Je 'piece' is het hoogste doel

Julius Cavero groeide op tussen de gangs, moordenen crack in The Bronx.

Als T-Kid 170 werd hijeen internationaalvermaarde graffiti-artiest.

Links: werk van T-Kid 170 uit 1988, genaamd ' Ghost Busters'. Rechts: T-Kid als digitale leermeester in het computerspel 'Getting Up'. Foto's uit boek Werk van T-Kid 170 (Julius Cavero) uit 1988, genaamd ' Ghost Busters'. Foto uit boek

Het had Julius Cavero, alias graffiti-artiest T-Kid 170, gemakkelijk slechter kunnen vergaan. Net als zoveel anderen die in de jaren '70 opgroeiden in de South Bronx in New York, een wereld van gangs, shoot-outs en crack. Cavero belandt in 1977 na een ruzie met een rivaliserende gang in het ziekenhuis met een kogel in zijn borst, net naast zijn hart. Hij is dan 16 jaar. De gebeurtenis is voor hem een omslagpunt. Vanaf dat moment neemt hij zich voor zich volledig te richten op graffiti.

Het levensverhaal van Cavero, geboren in 1961 als zoon van een Peruaanse vader en een Puerto Ricaanse moeder, is nu vastgelegd in The Nasty Terrible T-Kid 170(uitgeverij From here to Fame).

Het boek is een visuele autobiografie waarin de opkomst en ontwikkeling van de New Yorkse graffitiscene centraal staat. In die wereld draaide het volgens T-Kid niet om hoe goed je was, maar om 'getting up'; jezelf via je naam zichtbaar maken.

Na het schietincident richt Cavero The Nasty Boys crew (TNB) op, een groep van graffiti-artiesten die er samen op uit trekken om pieces te zetten. Hij noemt zich voortaan T-Kid 170. Tracy 168, in de jaren '70 een van de grondleggers van de graffitikunst, is zijn leermeester. T-Kid groeit uit tot een internationaal invloedrijke graffiti-artiest.

Het boek over 'de legende van de Bronx' is onderdeel van een reeks publicaties van het internationale hip- hopnetwerk From here to Fame. Dat nam in 2001 het voortouw in de serieuze benadering van hiphopcultuur met een boek over de New Yorkse hiphop-fotografe Martha Cooper.

Volgens hedendaagse graffitikunstenaars als Jay1 en Mist onderscheidt de stijl van T-Kid zich door de manier waarop hij de verschillende kenmerken van de New Yorkse beweging samenbrengt. T-Kid is een van de eersten die personages tot een centraal onderdeel maken van zijn spuitbusschilderijen. Hij gebruikt bijvoorbeeld een b-boy - een breakdancend mannetje - in plaats van de letter i. Van Tracy 168 neemt hij de zogenaamde wildstyle over. Die bestaat in graffiti uit composities waarbij letters, pijlen en versiersels op verschillende manieren met elkaar verbonden zijn. T-Kid vermengde deze stijl met de flow, het ritme, van zijn andere leermeester, Padre Dos. Deze maakte hij zich al vroeg eigen, zittend aan de keukentafel en tekenend met stiften op bruine papieren zakken.

Dat er aan het werk van T-Kid nu een boek is gewijd, heeft niet alleen een artistieke reden. Het werk van graffiti-artiesten als Ces, Seen, Blade en Tracy 168 wordt als minstens even invloedrijk beschouwd. T-Kid heeft de opname van zijn levensverhaal in de hiphoparchieven zeker ook aan zijn reputatie te danken - drugs, berovingen en schietpartijen - en aan het feit dat hij deze periode inmiddels achter zich heeft gelaten.

The Nasty Terrible T-Kid biedt een kijkje in de vroege graffiticultuur. Cavero ontpopt zich tot een meeslepende verhalenverteller, al zijn de vele details van gebeurtenissen die hij zich herinnert wat onwaarschijnlijk. T-Kid overwon begin jaren '90 zijn cocaïneverslaving, is nu in de veertig en nog altijd actief in de internationale graffitiscene. Ook de TNB bestaat nog steeds.

Uit het boek blijkt dat de hiphopcultuur ook commercieel nog altijd interessant is. Zo zag Cavero zich vorig jaar digitaal vereeuwigd in de game Getting Up In dit computerspel is de speler een beginnend graffitikunstenaar, die moet overleven in de asfaltjungle van New York. Een digitale Cavero is een van de leermeesters. Zo kun je net zo streetwise te worden als T-Kid, alleen dan veilig vanachter de X-Box.

Kijk voor werk van T-Kid 170 op http://terribletkid170.free.fr/

    • Saskia Du Bois