Woudgeluiden uit Sint Petersburg

Op het SKIF-festival in Sint Petersburg spelen bands uit de hele wereld, zoals het Groningse Plan Kruutntoone. “Als een zigeunerband willen wij deel uitmaken van de omgeving.“

De band Igri i Sni repeteert foto Katja Bogasjevskaja Sergey Kuryokhin Intarnational Festival Sankt-Petersburg, Russia, 20-24 april 2006 Backstage, the band "Igri i sni"("Games and songs") rehearses before the performance Bogasjevskaja, Katja

Het podium is verlaten, de zaalverlichting staat aan. Halverwege de avond laat het volgende onderdeel op het programma van het alternatieve muziekfestival SKIF in St. Petersburg geruime tijd op zich wachten. Dan barst achter in de grote zaal spontaan applaus los. Het publiek voorin valt bij met ritmisch geklap. Een langharige jongen met cowboyhoed begint met stokjes op een stoelleuning te trommelen. Een meisje slaakt een langgerekte kreet, die wordt beantwoord met gesnerp en een nagebootste roep van een lokvogel.

Na drie dagen van avant-garde- en improvisatiemuziek neemt het Russische publiek in een balorige bui het heft in handen en begint zijn eigen experiment. Schrille keelklanken vloeien door de ruimte op de maat van het stuwende handgeklap. Het publiek is zich bewust van het bijzondere van het moment; ruim tien minuten is de zaal zijn eigen orkest.

Uiteindelijk betreedt het Britse Acoustic Ladyland het podium. De band steelt de show met opzwepende psychedelische orgelrock aangevoerd door een scheurende saxofoon. Het genre ontstond toen de bandleden besloten punkrock op jazz-instrumenten te spelen. De zaal, nog uitgelaten van de eigen creatieve uitbarsting, geeft zich geheel gewonnen en zet het op een dansen. Tijdens het nummer Ludwig van Ramonevoert een fan zelfs een ouderwetse stagedive uit. Zo bewijzen de vier jonge Britten dat experimentele muziek niet alleen aandachtig luisteren vereist, maar dat er ook op valt te swingen.

SKIF (Sergey Kuryokhin International Festival) is het voornaamste festival voor alternatieve muziek in Rusland. Vier dagen lang, van de vroege avond tot in de late uurtjes, wekt een keur aan bands uit binnen- en buitenland onalledaagse en vaak ongehoorde klanken op. De meest uiteenlopende genres komen aan bod: jazz uit Litouwen, popfolk uit Bulgarije, industriële metal uit Hongarije, retro-synthipop uit Duitsland en een onwaarschijnlijke combinatie van Russische surfmuziek en horrorshow uit St. Petersburg. De hoofdact van de tiende editie van SKIF is het duo Fred Frith en Chris Cutler, die in de jaren zeventig als de band Henry Cow furore maakte met progressieve gitaarrock. Talloze lokale bands tonen hier hun kunsten aan een breder publiek. De Nederlandse avant-garde wordt vertegenwoordigd door het Groningse Plan Kruutntoone, het Amsterdamse duo ZEA, gitarist Wiek Heymans en saxofonist en visual artist Thomas Ankersmit.

Oppositie

De eerste twee edities vonden plaats in New York, daarna verhuisde het festival naar St. Petersburg. SKIF werd in 1997 door de Russische emigrant en cellist Boris Rajskin opgericht, ter nagedachtenis van zijn vriend en kunstbroeder Sergej Koerjochin, pianist, componist en muzikaal vernieuwer, die een jaar eerder op 42-jarige leeftijd aan kanker overleed. Koerjochin (Moermansk, 1954) stond vanaf de jaren zeventig aan het begin van de Leningradse free jazz- en rockbeweging, in een tijd dat dergelijke muziek geheel in het teken stond van oppositie. Hij maakte deel uit van de legendarische rockgroep Akvarium totdat hij in 1980 Pop Mechanika vormde, een in samenstelling en omvang wisselend gezelschap dat de grenzen tussen klassiek, rock en jazz deed vervagen. In zijn hele korte leven was hij een omstreden figuur, berucht om zijn stoutmoedige optreden en provocaties. Hij betoogde op de nationale televisie dat Lenin in feite een paddestoel was en verbaasde aan het eind van zijn leven vriend en vijand door zich aan te sluiten bij de nationalistische en anti-westerse Nationaal Bolsjewistische Partij.

