Eigenlijk een liefdesverklaring aan de hele mensheid www.nrc.nl/leesclub

Michel Houellebecqs eerste roman “De wereld als markt en strijd' getuigt van een inktzwarte levensvisie, of niet? Lees en discussieer mee op www.nrc.nl/leesclub

“Ik houd niet van deze wereld. Nee, ik houd er absoluut niet van', zegt Houellebecqs verteller op pagina 88 van De wereld als markt en strijd. We zijn dan ver genoeg gevorderd in de roman om te beseffen dat dit een understatement van jewelste is. De dertigjarige, naamloze informaticus die hier aan het woord is, heeft ons dan al uitgebreid geconfronteerd met zijn inktzwarte visie op de maatschappij, die kortweg op het volgende neerkomt: “in zijn huidige vorm is de wereld pijnlijk en ontoereikend'.

Die opvatting kunnen we gerust met die van Houellebecq gelijkstellen. De wereld als markt en strijd is volgens de ik-verteller een autobiografische roman, oftewel “een opeenvolging van anekdoten waarvan ik de held ben'. Dat hij zijn leven opschrijft, betekent niet dat hij er daardoor minder onder lijdt. Schrijven geeft nauwelijks verlichting, het brengt hooguit “een vleugje coherentie'.

Het gaat juist steeds slechter met de held. Hij wordt uitgezonden naar de provincie om software-cursussen te verzorgen met zijn collega Tisserand, die zo mogelijk nog eenzamer is dan hijzelf. De verteller zelf is tenminste nog gescheiden, en heeft enkele avontuurtjes gehad (waarbij hij voor de vrouwen niet veel meer dan “de laatste toevlucht' vertegenwoordigde), maar de intens lelijke Tisserand heeft de liefde nooit gekend. Zijn tragiek is dat hij blijft strijden, en kwijlend achter beeldschone meisjes aan blijft zitten.

En dat is nog maar één van de genadeloze portretten die er in de roman geschetst worden. De andere personages die langskomen - Catherine, Brigitte of Jean-Yves - zijn niet veel appetijtelijker of gelukkiger, en ze boezemen de verteller enorme weerzin in. Overigens stroomt die zelf ook niet over van eigenliefde. Hij rookt vijf pakjes per dag, heeft geen vrienden en geen seksleven. De zin van zijn werk ontgaat hem totaal. Oudejaarsnacht vormt een dieptepunt in zijn lijdensweg die officieel is gediagnostiseerd als een “depressie', maar die hijzelf mooier beschrijft: “Ik voel van binnen dingen breken, als glazen wanden die kapot barsten'.

De “ik' keert de wereld de rug toe en laat zich vrijwillig opnemen in een kliniek. In de laatste pagina's van de roman reist hij af naar de geboortestreek van zijn ouders, wellicht in een poging daar bij de oorsprong een nieuw begin te vinden. Maar wanneer hij in de zon in een weitje ligt, realiseert hij zich ten volle dat al de lieflijkheid die hem omringt voorgoed buiten hem is: “Het gevoel van isolement is volledig; vanaf nu ben ik een gevangene in mezelf. De sublieme eenwording zal niet plaatsvinden; het doel van het leven is gemist. Het is twee uur 's middags'.

De strijd is voorgoed verloren. De vele manieren waarop iemand die strijd kan verliezen, zal Houellebecq in zijn latere werk steeds opnieuw beschrijven. Je zou kunnen zeggen dat De wereld als markt en strijd (geschreven in 1994) de kiem is waarin al alles besloten ligt wat Houellebecq nog zou aanroeren in latere romans als Elementaire deeltjes of Platform. Hoewel in minder extreme vorm, komen ook hier al consumptiedrift, vreemdelingenhaat, bedrijfscultuur, liberalisme en geweld aan de orde. Ook hier gaat het over het failliet van de westerse beschaving. Houellebecq stelde in een interview dat hij geen romans met een boodschap wil schrijven, maar dat de les desalniettemin “schrikwekkend duidelijk' is: “Begeerte is zinloos, pijnlijk en moorddadig; wijsheid en humor zijn zinloos, niet vol te houden en uiteindelijk ook pijnlijk'.

Dat maakt het lezen van de romans van Houellebecq niet bepaald tot een vrolijke aangelegenheid, en er zijn genoeg lezers die zijn boeken vol afschuw terzijde schuiven. Ik vind ze juist buitengewoon ontroerend, door de beheerste wanhoop waarmee de personages blijven zoeken naar liefde een intimiteit: “De behoefte aan liefde zit diep bij de mens, de wortels ervan reiken tot verbazingwekkende diepten, de talloze vertakkingen dringen door tot in de kern van het hart'. De begeerte die iedereen drijft, is al net zo pijnlijk als het uiteindelijke uitdoven ervan.

Houellebecq mag het leven dan niet veel meer vinden dan een voorbereiding op de dood, met de mensen heeft hij het volgens mij goed voor. Zijn cynische beschrijving van de lelijke, egoïstische en materialistische mens ten spijt, is hij vol van mededogen. In de emotionele woestijn die onze wereld is geworden, snakt iedereen naar liefde. Slechts weinigen vinden die liefde, en dan vaak maar voor heel even. Die kortstondige oplevingen, waarin een glimp van een vervulling van het verlangen wordt opgevangen, maken deze romans nog schrijnender.

Daarom denk ik dat De wereld als markt en strijd, en eigenlijk het hele oeuvre van Michel Houellebecq, een vurig pleidooi voor liefde is, en zelfs een liefdesverklaring aan de mensheid. Ook al bestaat de wereld uit klootzakken en trutten: die doen ook maar hun best. Over het algemeen krijgen mannen overigens meer symphatie dan vrouwen. Vrouwen zijn weliswaar degenen die warmte, intimiteit en seks kunnen geven, maar daar springen ze te zuinig mee om. Hun tweeslachtige rol is dat zij zowel de oorzaak zijn van het menselijk lijden als de enige mogelijke oplossing.

In De wereld als markt en strijd zou de eenzaamheid van de verteller ook teruggevoerd kunnen worden op het “gebrek aan genegenheid' waarmee hij is grootgebracht door zijn moeder. Dat maakt hem ongeschikt voor het voelen van menselijke warmte, en dus voor het leven zelf: “Ik begrijp gewoon niet hoe mensen erin slagen te leven'. Op dat onbegrip drijft het schrijverschap van Michel Houellebecq, dat hij zelf ooit omschreef als een “ophelderingspoging'.