De taal van het nieuwe

Alles is nieuw. Nieuwe wereldorde, nieuwe bedreigingen van het terrorisme, nieuwe uitdagingen van de globalisering - de taal van het nieuwe is zo alomtegenwoordig, dat het verhelderend en verfrissend kan zijn om te wijzen op wat er allemaal oud is gebleven in de wereld na de aanslagen van 11 september 2001. Dat is de inzet van de Britse politicoloog David Runciman in The Politics of Good Intentions, een verzameling scherpzinnige essays, die eerder zijn verschenen in The London Review of Books. De hedendaagse politieke retoriek, in de eerste plaats van de Britse premier Tony Blair, wordt volgens hem bepaald door twee soorten taalgebruik: naast de taal van het nieuwe is er ook nog de taal van het “risico'; de grote gevaren waarop het publiek door politici voortdurend wordt gewezen. De vraag is of deze termen, die het politieke debat domineren, de wereld inderdaad goed beschrijven, en hoe politici dit begrippenpaar retorisch gebruiken.

Beide begrippen geven leiders als Blair enorme politieke speelruimte, omdat ze een permanente uitzonderingstoestand creëren. De constante dreiging van worst case scenario's, zet de normale politieke procedures tussen haakjes. Runciman laat echter zien dat de bedreigingen van het terrorisme in de eerste plaats grote politieke risico's scheppen; een leider die een aanslag niet weet te voorkomen, loopt een behoorlijke kans naar huis te worden gestuurd. Voor de democratie en het politieke systeem zelf, zijn de gevaren veel minder evident. In een goed functionerende democratie staat altijd een nieuwe politicus klaar, die wellicht een beter antwoord heeft op terreurdreiging. Maar in de retoriek van politici als Blair lopen persoonlijke politieke risico's en de gevaren voor de samenleving, volledig door elkaar.

Die “nieuwe' personalisering van de politiek zet Runciman af tegen het “oude' systeem van vertegenwoordigende democratie. Goed functionerende parlementen, politieke partijen en andere democratische instituties, zijn volgens Runciman nog steeds het beste antwoord, ook op de problemen van de 21ste eeuw, hoeveel er ook wordt gespeculeerd over “postmoderne' politiek.

Runciman denkt hardop na in deze essays, soms onhelder en met herhalingen, maar ook vaak met knappe, originele observaties. Een ander begrip dat hij tegen het licht houdt, is angst. Angst is volgens Runciman nooit helemaal te verbannen uit de samenleving. Het is zaak om daar zo rationeel mogelijk mee om te gaan. Maar in het huidige politieke taalgebruik, wordt de angst zelf “gedemoniseerd', schrijft hij. Waar voortdurend wordt onderstreept dat het terrorisme een existentiële bedreiging vormt voor het vrije westen, wordt - vaak door dezelfde politici - ook steeds gezegd dat het democratisch proces in Irak door zal gaan. Ondanks de vele doden door terreur die daar dagelijks vallen. Runciman, cynisch: “In de oorlog tegen terreur tellen echte doden minder zwaar dan onechte doden.'

David Runciman: The Politics of Good Intentions. History, Fear and Hypocrisy in the New World Order. Princeton University Press, 211 blz. 35,49

    • Peter de Bruijn