Nog altijd wordt Koerjochin in wijde kring bewonderd, vanwege zijn muzikale erfenis bestaande uit meer dan veertig platen en vooral vanwege zijn spectaculaire performances. Een voorstelling van Pop Mechanika was vaak een wervelende show van soldatenkoren. blaaskapellen en vrouwen die in uniform over het podium paradeerden.

“De jeugd van tegenwoordig moet zich realiseren dat de vrijheid die tegenwoordig zo vanzelfsprekend is, nog door Koerjochin moest worden bevochten“, houdt acteur en naaste vriend Sergej Boegajev de jonge generatie journalisten voor tijdens de opening van het festival.

Dat neemt niet weg dat een peloton gespierde beveiligingsmannen is uitgerukt om de jeugd nauwlettend in de gaten te houden. Als een opstandige puber een sigaret opsteekt waar dat niet mag wordt hij subiet in de kraag gevat en de zaal uit gesleurd.

SKIF vindt plaats in het pand van bioscoop Priboj, een kleurloze betonnen kolos in een afbraakwijk op het Vasiljevski-eiland. Het krappe bovenpodium bedient een voor zijn diepte veel te smalle, donkere foyer. De bioscoopzaal beneden daarentegen is veel breder dan die diep is en heeft een reusachtig podium. Toeval wil dat de twee Nederlandse bands ZEA en Plan Kruutntoone gelijktijdig zijn geprogrammeerd. ZEA geniet al enige lokale bekendheid na een reeks concerten in verschillende Russische steden en een televisieoptreden voor een Petersburgse lokale zender afgelopen najaar. De fans wachten ongeduldig voor het podium als geluidstechnicus Gert-Jan nog naarstig een defect kabeltje probeert te lokaliseren. Zanger/gitarist Arnold de Boer en toetsenist/computerman Remko Muermans maken vrolijke punkrock, die op gezette tijden ontaardt in herkenbare samples van bijvoorbeeld Lee Dorseys Ya Ya of onherkenbare noise.

De blazers en voordrachtkunstenaars van Plan Kruutntoone moeten op het immense benedenpodium een stuk harder zwoegen voor een zaal die maar niet vol wil lopen. Voor de gelegenheid is de Moskouse dichter Maksim Maksimov ingehuurd om de Nederlandse teksten in het Russisch te declameren. Maar pas als zanger/gitarist Hansko Visser met zijn rauwe stem een Hollandse plattelandsballade zingt, springt een enkeling op de voorste rij van zijn stoel en weten de Groningers een paar Russische voetjes van de vloer te krijgen.

Na afloop zijn de bandleden niet ontevreden, ook al was er van een band met het publiek geen sprake. Sowieso spelen ze liever niet op een podium, maar te midden van het publiek. Zanger Hansko Visser: “Als een zigeunerband willen wij deel uitmaken van de omgeving en die omgeving met onze muziek becommentariëren. Niet dat ik als Groningse jongen meen authentieke zigeunermuziek te kunnen maken. Ik noem mezelf een mislukte zigeuner.“ Voor Hansko Visser en drummer Rik Potma is het niet meer dan logisch hier op SKIF te staan. Twintig jaar geleden traden ze al in Leningrad op en hebben toen ook tijdens een concert van Pop Mechanika Sergei Koerjochin zien spelen. Visser: “Tijdens ons eigen optreden nam een KGB-agent foto's van het publiek. De angst was er voelbaar. Koerjochin daarentegen gaf een wervelende show met veel mannequins op het podium en een orkest blazers. De hele sfeer ademde vrijheid.“

In de hal verdringen muziekliefhebbers van alle leeftijden zich voor stands met boeken over Russische opnametechnieken en veel cd's van obscure bands uit alle windstreken. Even verderop zet de Russische fanfare Gopa Novy God (Hopla Nieuwjaar) het feestgedruis luister bij. Twee neonazi's in knalrode T-shirts van de Nationaal Bolsjewieken mengen zich in het publiek, wellicht om met hun aanwezigheid eer te betuigen aan het politieke gedachtegoed van Koerjochin. Terwijl beneden in de grote zaal het Belgisch experimentele trio Noise-makers Fifes met zware industriële muziek op de meest uitzinnige zelfvervaardigde instrumenten woudgeluiden produceert bij videobeelden van dichtbegroeid struikgewas, spelen op het bovenpodium twee engelachtige Petersburgse conservatoriumstudenten vederlichte vioolmuziek die speels overschakelt van klassiek naar jazz naar bluesy pop en weer terug. Hun bandnaam is Igry i Sny (Spelen en Dromen), een grappige verwijzing naar hun voornamen Igor en Sonja.

