Het leesplankje

Het is bijna niet meer te geloven, maar hele generaties hebben binnen één jaar leren lezen en schrijven met behulp van een “leesplankje'. Dat was een plankje waarop onder elkaar drie rijen plaatjes stonden met de bijbehorende woorden, in kleine letters. Bij het leesplankje hoorde een rood blikken doosje, gevuld met op karton gedrukte lettertjes. Van de zesjarige leerplichtige werd verlangd dat hij/zij deze lettertjes in de goede volgorde onder de plaatjes legde. En het lukte! Binnen een week kon je zonder hulp aap schrijven en na verloop van zekere tijd, afhankelijk van de intelligentie, tot besluit van deze eerste fase: schaa-pen.

Dan maakte je kennis met Ot en Sien, twee kleine kinderen die huiselijke avonturen beleefden. Dit alles hoorde tot het onderwijs zoals het door Jan Ligthart (1859-1916) en Hinricus Scheepstra (1859-1913) is ontworpen. In Ot en Sien (Scheepstra's schepping) heb ik nooit veel gezien, maar de illustraties van Cornelis Jetses (1873-1955) waren en zijn nog altijd prachtig. En voorzover ik weet, heeft mijn hele generatie feilloos leren lezen.

Daarna kreeg je de vaderlandse geschiedenis, de Hunebedbouwers, Koepelgrafbouwers, Batavieren, Kaninefaten, de schoolplaten van J.H. Isings, en intussen leerde je ook nog uit het hoofd rekenen en hoe je Vader rookt een pijp in het Frans moest vertalen. Slagen bij Heiligerlee, Nieuwpoort, Waterloo. Maak iemand van een jaar of zeventig wakker en hij dreunt de jaartallen op. Maar vrees niet. Ik wil niet zeggen dat vroeger alles beter was.

Op het ogenblik maken we ons weer zorgen over de kinderen omdat het niet goed gaat met hun lees- en schrijfkunst. Twee jaar achterstand is geen uitzondering, is het laatste nieuws. Daarmee zijn andere deskundigen het dan weer niet eens. Ik voorspel dat er een chaotisch debat ontstaat, zonder resultaat. Ot en Sien komen nooit meer terug en krijgen ook geen opvolgers.

Een jaar of twintig geleden zag ik in Amerika een documentaire over het daar heersende analfabetisme. Een mevrouw van een jaar of dertig, die alleen met haar rug naar de camera gefilmd wilde worden, verklaarde dat ze achter het stuur van de auto alleen de weg naar de supermarkt kon vinden door goed op de reclameborden langs de weg te letten. Dan deed ze haar inkopen via de plaatjes op de verpakkingen. Geld tellen kon ze goed, en beladen met inkopen kwam ze weer thuis zonder dat iemand gemerkt had dat ze niet kon lezen.

Was ze een uitzondering of een lid van de voorhoede van de nieuwe communicatie? Op vliegvelden en stations werd al rekening met deze nieuwe mens gehouden. Aanwijzingen in woorden werden vervangen door een internationale communicatie in tekens. De algemene spreektaal zelf, Engels, Duits, Nederlands, werd eenvoudiger, tegelijkertijd sneller gesproken terwijl in de daarmee gepaard gaande mimiek en gebaren meer gelegenheid tot zelfexpressie, of profilering werd geboden.

Het beste voorbeeld vind ik nog altijd de sportheld die een punt scoort. Mond zo ver mogelijk opengesperd, wilde armgebaren, eventueel op de knieën om een opperwezen te danken.

De reclame op televisie heeft grote invloed. Tekst en uitleg worden steeds zeldzamer. In plaats daarvan zien we de beelden van de aangeboden artikelen, met spastisch gebarende mensen die dat allemaal willen hebben, of, als hun wens is vervuld, in orgastisch genot wegzwijmelen. Dit wordt allemaal uitgezonden, ook als de kleine kinderen nog niet naar bed zijn. Daar kunnen Ot en Sien niet tegenop.

Sinds een jaar of vijftien ontwikkelt zich gelijktijdig de computer. Bovenaan het scherm waarop ik dit stukje tik staat de “taakbalk' die me een stuk of twintig openingen naar functies geeft. Per opening - ik sla er een slag in - zijn dat tien functies die met woorden worden beschreven. Een stuk of tweehonderd functies dus. Om zo'n stukje als dit te tikken en te versturen, heb je er maar drie nodig. Dit hindert niks. Je moet in ieder geval kunnen begrijpen wat het scherm je voortovert, al is het maar om de overbodige functies te kunnen vermijden.

Terwijl aan de ene kant van de maatschappij de eenvoud onstuitbaar verder groeit, ontwikkelt zich aan de andere kant het computercomplex. We naderen het ogenblik waarop de kloof tussen deze twee kanten onoverbrugbaar wordt. De grondslag voor de nieuwe kastenmaatschappij is al tientallen jaren geleden gelegd. Nu beleven we de periode van de voltooiing.

    • H.J.A. Hofland