Verzetsmensen wisten het ook

Uit het gedenkboek (1946) van twee verzetsgroepen blijkt dat het bestaan van gaskamers al in de oorlog bekend was, betoogt Ies Vuijsje in antwoord op reacties op zijn boek.

In mijn boek Tegen beter weten in wordt betoogd dat eind 1942 de uitroeiing van de joden een publiek geheim was. De berichtgeving van de illegale bladen, Radio Oranje en de BBC was niet vaag zoals L. de Jong beweerde. Werden ze ook geloofd? Volgens De Jong niet, en volgens NIOD-historici ook niet. In de eerste jaren ontstond de `wij hebben het niet geweten mythe`, door historici als De Jong versterkt. Echter, uit reacties op mijn boek blijkt dat velen de berichten geloofden (Opiniepagina, 3 mei).

In 1946 verscheen het gedenkboek Den vijand wederstaan van de verzetsgroepen LO/LKP (Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers en Landelijke Knokploegen). Op pagina 22/23 staat: “Van de Joden in ons land zijn slechts enkele duizenden overgebleven, van welke schamele rest reeds wordt beweerd, dat zij niet in staat zijn, het zuivere Joodsche ras in stand te kunnen houden.

“Honderd en zes duizend Joden zijn het kamp Westerbork gepasseerd, op reis naar de gaskamers in het Oosten. Millioenen rasgenooten uit andere landen van ons werelddeel, daar samengebracht, deelden hun lot. Kunnen wij als de Duitschers ons verontschuldigen met een: `Wir haben es nicht gewusst?` Stond diep in ons hart niet met zekerheid voor ons vast, dat dit het resultaat zou zijn, toen de Nazi`s in ons land de macht veroverd hadden en de eerste anti-Joodsche maatregelen reeds enkele maanden na de bezetting werden uitgevaardigd?

“Wij wisten het wel: slechts een zeer spoedige nederlaag van de Duitsche tirannen kon de Joden toen nog redden. Aan de bedoeling van de Duitschers behoefde toch niet meer getwijfeld te worden: wij hadden gezien, hoe ze in hun eigen land tekeer waren gegaan, wij kenden de niets-ontziende wreedheid, de goddelooze moordzucht van hun sadistisch systeem. En zoo niet, de brutale dreigementen vanSchmidt [Generalkommissar bij het Duitse gezag] en de openhartige bekendmakingen van den bezetter omstreeks half Juni 1942, hadden toch eindelijk ons heele volk wakker moeten schudden. Maar het schrok even op en suste zich zelf weer in slaap met de gedachte, dat het zoo`n vaart niet zou loopen. Met een volkomen misplaatst vertrouwen in de Nazi`s maakten velen onzer zichzelf wijs, dat zoo iets beestachtigs in onze beschaafde wereld toch niet meer mogelijk zou zijn. En de ambtenaar van het kamp Westerbork, die voor een goed Nederlander doorging en die nog in 1943 rondvertelde, dat de joden in het Oosten in nette kampen in familieverband bijeen gebracht werden, vond warempel geloof. En velen onzer spraken er over, hoe de Joden zich in hun martelaarschap zouden laten voorstaan en zich vooraan zouden dringen bij hun terugkomst! Maar kunnen wij niet vaststellen, dat het bij dien ambtenaar de vrees voor het verlies van zijn baantje was, die hem zoo deed spreken, het baantje, waarvan hij wel voelde dat hij het niet langer waarnemen mocht? En was het bij ons niet dikwijls de angst en de onwil, om de Joden te helpen?

“Laten wij het nu maar eerlijk bekennen en het ronduit neerschrijven, want alleen de waarheid heeft nog een kans om ons vrij te maken: wij moesten de Joden niet. Ondanks het feit dat wij dagelijks met hen omgingen en zaken met hen deden, waren wij bijna allen, wat wij met een onzuivere term plegen te noemen: anti-semiet.“

Wij kunnen ons niet verontschuldigen met een `wir haben es nicht gewusst`, is de strekking van het citaat. Dat `wij hebben het niet geweten` is wel de mening van het NIOD. De waarheid is het niet. Mijn boek gaat over het incorrecte beeld dat door historici is geschetst.

Ies Vuijsje is onderzoeker.

    • Ies Vuijsje