De bankier van het verzet

Walraven van Hall was “de bankier van het verzet'. Opgegroeid in de gouden bocht van de grachtengordel, met een vader in de leiding van de Amsterdamse Effectenbeurs en een oudere broer, Gijs, die net als hijzelf bankierde, had hij daartoe de perfecte uitgangspositie. En dan wemelde het in hun kennissenkring ook nog van de Van Eeghens, Van Lenneps, Den Texen en Boissevains: kinderrijke families vaak, die liefst onderling trouwden en over invloedrijke netwerken beschikten. Het is wel eens vergeten hoe groot de bijdrage was van het Amsterdams patriciaat aan het vaderlands verzet en hoevelen uit dit chique milieu het leven lieten.

Van Halls eerste activiteiten bestonden uit het organiseren van steun aan de zeemansgezinnen, waar geen inkomen meer binnenkwam toen de koopvaardij ervoor koos niet naar het bezette Nederland terug te keren. Dat was het begin van wat later het Nationaal Steunfonds (NSF) zou heten, waarin vele tientallen miljoenen guldens omgingen, benodigd om bijvoorbeeld joodse onderduikers, gezinnen van verzetsmensen, kunstenaars die weigerden lid te worden van de Kultuurkamer en treinstakers van geld te voorzien. Zulke bedragen waren niet bij elkaar te bedelen; het vereiste de financiële brains van de broers Van Hall om die te genereren. Niet alleen wisten zij bankdirecteuren te overreden hun kasreserves “tijdelijk' af te staan, hun slimste en meest gewaagde actie was dat onder de ogen van de bezetter voor dik 50 miljoen gulden aan bankpromesses in de kluis van De Nederlandsche Bank werd verwisseld voor vervalste exemplaren.

Door zijn centrale rol in de financiering had Van Hall een doorslaggevende stem in het verzet. Maar behalve een geniaal financier was “Wally' ook een charismatische, bindende persoonlijkheid, wiens scherpe blik en rustige vastberadenheid medewerkers vertrouwen gaf. Vanaf najaar 1944 hield hij zich alvast bezig met de wederopbouw. Die zou hij niet meemaken. Hij werd verraden. De verrader werd geliquideerd door de verzetsgroep, Van Hall werd op 12 februari 1945 door de Duitsers doodgeschoten en ligt met 371 andere vaderlandse helden begraven op de erebegraafplaats Bloemendaal. Zijn broer Gijs maakte als burgemeester van Amsterdam mee dat de generatie van de jaren zestig zich de erenaam “verzet' toeëigende zonder enig besef van wie dat echte verzet hadden gepleegd.

Hoewel Walraven van Hall niet was vergeten - vorig jaar vertoonde de televisie een documentaire over hem en eerder schonk Lou de Jong uitgebreid aandacht aan zijn illegale werk - is pas nu een eerste biografie verschenen van deze bijzondere figuur. Helaas bevat het boek geen index, schieten annotatie en bronvermelding te kort (wat is eigen onderzoek; wat komt uit andere bronnen?). Maar de uitgave is fraai verzorgd en is voorzien van foto's die een aardig kijkje bieden in dit vooroorlogs milieu.

Erik Schaap: Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945). Uitgeverij Noord-Holland. 176 blz. 19,50