`We verdienden toch al niks`

Invoering van een nieuwe berekening van visvangst-quota bedreigt opnieuw de Nederlandse vissers. Visser Messemaker: “Niemand geeft het zomaar op.“

Hendrik Messemaker met zijn zonen Jaap (links) en Willem vlak voor vertrek uit de haven van IJmuiden. Ze gaan bij Noorwegen vissen op tong en schol. Vader Hendrik Messemaker met zijn zonen Jaap (links) en Willem (rechts) op de Katwijk 45 Anna Hendrika vlak voordat ze vertrekken vanuit de haven van IJmuiden. Ze vissen in de Noordzee bij Noorwegen op tong en schol en blijven 10 dagen weg. De andere zonen gingen deze reis niet mee. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

In de keuken van de Anna Hendrika klinkt opeens het ronkende geluid van startende motoren. “Dat is mijn zoon. Hij is 15 jaar, maar start wel gewoon de motor“, zegt de 65-jarige Katwijkse visser Hendrik Messemaker, om half vijf `s morgens net terug in de haven van IJmuiden, vol trots. Dolgraag zou hij - “al 50 jaar visserman“ - zijn kotter overdoen aan zijn drie zonen en hen een toekomst in de visserij bieden. Maar de kans daarop lijkt klein.

Onder Europese visserijministers bleek vorige week flinke steun te bestaan voor drastische vermindering van de vangst van schol en tong. Een kwestie van leven of dood voor de Nederlandse vissers, die 70 procent van de Noordzeetong binnenhalen en 30 procent van de schol. Minister Veerman (LNV, CDA) verzet zich, maar kan voorlopig alleen rekenen op steun van België. Na jaren van inkrimping van de vloot ziet de toekomst er somber uit voor de Europese vissers.

Messemaker weet uit eigen ervaring dat er iets moet gebeuren om de teruglopende visstand te redden. “Vroeger vingen we met een scheepje van 200 pk in één nacht wat we nu met een schip van 2.000 pk in een week vangen. De Urkers zullen wel weer moord en brand schreeuwen, maar zonder quota was alles al lang naar de klote.“ De Katwijker zegt groot respect te hebben voor de vissers uit Urk, maar verwacht uit die hoek wel het grootste verzet. “De Urker is een geweldige ondernemer en wil al zijn zonen het liefst een eigen kotter geven. Dat kan gewoon niet meer“, zegt Messemaker.

Hij is bereid strengere quota te aanvaarden, maar niet in het voorgestelde tempo. Brussel wil dat de vissers de komende drie jaar steeds 15 procent minder schol en tong vangen. Messemaker meent dat plotse invoering van het Brusselse plan de nekslag voor de Nederlandse platvisvisserij betekent. “Door de hoge olieprijzen verdienen we al niets. En we staan onder enorme druk van de milieubeweging om over te gaan op nieuwe vangstmethoden die de zeebodem minder beschadigen. De investeringskosten daarvoor bedragen al snel een halve ton. En dan zouden we ook elk jaar nog flink minder mogen vangen. Dat gaat allemaal veel te snel“, zegt Messemaker.

Zijn jeugdvriend Wim Jonker knikt instemmend. Hij is midden in de nacht opgestaan om bij Messemaker aan boord een “bakkie koffie te komen doen“. Omdat de haring al vanaf de jaren zeventig wordt bedreigd door overbevissing, heeft Jonker de Noordzee verruild voor verre oorden. Tegenwoordig is hij stuurman op een Nederlandse hektrawler van 125 meter waarmee hij voor de kust van Mauretanië vist op sardine en makreel. “Maar ook daar is het al te druk op het water“, zegt Jonker.

Overbevissing dreigt op veel plaatsen. De plannen van de Europese Unie komen dan ook voort uit afspraken die in 2002 tijdens de VN-top over duurzame ontwikkeling zijn gemaakt. De deelnemende landen hebben zich verplicht om het voortbestaan van gezonde vispopulaties te garanderen. In mei en juni praat Europa verder over de kwestie.

Messemaker ziet eigenlijk maar één oplossing. Dat is subsidie voor een nieuwe saneringsronde. “Niemand geeft het zomaar op. Bovendien blijf je met schulden zitten. De schepen zijn nog niet afbetaald, maar ook niets meer waard, want wie wil er nu nog een kotter kopen? Zonder sanering gaat iedereen door, want we zijn idealisten, verslaafd aan vissen“, zegt hij. Maar Messemaker hoeft niet te rekenen op minister Veerman. Die zei vorige week dat hij geen geld over heeft voor een sanering.

Messemaker ziet wel wat ervan komt. Hij vertrekt weer voor tien dagen naar de Noorse wateren, die buiten de EU-regels vallen. Door daar in de zomer te vissen, hoeft hij zijn visquota voor de Noordzee pas vanaf september aan te spreken. “Om de kosten te drukken, werk ik tegenwoordig met Polen aan boord. Maar ik kan er niet genoeg aannemen om zelf een stapje terug te kunnen doen“, zegt hij.