Een verhaal voor mijn grootvader

Mijn lievelingsmeubel in de woonkamer van mijn grootouders was de boekenkast. Achter een glazen raam stonden daar in wijnrood, oker en donkergroen leer gebonden boekruggen op een rij. Het was een rituele handeling wanneer mijn grootvader de sleutel in het slot omdraaide en de zacht piepende kastdeur opende. Een aangename geur van hout stroomde daarbij uit de eikenhouten kast. Aandachtig nam hij dan boek voor boek in de hand, aaide er liefdevol over, alsof hij een goede vriend nog eenmaal bij het afscheid keurend over de jas streek. Ik zou je, zei hij daarbij altijd, van elk boek de hele geschiedenis kunnen vertellen.

Willem Elsschot: Käse. Uit het Nederlands vertaald door Agnes Kalmann-Matter en Gerd Busse. Gelezen door Matthias Ponnier. Der Audio Verlag, 156 m. 19,90

De meeste boeken stamden uit een tijd toen mijn grootvader als jongeman, voor het fascisme in de jaren twintig en dertig, lid was van de Deutsche Buchgemeinschaft. Enkele keren per jaar kreeg hij voor een gering bedrag een nieuw boek van de Buchgemeinschaft toegestuurd. het waren bekende titels als Wilhelm Raabe's Der Hungerpastor, Dostojevski's Schuld en boete of de Sprookjes van Duizend en een Nacht.

Had men Kaas van Willem Elsschot direct na zijn verschijnen in 1933 in het Duits vertaald, dan had het goed in deze verzameling gepast. In deze Frans Laarmans, die zijn decennialange werk bij een Antwerpse scheepswerf en zijn eenvoudige status als klerk ontvluchten wil, zou mijn grootvader iets van zichzelf herkend hebben. Veel liever dan als meubelmaker had hij bijvoorbeeld als bibliothecaris gewerkt. De figuur van Laarmans, die zich als Belgische vertegenwoordiger van een Amsterdamse kaashandelaar verhuurt - hoewel hij toegeeft “Ik walg van kaas' - zou hem hebben geamuseerd. Ook de laconieke toon van de ik-verteller was hem bevallen. Laarmans mislukken zou hij hebben betreurd, maar het zou hem wel in zijn levensmotto hebben gesterkt: “schoenmaker blijf bij je leest'.

Als ik de warme stem van de voorlezer van het luisterboek Kaas, dat vorig jaar bij Audio Verlag verschenen is beluister, dan is het alsof ik weer met mijn grootvader voor zijn boekenkast sta. Ik begrijp niet waarom de Duitse vertaling in 2004 een succes werd. En waarom de journaliste Elke Heidenreich, die met haar televisieprogramma Lesen!in Duitsland tot een instituut geworden is, het boek prijst als “het aantreden van de Edammer in de wereldliteratuur'.

De meer dan zeventig jaar oude tekst heeft voor mij, anders dan het boekje van de luisterboekuitgeverij ons verzekert, geen actualiteit meer. De biografieën van mijn generatie der midden-dertigers in Duitsland zijn eerder bepaald door bliksemsnelle beroepsmatige plaats- of partnerruil. De wens naar continuïteit overtreft verre die naar ingrijpende veranderingen. De mannensociëteit van meneer Schoonbeke, een soort rookclub van zakenlieden, waarmee Laarmans kennismaking zoekt, omdat hij hen voor zijn maatschappelijke carrière nodig heeft, is mij vreemd. En de welwillend glimlachende toon, hoeveel zelfspot daar ook in zit, waarmee hij zijn praktisch ingestelde echtgenote beschrijft ook. Op het gebied van literaire experimenten zet deze tekst in mijn ogen niets op het spel.

Hoe men waardig kan mislukken is ongetwijfeld een vraag die nog altijd actueel is, maar de roman vertelt daar weinig over. Laarmans heeft op advies van zijn vrouw niet meteen bij de werf zijn ontslag genomen, maar zich eerst ziek gemeld, een retourtje in zijn bagage. Als hij als klerk op de werf terugkomt denkt hij: ik heb niet geweten hoe gezellig het eigenlijk op kantoor is. Dit is nou weer wel een inzicht dat mij vertrouwd voorkomt.

Willem Elsschot: Käse. Uit het Nederlands vertaald door Agnes Kalmann-Matter en Gerd Busse. Gelezen door Matthias Ponnier. Der Audio Verlag, 156 m. 19,90

De Duitse journaliste Cornelia Saxe werkte twee maanden op de redactie van NRC Handelsblad in het kader van het Duits-Nederlandse journalistenuitwisselingsprogramma.