VN ondervragen VS over martelen

De Verenigde Staten zijn vandaag voor het eerst sinds het land zijn `oorlog tegen terreur` begon, ondervraagd door UNCAT, de VN-commissie tegen martelen. De commissie, die de VS ook maandag nog zal horen, stelde in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in Genève vragen aan een Amerikaanse overheidsdelegatie over onder meer de misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en de behandeling van terreurverdachten in Guantánamo Bay in Cuba. Naar verwachting komen ook de vermeende geheime CIA-gevangenissen en het transport van gevangenen naar landen die martelen toestaan, aan bod.

De VN-commissie ziet toe op naleving van de 22 jaar oude conventie van de Verenigde Naties die martelen verbiedt. De Verenigde Staten ratificeerden het verdrag in 1994. Net als de 139 andere landen die de conventie tekenden, moeten de VS regelmatig schriftelijk rapport uitbrengen, waaruit blijkt dat zij zich aan de regels houden. UNCAT heeft veel moreel gewicht, maar kan geen sancties opleggen.

In januari van dit jaar - vier jaar later dan eigenlijk had gemoeten - meldden de VS aan de commissie dat het land “ondubbelzinnig“ tegen martelen is en dat het “onverminderd toegewijd is“ aan het verbod op martelen. De commissie wil nu weten waarom het land geheime gevangenissen onderhoudt, wat voor verhoormethodes het gebruikt en of de regering van president George W. Bush de verantwoordelijkheid neemt voor de martelpraktijken die zouden zijn gepleegd door Amerikanen buiten de VS.

De Amerikaanse delegatie bestaat uit circa dertig medewerkers van de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie, Justitie en Veiligheid. John Bellinger, adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken, vroeg de commissie vandaag niet enkel op beschuldigingen af te gaan. Volgens hem zijn in het conflict met Al-Qaeda “relatief weinig werkelijke gevallen van misbruik en wangedrag“ voorgekomen.