Pleidooi voor onthaasting

The World's Fastest Indian gaat over snelheid.

Maar het is vooral een pleidooi voor onthaasting.

Een heerlijke geur van smeer en roest hangt over The World's Fastest Indian, dat weinig met indianen te maken heeft, maar alles met zuigers, cilinders en slijptollen. In zijn schuur vol oude spullen sleutelt de Nieuw-Zeelandse zestiger Burt Munro (Anthony Hopkins) al een eeuwigheid aan zijn Indian, een antieke legermotorfiets die hij zo heeft opgevoerd dat hij er in 1967 een snelheidsrecord mee vestigt op de spiegelgladde zoutvlaktes van Utah. De mooiste scènes zijn die waarin Munro de liefde verklaart aan zijn verzamelde rommel.

Tijdens zijn reis naar Utah heeft Munro alle cynisme overboord gezet. Zijn goedmoedigheid werkt aanstekelijk op iedereen die hij ontmoet. De niets aan de hand soundtrack is een nodeloos hulpmiddel om de kijker in te palmen, want het innemende spel van Hopkins kan het goed stellen zonder opgewekt gepingel.

Regisseur Donaldson weet de spanning er goed in te houden door een effectief trucje: er dreigt constant iets mis te gaan, maar alle problemen verdwijnen doordat Munro beleefd blijft en overal de tijd voor neemt. Zo is The World's Fastest Indian niet alleen een film over snelheid maar vooral een pleidooi voor onthaasting.

Film

The World's Fastest Indian.

Regie: Roger Donaldson. Met: Anthony Hopkins, Saginaw Grant. In: 10 bioscopen. ****

    • Mariska Graveland