Raadsels rond een moord

Dit zijn de feiten: op 24 mei 1943 heeft de 20-jarige Louis van Gasteren in zijn woning in de Beethovenstraat in Amsterdam de joodse onderduiker Walter Oettinger gedood door hem met een stuk hoogspanningskabel de hersens in te slaan. Van Gasteren werd tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld, en is in januari 1946 vrijgelaten. Maar dat is dan ook alles wat onomstotelijk vast staat. Over het motief en de omstandigheden kan alleen maar worden gespeculeerd - ook nadat de journalist Eric Slot er, op basis van gedegen documentenonderzoek, een boek van ruim driehonderd pagina's over heeft geschreven. Het laatste woord over de zaak-Oettinger, die allengs de zaak-Van Gasteren is geworden, is nog steeds niet gezegd.

Het eerste woord kwam van Van Gasteren zelf, die in 1989 in deze krant voor het eerst sprak over “de liquidatie van die onderduiker die voor mij gewoon een levensbedreiging was - en niet voor mij alleen, maar ook voor anderen - en na gemeen overleg moest worden geliquideerd.' Met andere woorden: het was een verzetsdaad. Maar twee maanden later kwam de zaak pas echt aan het rollen, toen Het Parool paginagroot suggereerde dat in werkelijkheid misschien wel sprake was geweest van een ordinaire roofmoord. Van Gasteren procedeerde tegen die krant en kreeg tot en met de Hoge Raad gelijk: dat was een onrechtmatige publicatie.

In zijn nawoord bij De dood van een onderduiker schrijft Slot dat ook hij geen enkel bewijs voor een roofmoord heeft gevonden. Maar een andere conclusie trekt hij wel: “Louis van Gasteren heeft zich over de rug van de man die hij zelf heeft doodgeslagen, een verzetsverleden aangemeten.' Kortom: met het verzet had de dood van Oetinger niets te maken. Slot baseert dat oordeel op een imposante hoeveelheid archiefstukken, die op zichzelf nog steeds geen onweerlegbare bewijzen opleveren, maar wel een wirwar van onjuistheden, onnauwkeurigheden en tegenstrijdigheden die veel vragen oproepen. De lezer kan er af en toe nauwelijks meer een touw aan vastknopen. Te vaak wil Slot te veel tegelijk vertellen, ook over de bijfiguren in het verhaal.

Maar wat zich bovenal wreekt, is het feit dat alle onbeantwoorde vragen in het boek niet konden worden gesteld aan de enige man die de antwoorden zou moeten weten. Slot heeft zijn manuscript vooraf aan Van Gasteren gestuurd met de vraag om commentaar. In plaats daarvan trachtte Van Gasteren de publicatie van het boek te verhinderen via een kort geding. Dat verloor hij. Met als gevolg dat er nu een boek is, dat wel een aansprekend beeld oproept van chaos, bedrog en doodsnood tijdens de bezetting, maar nog lang geen alles verhelderend licht in de duisternis biedt. En dat helaas ook geen poging doet Van Gasteren tegen deze achtergrond te portretteren als de prominente cineast die hij na de oorlog is geworden - met een oeuvre waarin de oorlog onontkoombaar op de voorgrond staat.

Eric Slot: De dood van een onderduiker. Louis van Gasteren en de waarheid. Mouria, 304 blz. 16,90