Kale, grillige takken

Ze zijn een beetje eng, maar hebben vooral iets vertederends onvolmaakts. Rode monsters met vier paar ogen krioelen over de tekeningen van Ed Pien. Het zijn de verre neven en nichten van de gedrochten van Jeroen Bosch en van de archetypische Argos, de wachter met honderd ogen uit de Griekse mythologie.

De Canadese kunstenaar Pien (1953, Taiwan) maakt zijn hellemonsters en heksen schetsmatig, onuitgewerkt en vooral niet echt griezelig. Hij liet zich na een reis door China inspireren tot het maken van uitsneden in papier.

Een aantal van deze knipselwerken hangt nu bij Galerie Maurits van de Laar, soms beslaan ze een hele wand. Pien heeft takken en bomen uit papier gespaard. Daartussen bevinden zich vreemde vormen, menselijke gestalten, ineengedoken, rustig achterover leunend of rennend. De silhouetten lijken uit andere scènes te zijn geplukt en vervolgens overgebracht naar Piens boomtoppen.

Pien verwijst met deze papieruitsneden naar de bomen met gehangenen uit de reeks prenten La Misère de la Guerre van Jacques Callot, een zeventiende-eeuwse prentenmaker die vastlegde wat oorlog teweegbrengt. Meer dan een eeuw later hanteert Goya hetzelfde onderwerp. Zijn prenten zijn gruwelijker en meer pamflettistisch. Pien is vergeleken met deze twee een estheet die zich subtiel uitdrukt. Zijn bomen zijn geen gruwelplaatsen.

In het toilet van de galerieruimte van Maurits van de Laar hangen Piens tekeningen met houtskool en waterverf. Ze tonen dezelfde fragiele, schetsmatige lijnen als in zijn andere werken, maar de veelogige monsters hebben plaatsgemaakt voor enge meisjes, met lang zwart haar en een verwrongen trek rond de mond. De meisjes zijn lieflijk én onheilspellend; een gothic variatie op Alice in Wonderland.

Pien heeft een sprookjesachtige benadering van de duistere kant van de mens. Hij voert heksen en sjamanen op, elfjes en monsters. Het waren ooit afschrikwekkende beelden waarmee de godsvruchtigen werden gemaand op het goede pad te blijven. Pien heeft de wezens van de nacht vergeven. Hij zet ze op papier, verwrongen en met te veel ogen, maar heeft ze ook in zijn armen gesloten. Zijn tekeningen zijn door die mix van fascinatie en gruwel het meest interessant. De papieruitsneden imponeren vooral vanwege de precisie van het snijwerk, en door hun grootte. Ze zijn indrukwekkend, maar te eendimensionaal. De boom, die bij Callot nog lijken draagt, is bij Pien een sierlijke speeltuin van Eden geworden. Het enige dat een beetje verontrust, zijn de kale, grillige takken.

Ed Pien t/m 28 mei in Galerie Maurits van de Laar, Herdersstraat 6, Den Haag. wo t/m zo, 12-18u. Inl. 070-3640151, www.galeries.nl/mvdl