Crisisbeheersing stelt weinig voor

Het is de week van de verstreken termijnen en de verlopen ultimata. Iran weigerde zijn atoomprogramma te stoppen. Het had dertig dagen de tijd gekregen om aan het Internationale Atoombureau van de VN te melden dat het alle verrijkingsprojecten had beëindigd. In plaats daarvan verklaarde president Ahmadinejad dat zijn land het vermogen heeft snel een grootmacht te worden. De in de laatste tijd door Teheran herhaalde verzekering dat het Iraanse atoomprogramma slechts civiele, vredelievende doelen dient, kwam door die verklaring verder onder druk te staan.

Het vredesakkoord tussen de oorlogvoerende partijen in Darfur kon ondanks drie opeenvolgende ultimata niet worden afgerond, omdat twee van de drie rebellenbewegingen in die Soedanese provincie tot vanmorgen weigerden te tekenen. Volgens ramingen van internationale organisaties zijn daar tot dusver circa 200.000 mensen in het geweld omgekomen en verkeren crica twee miljoen vluchtelingen in het grensgebied met Tsjaad in bijzonder kommervolle omstandigheden.

Heten de gebeurtenissen in Darfur de eerste genocide van de 21ste eeuw, met de nasleep van een genocide uit de vorige eeuw, de moord op zo`n 8.000 moslimmannen en -jongens uit Srebrenica, worstelt de internationale gemeenschap onmachtig verder.

Het zoveelste ultimatum aan de Servische regering om de eerst verantwoordelijke, generaal Mladic, uit te leveren aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, is zonder veel misbaar verlopen. De Europese Unie maakt nu ernst met haar dreigement de toetredingsonderhandelingen met Servië op te schorten.

Voorlopig blijft de indruk bestaan dat wat in de media gemakshalve wordt aangeduid als de internationale gemeenschap, niet in staat is orde op zaken te stellen. Als een dergelijke gemeenschap al bestaat, dan is het niet meer dan een los verband van staten, multinationals en een nog steeds toenemend aantal internationaal opererende ngo`s, non-governmental organizations, instellingen die ontwikkelingen in de wereld in de breedste zin trachten te beïnvloeden, vaak tevergeefs. En hoewel bijvoorbeeld de afgelopen dagen in Amerikaanse steden tienduizenden demonstreerden om in Darfur eindelijk vrede af te dwingen, wijst de tot dusver getoonde algemene lauwheid in tegenovergestelde richting.

Maar de internationale gemeenschap heeft toch haar eigen organisatie, de Verenigde Naties die juist zijn ingesteld om de vrede te bewaren? Dat klopt. Maar, het is al zo vaak gezegd, de VN zijn niet meer dan de som van de samenstellende delen, de lidstaten. De VN zijn tot veel in staat, als de lidstaten, in de eerste plaats de belangrijkste, de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, het met elkaar eens zijn. Dat was het geval in de Golfoorlog van 1991 toen een breed samengestelde alliantie Saddam Hussein uit Koeweit verdreef en de heerser van Bagdad vervolgens onder curatele plaatste. Dat was uiteindelijk ook het geval in Kosovo, waar de VN een internationaal overgangsbewind installeerden.

De paradox wil dat meer internationaal activisme meer impasses oplevert. Dat klinkt ongeloofwaardig, maar de praktijk wijst het uit. Dit komt omdat macht meer betekent naarmate zij minder behoeft te worden aangewend. De Amerikaanse macht op de achtergrond bijvoorbeeld is er tientallen jaren in geslaagd het machtsevenwicht in het Midden-Oosten in stand te houden ondanks sovjetpogingen revolutionaire ontwikkelingen en onderlinge oorlogen in die regio voor eigen gewin uit te buiten. Pas wanneer de Amerikanen voet aan wal zetten, bleken er grenzen aan hun macht te zijn en verloren zij geloofwaardigheid als volgens het jargon `off-shore balancer`. Dat werd al duidelijk tijdens de Libanese burgeroorlog in de jaren `80 en dat werd onomstotelijk bewezen met de invasie in Irak van drie jaar geleden.

Behalve de bij gebruik afnemende betekenis van militaire macht is er de complexiteit van de geweldssituaties die om internationale aandacht vragen. In Darfur alleen al spelen een rol: de Soedanese regering, een moorddadige Arabische militie die het regime de vrije hand laat, en ten minste twee rebellenbewegingen met tribale uitlopers naar zowel het verzet in het naburige Tsjaad als naar het bij een militaire staatsgreep aan de macht gekomen bewind in dat land.

Niets is minder controleerbaar dan burgeroorlogen die zich over internationale grenzen heen verbreiden. De Afrikaanse Unie, volgens internationaal recept als regionale organisatie de eerste om in dit conflict als verzoener op te treden, is er tot nu toe niet in geslaagd haar taak naar behoren uit te voeren.

Waar zouden we overigens het lef vandaan halen om de Afrikaanse Unie te kritiseren? De gang van zaken rondom Mladic toont aan dat de EU het er niet veel beter van afbrengt. Niet alleen loopt de beul van Srebrenica na al die jaren vrij rond, de toestand in Bosnië en Kosovo is sinds de jongste Balkanoorlogen en ondanks de bij goed gedrag in het vooruitzicht gestelde beloning van het EU-lidmaatschap, allesbehalve een succesverhaal.

De EU maakt zich nu op militaire steun te leveren ten dienste van een goed verloop van aanstaande verkiezingen in Congo, die andere Afrikaanse crisishaard waarin tienduizenden zijn verdwenen. Dat op zichzelf is een mooi gebaar dat de EU zeker zal willen uitleggen als het bewijs dat zij haar internationale rol gevonden heeft. Maar het verandert niets aan de bewezen werkelijkheid dat internationale crisisbeheersing meer belooft dan zij kan waarmaken. Zoals minister Kamp van Defensie al toegaf toen hij opperde dat de Nederlandse soldaten in Uruzgan desnoods voortijdig zullen worden teruggeroepen.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon