Oom en tante ten voeten uit

Vikram Seth: Twee levens. Vertaald uit het Engels en Duits door Christien Jonkheer. Van Oorschot, 453 blz. 29,90

Vikram Seth Foto uit besproken boek Foto Manoj Kesharwani Literary maverick, the best writer of his generation and author of famous book 'A Suitable Boy', Vikram Seth, who is back after a seven-year hiatus with his new offering, 'Two Lives', being interviewed during his recent sojourn to New Delhi. The Times Of India/ Manoj Kesharwani. THE-TIMES-OF-INDIA

De eigen familie is voor veel romanciers een mer à boire. Ze biedt mogelijkheden voor een aantrekkelijke combinatie van memoir, biografie, stads- lands- en cultuurgeschiedenis, met de dramatische ingrediënten op een presenteerblaadje: migratie, generatieconflicten, geboorte en dood, bruiloft en breuk.

In Nederland waagden onder anderen Judith Koelemeijer (Het zwijgen van Maria Zachea) en Nelleke Noordervliet (Altijd Roomboter) zich aan familiegeschiedenissen; in Groot-Brittannië was er onlangs veel aandacht voor Mijn oor aan je hart van de Brits-Pakistaanse schrijver Hanif Kureishi, een hybride memoir over het leven van zijn vader vermengd met een autobiografische bespiegeling op zijn eigen werk en leven.

Ook de Brits-Indiase schrijver Vikram Seth publiceerde onlangs een groots opgezette familiebiografie. Het idee voor Twee levens kwam niet van Seth zelf, maar van zijn moeder. Toen ze hoorde dat haar zoon op zoek was naar een onderwerp voor een nieuw boek, vertelde ze hem dat zijn vijfentachtigjarige oom een interessant leven had geleid. Seth begint dus niet, zoals de meeste familiebiografen, bij de levens van zijn grootouders of zijn ouders, maar bij zijn Indiase Shanti-oom (tandarts) en diens Duits-joodse vrouw Henny die in Engeland wonen.

Seth heeft als een soort surrogaat-zoon enige tijd bij het kinderloze echtpaar in huis gewoond. Toen hij als zeventienjarige in 1969 vanuit Calcutta met een studiebeurs naar Engeland kwam, wilde zijn moeder dat het echtpaar een oogje in het zeil hield, zodat haar zoon niet ten onder zou gaan aan een “algehele verloedering' van seks en drugs. De zeventienjarige Vikram leren we vooral kennen als een bescheiden observator die probeert om zijn oom en tante “geen last te bezorgen'. Zijn oom is “klein, nog kleiner van stuk dan hijzelf' en heeft “hamsterneigingen': er slingeren tientallen flesjes tonic rond; zijn tante Henny is “geanimeerd, maar niet warm', en een pietje precies: zij kan niet tegen rommel.

Plichtsbesef

De correspondentie tussen zijn oom en tante, de brieven van Henny aan Seth, en de elf lange gesprekken die Vikram Seth vlak voor de dood van zijn oom met hem voerde, vormen de basis voor Twee levens. Door toon en stijl van de brieven krijg je zicht op hun persoonlijkheid. Seth attendeert je op de staccatostijl van Henny, die in al haar brieven aan Vikram informeert naar zijn financiën en gezondheid. Ook laat hij prachtig zien hoe de grote geschiedenis ingrijpt in iets als de ontwikkeling van een handschrift: de rechteronderarm van zijn oom wordt eraf geschoten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daardoor moet hij zijn brieven nu met een beverige linkerhand in blokletters componeren (deze brieven zijn ook opgenomen in het boek) - en zijn tandartspraktijk voortaan eenarmig uitvoeren.

De grote geschiedenis bepaalt de geografische bestemming van de twee levens: shanti-oom wordt uitgezonden naar Afrika en Henny worstelt als joodse vrouw met haar Duitsgezinde gevoelens en vlucht vlak voor de oorlog naar Groot-Brittannië. De titel van Seths boek, Twee levens, lijkt ook te slaan op het enigszins afstandelijke huwelijk tussen oom en tante dat niet alle mensen even goed begrepen: er waren geen aanrakingen en liefkozingen in het openbaar.

Wat toon en stijl betreft, staat Twee levens diametraal tegenover bijvoorbeeld Kureishi's familiegeschiedenis. Terwijl Kureishi zich laat kennen als een speelse, balorige, reflectieve ijdeltuit, wiens zoektocht naar zijn vader vooral een licht werpt op zijn eigen bestaan, is Seth een haast onzichtbare archivaris van “twee levens'. En daarmee lijkt het boek ietwat op het huwelijk van zijn oom en tante: wat afstandelijk, geordend, meer het product van een biograaf of een precieze historicus dan dat van een warmbloedige romancier. Hij gaat op in het detail en streeft steeds volledigheid na: net als zijn omvangrijke roman A Suitable Boy neemt Twee levens daardoor epische vormen aan

Toch vangen wij zo nu en dan een glimp op van de auteur en de mens Vikram Seth: een bescheiden, sympathieke man die zich met een overdonderend groot plichtsbesef en met liefdevolle ernst kwijt aan het zo genuanceerd mogelijk documenteren van het leven van zijn oom en tante. In de fotokaternen in het boek is Seth spaarzaam met foto's van zichzelf (ook hierin is hij tegengestelde van Kureishi) - zelfs op de foto van zijn boekpresentatie van A Suitable Boy, staat niet hij, maar zijn oom in het midden.

Hoezeer de bescheidenheid hem ook siert, het is jammer dat Seth niet méér schrijft over de ontstaansgeschiedenis van zijn eigen boeken. Zeer terloops noemt hij zijn belangwekkende prestaties, zoals de schitterende roman-in-verzen The Golden Gate. Hierover wil je eigenlijk veel meer lezen. Op den duur snak je naar meer openhartigheid over de vorming van de jonge schrijver en de invloed daarop van zijn oom en tante.

Pas in het laatste deel wekt de schrijver de indruk enigszins ontlast te zijn van de drukkende plicht van zijn rol als familiearchivaris. Mooi beschrijft Seth hoe zijn oom de dood van zijn vrouw niet kan verwerken, waarvan hij in het eerste deel al de voorbode aankondigde (“Naarmate de tijd verstreek begon hij steeds langer televisie te kijken, en wenste hij de nieuwslezer aan het eind van de avond welterusten'). Het slot is ontroerend en deze passages behoren tot de beste van het boek.

Complexiteit

De schrijver keert terug naar de plek in Londen waar hij bij zijn oom en tante logeerde. Hij beschrijft met scherp oog betekenisvolle details in de veranderde omgeving. De bioscoop is nu een fitnessclub, op de muren staat graffiti, en hij hoort een jongen Arabisch praten in zijn mobieltje. De schrijver staat stil voor het huis van zijn oom en tante. Hij heeft twee levens gedocumenteerd, soms vervormd, en geprobeerd ze nauwkeurig te beschrijven in hun complexiteit. “Achter elke deur in elke gewone straat, in elke hut in elk gewoon dorp op deze middelgrote planeet [..], is zulke rijkdom te vinden. De wonderlijke reizen die we ondernemen op onze aardse pelgrimstocht, het verdriet en de vreugde die we beleven of anderen bezorgen, de toevalligheden die ons binden of uiteendrijven, wat een ingewikkeld spoor laten ze achter: zo persoonlijk dat het vrijwel onbeschrijfelijk, en zo vluchtig dat het vrijwel onnaspeurbaar is.' Dat is mooi gezegd: hier is de romancier Seth weer aan het woord.