1066 is beter dan 1966

Er was een tijd dat Nederlanders graag zeiden dat zij van de vaderlandse geschiedenis alleen wisten “1600 - Slag bij Nieuwpoort.' Omdat Britten zich net zo tekort voelen schieten over hun eigen geschiedenis hebben velen van hen in de afgelopen vijfenzeventig jaar het boekje 1066 and all that van W.C. Sellar en R.J. Yeatman in komische ere gehouden. Beginnend bij de Normandische invasie door Willem de Veroveraar vertelde dat in een stroom van misvattingen, gissingen en parodieën hoe het verder is gegaan. Al wordt het minder gelezen dan toen het vers was, de titel zit rotsvast in het Britse idioom.

Presentatie van de “Peel 50' in Londen, 1962 Foto AFP Présentation le 09 novembre 1962 à Londres de la "Peel 50", un véhicule à trois roues, doté de trois vitesses et équipé d'un moteur de 50cc, pouvant atteindre une vitesse de 70 km/h. Sa consommation est de trois litres au 100 kilomètres. N/B B/W Exhibition dated 09 November 1962 in London of the Peel 50, a three-wheels vehicle, equiped with a 50 centimeter cube motor, capable of reaching 70 kilometers per hour. AFP

Laatst op bezoek in Aldeburgh aan de oostkust zag ik in de boekhandel stapels van Craig Browns 1966 and all that op de toonbank liggen, en meende daaruit te mogen opmaken dat ook dit meteen aansloeg. Die conclusie was voorbarig: Brown is zelf een burger van Aldeburgh, en zijn présence in de plaatselijke boekhandel bewijst niet dat heel Engeland op zijn kop staat. Dat had wel gekund, want Brown heeft veel grappige teksten geschreven in column- en boekvorm, onder zijn eigen naam of licht vermomd als Wallace Arnold. Hij is geprezen als een van de top 50 funniest Britten, en het leek er wel eens op dat hij zelfs niet een van de tien, maar een van de de vijf grappigste Britten was.

Maar humoristen moeten zich een beetje inhouden van tijd tot tijd. Omdat zij bezinning nodig hebben, én omdat het publiek niet steeds weer die bekende toon wil horen. Brown daarentegen is te veel gaan schrijven, en daarom is zijn boekje maar half gelukt. Zijn titel is al verontrustend; als eerbewijs aan de auteurs van 1066 was die onnodig. En het jaar 1966 heeft geen bijzondere betekenis in de geschiedenis van 1918 tot nu die het onderwerp van dit boek is.

Wie met een glimlach van verwachting aan de tekst begint zal waarschijnlijk al gauw verstrakken, en af en toe hoofdschudden. Over de algemene staking van 1926: “The General Strike occurred when all the Generals went on strike' - dat is geen grap voor volwassenen. Af en toe kom je een uitschieter tegen: wie zich herinnert wat de romanschrijver en academicus E.M. Forster zei over liever zijn land verraden dan zijn vriend, heeft waarschijnlijk wel plezier in de variant: als ik de tafel moest dekken voor mijn vriend of voor mijn land “I would ask the college servant to do both.'

Zoals je van een columnist en journalist kan verwachten, doet Brown zijn beste vondsten wanneer hij in de buurt van onze nieuwe eeuw komt. Lloyds of London, de verzekeraar, beschrijft hij als een “oeroud instituut' dat berust op “de economische theorie dat het enige wat de rijken ontbreekt is meer geld.' Ook niet gek is zijn hoofdstukje over gelovigheid aan het eind van de 20ste eeuw, toen de achteruitgang ervan “tot staan gebracht werd' doordat mensen van heinde en verre naar de Zweedse kerk van Ikea begonnen te komen: “they would repent of their sins by walking round and round in circles in silence...'

Browns humor is niet uitgeput, wel uitgedund deze keer. Wie nog eens wil lachen om de geschiedenis kan beter het goede jaar 1066 weer opsporen.

    • J.J. Peereboom