'Risico opstand van grijze horde'

Wouter Bos krijgt kritiek vanuit zijn eigen partij, de PvdA, op zijn AOW-plannen.

Hoe werkt de AOW en hoe nieuw is het debat?

Wat weegt zwaarder: het risico van een electorale afstraffing door oudere kiezers, of de noodzaak de verzorgingsstaat vergrijzingsbestendig te maken? Voor PvdA-leider Wouter Bos is deze keuze actueel, nadat partijgenoten Van Dam en Peper gisteren de aanval op hem openden.

De Algemene Ouderdomswet (AOW) werd ingevoerd in 1957 door het kabinet-Drees: Oud en arm mogen niet langer synoniem zijn, vond de sociaal-democratische premier. De hoogte van de AOW-uitkering is voor iedereen gelijk. Een alleenstaande 65-plusser krijgt 70 procent van het netto-minimumloon (voor 2006 dus 932,67 euro per maand). Voor samenlevende AOW'ers, of alleenstaande AOW'ers met minderjarige kinderen, gelden andere bedragen.

De AOW wordt grotendeels betaald uit premies, het andere deel komt uit algemene belastingen (ook van ouderen). Iedereen die in Nederland loon- of inkomstenbelasting betaalt en nog geen 65 jaar of ouder is, draagt bij aan de uitkeringen voor 65-plussers. De premie is vastgesteld op 17,9 procent van het inkomen in de eerste twee belastingschijven. Het is een omslagstelsel: de premies die nu worden betaald, worden uitgekeerd aan de mensen die nu oud zijn. Het is dus geen spaarsysteem waarbij mensen voor hun eigen pensioen sparen, zoals een aanvullend bedrijfspensioen of een particuliere spaarregeling.

Gepensioneerden betalen momenteel over hun inkomen, ongeacht de hoogte ervan, geen AOW-premie meer. Hierdoor vallen de tarieven van de eerste en tweede schijf van de belastingen voor 65-plussers een stuk lager uit dan voor de '65-minners'.

Het Centraal Planbureau heeft becijferd dat Nederland de volgende kabinetsperiode - als geen andere maatregelen genomen worden en als de beleggingsopbrengsten van de pensioenfondsen laag blijven - een probleem van 15 à 20 miljard euro moet oplossen om de komende veertig jaar de kosten van de vergrijzing te dragen. Het aantal ouderen (inactieven) neemt immers fors toe ten opzichte van het aantal jongeren (actieven). Daardoor zullen de premies oplopen die de werkenden moeten opbrengen.

Om het vergrijzingsprobleem enigszins beheersbaar te houden, is eind jaren '90 het zogenoemde AOW-spaarfonds opgericht, een fictief spaarpotje dat een beslag legt op de toekomstige staatsschuld. In 2020 zou daarin 135 miljard euro moeten zitten. Maar daarmee is het financieringsprobleem nog niet opgelost.

Fiscaliseren van de AOW is nu het antwoord van Bos. Dat wil zeggen: de AOW niet langer door premies, maar door belastingheffing betalen. Dat gebeurt nu al voor een deel: minister Melkert (Sociale Zaken, PvdA) heeft in de jaren negentig al een maximum voor de AOW-premie vastgesteld en een gestaag oplopend bedrag wordt jaarlijks aangevuld uit de schatkist, betaald door de belastingbetalers.

De discussie over het al dan niet laten meebetalen van ouderen speelt ook al jaren. In 2000 adviseerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid de AOW te fiscaliseren; de sociale partners bereikten er in de Sociaal-Economische Raad in 2005 een akkoord over. Bos doet de kritiek van Van Dam dan ook af als 'een achterhoedegevecht'.

Bos mag dan een lijn aanhouden die door de SER en WRR gesteund wordt, ontbloot van politieke risico's is zijn verhaal niet. De VVD en het CDA zijn mordicus tegen fiscalisering en in zijn eigen partij komt de onrust op. Dat roept herinneringen op aan het CDA halverwege de jaren '90. Toen stelde CDA-econoom Ad Kolnaar voor om in het ontwerpverkiezingsprogramma van het CDA op te nemen dat de AOW-uitkering zou worden bevroren. Het leidde tot een rebellie van de achterban. De kwestie was mede aanleiding tot de val van lijsttrekker Elco Brinkman, de afstraffing van het CDA bij de verkiezingen van 1994 en de kortstondige opkomst van twee ouderenpartijen.

Ook Marcel van Dam kent zijn klassiekers. Hij pleit voor de oprichting van een Progressieve Ouderen Partij. Zelf zegt hij geen politieke ambities te hebben. 'Maar er is alle aanleiding voor mensen om hierover na te denken als de PvdA niet van standpunt verandert.'

Lees de column van Van Dam op www.devolkskrant.nl

Rectificatie / Gerectificeerd

Het inzetje bij het artikel 'Risico opstand van grijze horde' (5 mei, pagina 8) vermeldt dat Marcel van Dam eind jaren zeventig minister van Volkshuisvesting was. Op dit departement was hij staatssecretaris in het kabinet-Den Uyl (1973-1977) en minister in het kabinet-Van Agt II (1981-1982). In het inzetje staat dat Bos niet heeft gereageerd. Bos' reactie staat in het artikel.