het beeld

Toen Gerard Reve een paar weken geleden stierf, benadrukte het NOS Journaal dat zijn werk en persoon voor- en tegenstanders kenden. Ook schilder Karel Appel zou nogal controversieel zijn geweest. Weliswaar promoveerde hij gisteren tussen acht uur en het late journaal van “een van de bekendste Nederlandse kunstschilders“ tot “de beroemdste naoorlogse Nederlandse schilder“, toch voegde de redactie daar later aan toe dat “zijn werken niet altijd door iedereen gewaardeerd of begrepen werden“.

Inzicht in de canon van kunst en literatuur lijkt geen kerncompetentie van televisienieuwsredacteuren. Bovendien is vier mei altijd een merkwaardige avond. De twee minuten stilte werden door alle Nederlandse zenders in acht genomen. De publieke omroepen, alsmede SBS6, Net5 en Talpa volgden korter of langer de nationale herdenking op de Dam, de drie zenders van RTL die op de Waalsdorpervlakte. Alleen Veronica onderbrak Lois & Clark: The New Adventures of Superman slechts voor een zwarte titelkaart met de kromme tekst “in verband met de dodenherdenking houdt Veronica twee minuten stilte in acht“.

Zo'n avond, veelal opgevuld met buitenlandse speelfilms over de Tweede Wereldoorlog, is dan toch een beetje een halve zondag. Het verlate journaal van acht uur kon nog net aanhaken met een kort item. Net als iedereen maakte het dankbaar gebruik van beelden uit Jan Vrijmans korte documentaire De werkelijkheid van Karel Appel, die in 1962 een Gouden Beer won in Berlijn, na in eigen land inderdaad niet helemaal te zijn begrepen en gewaardeerd. Appel woonde toen al in Parijs, om zich, in de woorden van zijn vriend Rudi Fuchs, “te kunnen meten aan de groten“.

De film waarin de verf op het doek wordt gesmeten in een fysiek gevecht bezorgde Appel zijn reputatie. De redacties zullen wel gezocht hebben naar Appels beroemdste uitspraak “Ik rotzooi maar wat aan“, maar die deed de schilder in een interview met Vrijman in Vrij Nederland. Wel zegt Appel, terwijl hij plechtig in de camera blikt: “Ik begin vanuit mijn materie, dat is verf!“

Dat maar wat aan rotzooien, dat werd zowel Appel als Vrijman destijds kwalijk genomen, door naoorlogs, maar nog niet geestelijk bevrijd Nederland. Fuchs, in een magistraal optreden in Nova (VARA/NPS), legt het nog eens uit. Paul Witteman hoeft maar één vraag te stellen (“wanneer zag u hem voor het laatst?“), en hij barst los in een heldere monoloog. Dat de meeste mensen denken dat een schilder iets bedenkt en dat idee dan uitvoert, maar dat een kunstenaar in feite niets zoekt, maar iets vindt. In het NOS Journaal zegt Fuchs dat de kunstenaar dingen doet waarvan de gewone kijker geen idee heeft dat ze kunnen: “Dat is wat kunst is.“

Witteman, in principe een van de intelligentste vragenstellers op televisie, laat dit soort elitair modernisme toch niet zomaar over zijn kant gaan. In Woestijnruiters (VARA) vroeg hij architect Carel Weeber al eens waarom die zulke lelijke gebouwen maakte. Nu opperde Witteman tegenover Fuchs dat die schilderijen van Appel wel een beetje erg op elkaar lijken. “Dat kun je ook zeggen van Rembrandt of Van Gogh“, riposteert Fuchs. Witteman volhardt dat het bij die beide heren toch minder het geval is. Appel had gelijk met zijn vroege emigratie.