Appel aan het woord

“Ik schilder als een barbaar in deze barbaarse tijd.“

“Ik rotzooi maar wat an.“

(Uit de documentaire De werkelijkheid van Karel Appel van Jan Vrijman, 1961)

“Tot nu toe werk ik precies zo als toen ik vijfendertig was, eigenlijk nog beter, dynamischer [...] Dat sterke lichaam staat nog steeds geheel in dienst van de schilderkunst. Als ik schilder is dat lichaam er niet, dan ben ik meditatief bezig.“

“Iedere maand worden er over de hele wereld schilderijen van me geveild. De veilinghuizen sturen me foto`s op, ik pik de vervalsingen eruit, maar wat er verder mee gebeurt weet ik niet.“

“Wat ik probeer is het tijdelijke, het onvatbare, het vergankelijke te schilderen.“

“De Nederlanders zijn een goed doorvoed volk, het zijn wijndrinkers, dat was vroeger al zo [...] Maar ze tellen niet mee in de wereld. Er komt weinig uit. Nederland heeft nooit zijn best gedaan om de eigen kunstenaars in het buitenland onder de aandacht te brengen.“

“Ik zeg: ik ben een schilder zonder vaderland. Eigenlijk was ik altijd een uitgestotene. Eerst door mijn familie, omdat ik schilder wilde worden - een schilder stond gelijk aan een gek. Toen door het land.“

(In het Cultureel Supplement van deze krant, 7 december 1990)