Hoe kun je een imaginaire tweelingbroer iets weigeren?

Met een winterjas aan en een sjaal om meldde ik me bij het huis van mijn leenkind. Hij had meivakantie, dus tijd om mij te zien. Zijn moeder zat in de voortuin. 'Ben je gestoord?' vroeg ze en begon de kleren van mijn lijf te rukken. 'Het is dertig graden!' 'Ik weet niet meer beter, ik denk dat ik deze jas het hele jaar aanhoud,' zei ik.

Het leenkind en ik gingen zwemmen. Maniël, zijn gloednieuwe imaginaire tweelingbroer, ging ook mee. Het leenkind zelf heet Daniël, vandaar.

Behalve Daniël en Maniël waren er meer kinderen die hadden bedacht dat het leuk was om te gaan zwemmen. Beter gezegd: alle kinderen van de stad.

Verwonderd bekeek ik ze vanaf de rand van het zwembad, terwijl Daniël en Maniël van de glijbaan gingen. Ik had wel eens gehoord dat veel kinderen te dik zijn, maar dit waren meisjes met bierbuiken, jongens met grotere borsten dan ikzelf. Om al dit lillend vlees op te vrolijken, hadden veel kinderen tatoeages en piercings.

Later hoorde ik van een vriend dat ouders bij de plaatselijke tatoeageboer vaak liegen over de leeftijd van hun kind - 'Nee, echt, Chantal is al achttien' - zodat ze een groot Keltisch teken of de naam van hun verkering uit groep 8 op hun bovenarmpje kunnen krijgen.

Daniël en Maniël wilden in het ronddraaibad, een bad waardoor je het gevoel krijgt dat je in een wasmachine zit. Sommige mensen vinden dat prettig. Met een flinke groep potige kinderen draaide ik honderden rondjes in het bad. Af en toe probeerde ik Daniël en Maniël eruit te krijgen, maar als we dan eindelijk op het trapje stonden, zei Daniël met een droevig gezicht: 'Aaf, Maniël wil er zo graag nog even in.' En hoe kun je de imaginaire tweelingbroer van je leenkind nou iets weigeren?

Na een ijsje bij de Italiaan, wat met Maniël moest worden gedeeld (waardoor de lege stoel naast ons na een tijdje vol druppels bananenijs lag), gingen we op de fiets naar huis. Daniël zat achterop. Maniël, die zeer fit is, rende achter de fiets aan.

Toen we thuis waren, haalde ik Daniëls handdoek uit zijn rugtas en zei dat ik de handdoek van Maniël ook zo te drogen zou hangen. Daniël keek me aan. 'Aaf...' Hij was even stil. 'Maniël bestaat niet echt, hoor.'

    • Aaf Brandt Corstius