Onvoorspelbaar zweten

Hormoontherapie voor de onderdrukking van opvliegers krijgt een steeds slechtere naam. Maar goede alternatieven zijn er niet.

Hormoonpillen en -pleisters in de overgang zijn uit. Maar wat is er er wél voor vrouwen die af willen van de onvoorspelbare zweet- en hitteaanvallen en het 's nachts in zweet badend wakker worden?

Eigenlijk niks, schrijven negen (vrouwelijke) onderzoekers van de Oregon Health and Science University in het gisteren verschenen medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Journal of the American Medical Association.

De negen zochten alle 'wetenschappelijke' publicaties naar niet-hormonale medicijnen tegen opvliegers die sinds 1966 waren verschenen. Ze vonden er 4.249. Maar na een strikte kwaliteitsbeoordeling bleven er maar 43 over.

Daarbij waren onderzoeken naar de opvliegersonderdrukkende werking van verschillende antidepressiemedicijnen, van de bloeddrukverlagers clonidine en gabapentine en van pillen met extracten van rode klaver of soja. De laatste zijn kruidengeneesmiddelen die er op vertrouwen dat stoffen (isoflavonen) in rode klaver en soja in het menselijk lichaam de werking van het oestrogene geslachtshormoon nabootsen.

Oestrogenen, dat is waar vrouwen van 45 tot 55 jaar die in de overgang komen een tekort aan krijgen. Die hormonen kwamen vrij in de maandelijks rijpende eicel in de eierstokken. Het hormoontekort veroorzaakt ingrijpende lichamelijke veranderingen en heeft ook invloed op de lichaamsthermostaat. Die veronderstelt op ongelegen momenten een teveel aan lichaamswarmte en wil die lozen. Blozend zweten is het resultaat.

Hormoontherapie was een uitkomst. Meer dan 50 jaar heeft die jaarlijks steeds meer vrouwen geholpen. En de hormonen kregen een steeds gezonder aureool: uiteindelijk was de boodschap dat ze ook in het latere leven hielpen, tegen botontkalking, hart- en vaatziekten en dementie. Totdat in 2002 en 2003 onderzoeken verschenen waarin werd aangetoond dat die heilzame effecten er niet of nauwelijks waren en werden overschaduwd door een hogere kans op vooral borstkanker.

Vrijwel alle betrokken artsen en medicijnbeoordelaars bepleiten sindsdien om in de overgang zo kort mogelijk en zo weinig mogelijk hormonen te nemen, en alleen bij ernstige, frequente opvliegers.

Hormoonmedicatie verminderde het aantal opvliegers met gemiddeld driekwart. De onderzoekers uit Oregon constateren dat de niet-hormonale medicijnen het veel minder goed doen: ze voorkomen hoogstens twee van de drie tot zeven hevige opvliegers per dag. Het weinige onderzoek dat er is, toont aan dat de pillen de meeste vrouwen niet of nauwelijks helpen de overgang door te komen.

Wim Köhler

    • Wim Köhler