie en andere kosten bij en je ziet dat Turkije niet meer kan concurreren op de wereldmarkt', klaagde hij.

Een zwartkijker? Weinigen hadden in 2001 zo'n wederopstanding van de Turkse economie verwacht. Omdat de financiële markten niet meer in het Turkse herstelprogramma geloofden, moest de Turkse centrale bank in februari 2001 de koppeling tussen de Turkse lire en de dollar loslaten. Het resultaat was dat de lire in één dag zo'n 40 procent van zijn waarde verloor. Veel Turken trof dat als een mokerslag. Bij wisselkantoren in Istanbul keken verbijsterde klanten toe hoe hun auto, die ze op afbetaling met een lening in dollars hadden aangeschaft, elke minuut procenten duurder werd.

Het jaar 2001 werd een dieptepunt in de Turkse economische annalen. Maar die tijden zijn voorbij. De Oeso verwacht dat de economische groei dit jaar rond de 6 procent uitkomt. De inflatie, ooit 100 procent per jaar, ligt nu onder de 10 procent. De banksector, eens een zwakke plek in het economische bestel, is geherstructureerd. Telkens komt de Turkse regering met nieuwe mooie economische cijfers. Alsof het niet op kan.

Pionier Abalioglu is niet de enige zwartkijker. Ook de toeristensector klaagt. 'De cartooncrisis gaf toeristen het gevoel dat landen waar veel moslims wonen niet veilig zijn', zegt Günnur -zalp van de brancheorganisatie Türsab. Vorig jaar trok Turkije meer dan 21 miljoen buitenlandse bezoekers, maar of dat aantal dit jaar wordt gehaald, is de vraag. Door de uitbraak van de vogelgriep bleven opnieuw veel toeristen weg. Vakantiesteden als Antalya zagen zo'n 40 procent minder gasten. De Turkse lire is intussen flink in waarde gestegen. 'Turkije is lang niet meer zo goedkoop als het was', zegt ze.

Professor Ahmet Suut Dogruel van de Marmara Universiteit in Istanbul is ook een stuk minder optimistisch dan de Turkse regering of de Oeso. 'Ik sluit niet uit dat de economie weer in een zware crisis terechtkomt.' De omstandigheden nu zijn volgens hem te vergelijken met die van 1994, toen de Turkse economie crashte en door het IMF weer op de been geholpen moest worden.

De textielsector is een goed voorbeeld van waar het volgens hem misgaat. 'Het aandeel van de textiel in de Turkse export is zo'n 25 procent, dat is erg hoog', zegt Dogruel. Natuurlijk heeft Turkije zwaar te lijden door concurrentie vanuit India en China. 'Maar als Turkse industrieën hoogwaardige textielproducten maken, dan zouden zij moeten kunnen overleven.' Dat de Turkse textielindustrie steen en been klaagt wijst erop, zegt hij, dat zij niet in staat is zich in een globaliserende economie staande te houden. En eigenlijk is dat de kern van het probleem van Turkije: de wereld is een grote markt geworden en alleen sterke bedrijven kunnen zich handhaven. Turkije slaagt er echter niet in voldoende aantrekkelijke producten te maken. En dus is er een tekort op de handelsbalans, en dus is de Turkse economie in de gevarenzone terechtgekomen.

Uiteindelijk heeft Turkije twee grote problemen, vindt de hoogleraar. Het eerste is een beroerd onderwijssysteem. 'We investeren hier in dit land in onderwijsmaterialen, maar niet in mensen. De regering wil in elke school een zogeheten computerlaboratorium inrichten. Maar wat heb je daaraan, als je geen leerkrachten hebt die kunnen uitleggen hoe je de computers moet gebruiken?'

In de globaliserende economie kan Turkije zich alleen staande houden als de arbeidskrachten goed worden opgeleid. 'Ik was in de Verenigde Staten toen dat land de concurrentie met Japan niet aankon', vertelt hij. 'Amerikaanse fabrieken kochten nieuwe machines, maar de werknemers konden de gebruiksaanwijzingen niet lezen. President Clinton is gaan investeren in de opleiding van mensen. Nu kan Amerika Japan weer aan.'

Maar Turkije heeft nog een ander probleem: de kloof tussen de regio's. 'Ik ken geen land dat uiteindelijk kon blijven groeien zonder dat die kloof werd gedicht.' De hele industriële productie komt voor 60 procent uit Istanbul en omstreken, zegt de hoogleraar. 'De andere 40 procent vind je in steden als Bursa, Izmir, Adana en Ankara. Er zijn gebieden in Oost-Turkije waar de productie van voedsel de enige economische activiteit is. Er zijn hier provincies die zo weinig zijn ontwikkeld dat er zelfs geen bioscoop is.'

De ophoping van industrieën rond Istanbul zorgt er volgens hem voor dat economische activiteiten daar steeds duurder worden. Het verschil in leefomgeving tussen West- en Oost-Turkije maakt dat een groot deel van de Turkse arbeidskrachten gedemoraliseerd is. In China is het gemiddelde loon 1 dollar per dag, in Turkije is het minimumloon 3 dollar per dag. 'Toch zijn de mensen in China gelukkig en in Turkije niet.'

    • Bernard Bouwman