Onttroond en ontluisterd

“De verdachte wordt beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid.' Iedere keer als er weer een oorlogsmisdadiger uit voormalig Joegoslavië of Rwanda naar Den Haag wordt gebracht, spreekt de nieuwslezer deze zin uit. De misdaad tegen de menselijkheid is een gevestigd rechtsbegrip, dat nog niet zó lang bestaat. Sinds 1945 om precies te zijn, toen in het Militair Tribunaal van Neurenberg een deel van de nazi-top zich moest verantwoorden voor de door hem gepleegde misdaden.

Hermann Göring tijdens het proces van Neurenberg Foto AP ** FILE ** ** WITH STORY SLUGGED: GERMANY NUREMBERG NAZI TRIAL ANNIVERSARY ** Reichsmarshal Hermann Goering stands in the prisoner's dock at the Nuremberg War Crimes Trial in Germany in Nov. 21, 1945 file picture. He is entering a plea of not guilty to the International Military Tribunal Indictment. Goering is wearing headphones of the court translating system. 60 years ago, on Nov. 20, 1945 the International Military Tribunal started. (AP Photo) ** B/W ONLY ** Associated Press

Het proces in Neurenberg bracht ook een ander novum: nog nooit was een rechtszaak door zoveel journalisten gevolgd, vooral Amerikanen, Britten, Russen en Fransen, maar ook Polen en geemigreerde Duitsers. De kranten zonden hun beste mensen naar het proces. Onder hen bevonden zich schrijvers als Alfred Döblin, Ilja Ehrenburg en Erich Kästner. Ze schreven over de zittingen, maar brachten hun lezers ook impressies van het verwoeste Neurenberg en het society-leven in het pershotel. Hun stukken zijn in 2001 gebundeld door de Duitse journalist Steffen Radlmaier in Der Nürnberger Lernprozess, en nu in Nederland uitgegeven onder de zakelijker titel Het proces van Neurenberg.

Interessant is om te lezen hoe uiteenlopend de journalisten schreven. Met pathos en doeltreffende retoriek, zoals Ehrenburg. Verontwaardigd over de geringe aandacht voor het Poolse leed, zoals Edmund Osmanczyk. Beschouwend en intelligent, zoals Karol Malcuzýnski en de Amerikaanse correspondente van The New Yorker, Janet Flanner. Of een tikje laconiek en minachtend, zoals in “Misdaadrevue in Neurenberg' van de jonge Willy Brandt.

In veel verslagen klinkt teleurstelling door over de fysieke en intellectuele onbeduidendheid van de meeste verdachten. Onttroond en ontluisterd: zijn dit nu de mannen die Europa in de afgrond hebben gestort? Maar ook het gevoel dat slechts het tweede garnituur in de beklaagdenbank zit, komt vaak terug. De journalist Peter de Mendelssohn formuleert het het mooist: “Je hebt het gevoel dat het tribunaal de gloeilampen aanklaagt, niet het licht'.

Er treedt onvermijdelijk een zekere herhaling op. De volgevreten ijdelheid van Göring. De waanzin van Hess, die uit verveling romannetjes zit te lezen. De verongelijkte minachting van Schacht. Maar er staan schitterende stukken in, die niet verouderd zijn. De zakelijke en minutieuze beschrijving van de terechtstelling door Joseph-Kingsbury Smith lees je ademloos uit. Uit journalistiek oogpunt indrukwekkend is ook de distantie die Flanner en Malcuzýnski aan de dag weten te leggen. In het beroemde duel tussen Göring en de Amerikaanse hoofdaanklager Jackson is de eerste op alle gebieden superieur, schrijft Flanner. De Britse en de Russiche aanklager moeten eraan te pas komen om Göring klein te krijgen.

Het boek is interessant als persgeschiedenis. Maar het beeld van het proces blijft oppervlakkig. Over de achteraf gezien grootste fout van het tribunaal, de gevangenisstraf van Speer, kom je niets te weten. Speer wist zich listig te profileren als de onwetende technocraat en ontsnapte aan de strop. Om dat spel goed te kunnen volgen, was de plaats op de perstribune toch niet toereikend. Dat is inherent aan de verslaggeverij. Met alle charmes en gebreken van dien.

Steffen Radlmaier (red.): Het proces van Neurenberg. Cossee, 360 blz. 24,90

    • Arnoud Veilbrief