Nederland hoort bij de koplopers als het gaat om oorlog

In de Koude Oorlog hield het machtsevenwicht tussen de twee supermachten de deksel op de pan. Tenminste, dat was decennialang de gedachte van specialisten op het gebied van internationale betrekkingen. Die hielden daarom hun hart vast toen het machtsblok rondom de Sovjet-Unie eind van de jaren tachtig uit elkaar viel, zo blijkt uit honderden boeken en geschriften uit die tijd: het aantal oorlogen zou wel eens explosief kunnen toenemen, zo was de verwachting.

Die angst bleek ongegrond. Het vorig jaar voor het eerst verschenen Human Security Report (van een Canadese universiteit) laat zien dat het aantal gewapende conflicten sinds 1990 juist is gedaald - en in duizelingwekkende vaart. Irak, Afghanistan en Congo meegerekend.

De cijfers uit het rapport tarten ook andere gangbare opvattingen. Zo was Nederland in de afgelopen vijftig jaar een van de meest oorlogszuchtige landen, samen met enkele andere ex-koloniale machten.

Wat betreft het aantal internationale gewapende conflicten, delen we de vijfde plaats met Australië, boven landen als Israël en Egypte.

Het International Peace Research Institute in Oslo (PRIO) telt voor Nederland de oorlogen:

Indonesie (1949)

Korea (1950-1953)

Nieuw Guinea (1962 onder meer de Slag bij Vlakke Hoek)

Eerste Golfoorlog (1991)

Kosovo (1999, in Navo-verband)

Afghanistan (2003)

Irak (2003; hoewel menige Nederlander nog altijd denkt dat die oorlog slechts politiek werd gesteund, zo zegt ook PRIO.)

Deelname aan VN-vredesmachten of 'peace-keeping missions', als in Bosnië en Libanon, worden niet meegerekend. Was dat wel zo geweest, dan zou Nederland nog geduchte concurrentie hebben gekregen van landen als Bangladesh en India, die zelden andere landen bombarderen, maar wel altijd klaar staan om in internationaal verband ergens in de wereld de vrede te bewaken.

Cijfers vertellen hun eigen verhaal. De rubriek Anders Bekeken biedt een andere blik op ontwikkelingen in de wereld.