In het verleden is op SKIF al menige Petersburgse band doorgebroken tot een breder publiek, zoals de populaire feestband Leningrad. Nu is een van de opvallendste jonge artiesten Galya Chikiss. Deze 23-jarige diva in wording betovert onder begeleiding van een gitarist en percussionist het publiek met een eigensoortige muziek, die tegelijk opvallend vanzelfsprekend klinkt. Van achter haar Roland keyboard kijkt ze met haar grote groene ogen uit over het publiek alsof ze over de zee tuurt uit haar liedje Okean.

Handgranaat

Voortdurend wisselen doodserieuze acts en ludieke bands elkaar af. Op de twee podia strijden woede, hartstocht, tederheid, obscuriteit en absurditeit om een eigen plaats. Française Marylise Frecheville van het anarchistische folkduo Vialka lijkt even explosief als de handgranaat die op de binnenkant van haar arm is getatoeëerd. Als een maniak gaat ze tekeer op haar drums, om eens in de zoveel tijd op te springen en te midden van het publiek de pasjes uit te voeren van een Pyreneese volksdans. Daarbij zingt ze uit volle borst polyfone gezangen, terwijl haar Canadese partner haar op zijn gitaar probeert bij te houden. “Dit is geen underground maar avant-garde“, constateert iemand in de zaal. Van die helse woede valt niets meer te bespeuren als ze na het optreden vertelt over Vialka's tournee door Vietnam, China, de Centraalaziatische republieken en de Kaukasus. Alleen rest slechts nog een beetje ontstemdheid over de lage gage van tweehonderd euro die Vialka van SKIF ontvangt.

Zo passeert een breed scala aan de meest uiteenlopende bands de revue. Voor Russische babyboomer Gosha is het echter niet goed genoeg. Alles wat hij hoort en ziet is al vele malen eerder gedaan. Volgens hem verdraagt ware kunst geen vrijheid. “Voor echt iets nieuws moet je tegenwoordig in Wit-Rusland zijn“, beweert de ronde veertiger. “Daar heerst eenzelfde toestand als in de Sovjet-Unie onder Brezjnev.“

Het eigen roemruchte verleden, de gebrekkige locatie, de beperkte financiële middelen, de chaotische organisatie, het zijn een paar van die kwalen waar SKIF mee te kampen heeft. Maar tegelijk zijn dat de redenen dat SKIF na tien jaar alles behalve een gezapig evenement is. Er moet voortdurend worden geïmproviseerd. Geld om grote namen binnen te halen is er niet, zodat de onvermoeibare programmeur Natasja Podobed zich tot het uiterste moet inspannen om onontdekte acts van enige waarde te programmeren. Soms is het obscuur, soms te experimenteel of nietszeggend, maar even vaak is het spannend en gevarieerd en voortdurend wachten je verrassingen en nieuwe ontdekkingen.

De Russen zijn op hun best als ze alle remmen losgooien. De Petersburgse Messer Chups zijn een tot in de puntjes uitgewerkte gimmick. Gitarist Oleg Gitarkin en bassiste Zombie Girl spelen samen met hun drumcomputer onversneden Russische surfversies van Johnny Cash' Ghostriders in the Storm tot Kraftwerks She's a Model. Zelfs de vogeltjesdans weten ze enigszins dragelijk te maken, waarop bovendien door het Russische publiek naar hartelust wordt gejived. Op een groot scherm worden in kodachromekleuren filmpjes afgedraaid waar het bloed en de blote tieten van afspatten.

Maar het kan nog schaamtelozer. De Moskouse band Kaftan Smecha (Boerenkiel van de Lach) laat zijn mengsel van glitterrock en variété begeleiden door afwisselende beelden van concentratiekampen, een vat vol krioelende wormen, paraderende soldaten en embryo's in vangnetjes. De zangeres kleedt zich voor elk nummer om. “Het meest interesseert me theater“, roept de zanger. Zoveel smakeloosheid met zoveel overgave opgediend dat het in ieder geval voor opwinding zorgt.

Op dergelijke momenten vloeien muziek en theater samen tot zo'n waarachtig spektakel, dat de geest van Koerjochin er wel moet rondwaren.

    • Paul Alexander