Brussel mag niet straf bepalen

De Europese Commissie mag geen strafmaten invoeren zonder toestemming van het Europees Parlement. Een motie van die strekking is gisteren aangenomen door de commissie juridische zaken van het Europees Parlement.

Aanleiding voor de motie was een baanbrekende uitspraak van het Europese Hof van Justitie vorig jaar. Die bepaalde dat de Europese Commissie voorstellen mag doen voor strafmaten in zogeheten richtlijnen. Richtlijnen hoeven niet door alle lidstaten te worden goedgekeurd. Tot nu toe was het Europese strafrecht altijd het exclusieve terrein van de regeringen van de lidstaten. Die beslisten daarover op basis van unanimiteit.

De Europese Commissie kondigde daarop aan haar nieuwe bevoegdheid niet alleen te willen gebruiken bij het voorstellen van nieuwe richtlijnen. Zij zei dat het ook nodig was een aantal bestaande richtlijnen aan te passen. De Commissie zei de bevoegdheid te willen gebruiken op het gebied van valsemunterij, creditkaartfraude, witwassen, hulpverlening aan illegalen, omkoping, internethacking en BTW-fraude.

Over nieuwe richtlijnen mag het Europees Parlement sowieso meebeslissen. Maar de parlementariërs waren bang dat de Europese Commissie ook “op eigen houtje“ bestaande richtlijnen zou gaan aanpassen, zegt Bert Doorn, lid van de commissie juridische zaken van het Europees Parlement voor het CDA. “De Commissie was daarover een beetje vaag.“

De parlementariërs zeggen verder in hun motie dat ze wel blij zijn met de uitspraak van het hof, waardoor het bepalen van Europese strafmaten op een aantal terreinen niet langer is voorbehouden aan de lidstaten.