Jonge schrijvers zijn een tikje oud

Abdelkader Benali, Mark Boog, Stefan Brijs, Esther Gerritsen, Sanneke van Hassel, Josien Laurier, Jan van Mersbergen, Vincent Overeem, Anja Sicking en Tommy Wieringa zijn door de redactie van het literaire jaarboek Magazijn uitgekozen als de tien beste Nederlandstalige prozaschrijvers van onder de veertig. Voorwaarde om in het voor de derde keer verschenen jaarboek te worden opgenomen, is dat de auteurs in 2005 een boek moeten hebben gepubliceerd. Dat is de reden waarom Nederlands beste jonge schrijver, Arnon Grunberg, anders dan voorheen, niet voorkomt in deze editie van Magazijn. Een ander verschil met eerdere nummers is dat het aantal “beste jonge schrijvers van nu' nog maar uit tien bestaat (in 2004 waren het er 13, in 2005 12). En verder valt op dat de gemiddelde leeftijd van de schrijvers vrij hoog is.

Tommy Wieringa, die bij de presentatie van Magazijn ook de eerste “Magazijn prijs' in ontvangst mocht nemen voor zijn roman Joe Speedboot, wordt volgend jaar veertig, Anja Sicking bereikt die leeftijd dit jaar al en ook voor Josien Laurier was het de laatste kans om nog als jonge auteur te worden gefêteerd.

De jongste schrijver die de redactie van Magazijn, bestaande uit de literaire critici Arjen Fortuin, Menno Hartman, Daphne de Heer en Judith Janssen, presenteert is Abdelkader Benali (1975). Overigens worden de leeftijden van de uitverkoren auteurs nergens genoemd, ook biografietjes ontbreken. In willekeurige volgorde is in Magazijn nieuw proza van hen opgenomen, voorafgegaan door anonieme interviews waarin iedereen dezelfde vragen krijgt voorgelegd, zoals “Voelt u zich een jonge schrijver' en “Hoeveel boeken heeft u in uw bezit'. Abdelkader Benali blijkt zich niet jong te voelen, maar wel tussen de tien en vijftienduizend boeken te bezitten. Op de vraag hoe hij “de ontwikkelingen in de Nederlandse uitgeverij' ervaart, antwoordt hij: “Meer versplintering dat niet heeft geleid tot kwaliteitsverbetering'.

De vraag is natuurlijk of de redactie van Magazijn een overtuigend lijstje “tien beste schrijvers van nu' aanbiedt. Daar valt nauwelijks antwoord op te geven. Een overzicht van alle Nederlandstalige schrijvers van onder de veertig die vorig jaar een boek uitbrachten ontbreekt, evenals een verantwoording van de redactie over de gehanteerde criteria.

De lezer moet het dus doen met de bijdragen die de schrijvers instuurden, maar die vallen - op die van Tommy Wieringa na - tegen. Schoolkrantenproza is het, ook van gelauwerde auteurs als Benali en Esther Gerritsen en de veelbelovende debutante Sanneke van Hassel. Erg jammer, want juist het nieuwe, niet eerder gepubliceerde werk van jonge schrijvers maakte de vorige edities van Magazijn tot interessante uitgaven.

Het vreemdste stuk is afkomstig van de Vlaming Stefan Brijs (1969), wiens roman De engelenmaker is genomineerd voor de Libris literatuurprijs. Zijn bijdrage heet “De engelenmaker - Hoe het ooit begon', waarin de drieling uit de roman, getooid met andere namen, centraal staat. Is dit onsamenhangende spanningsloze verhaal een eerste versie van De engelenmaker? Is het een vervolg? Uitleg ontbreekt, het enige wat met zekerheid te zeggen valt is dat de kwaliteit van “Hoe het ooit begon' het niet haalt bij de roman.

Al met al is deze Magazijn een zwakke uitvoering van een mooi initiatief. Atte Jongstra die het nummer inleidt wist zich er kennelijk ook weinig raad mee. Behalve lovende woorden voor Wieringa en Benali, wiens bijdrage hij om de door mij niet ontdekte humor apprecieert, houdt hij zich over het niveau van “de tien beste schrijvers van nu' behendig op de vlakte.

Magazijn. “De tien beste jonge schrijvers van nu', nr. 3, jaargang 2006. Nieuw Amsterdam, 144 blz. 12,50