Niet wachten op omkoopschandaal

Duizenden lobbyisten proberen het beleid in Brussel naar hun hand te zetten.

Het gevaar van omkoping ligt op de loer, en dus wil de EU gedragsregels vastleggen.

Binnenkort ook in Europa? De Amerikaanse lobbyist Jack Abramoff, verdacht van omkoping. Foto AP ** FILE ** Lobbyist Jack Abramoff leaves Federal Court in Washington Jan. 3, 2006, after pleading guilty to federal charges of conspiracy, tax evasion and mail fraud, and agreeing to cooperate with prosecutors investigating the influence peddling that has threatened powerful members of the U.S. Congress. At right, his attorney Abbe Lowell. (AP Photo/Gerald Herbert) Associated Press

Loopt er in Brussel ook een Abramoff rond? Jack Abramoff, een van Amerika's bekendste lobbyisten, was begin dit jaar het middelpunt van een groot politiek schandaal in Washington. In januari bekende hij voor veel geld politici te hebben omgekocht. Kan dat ook in Europa? Een onderzoeksbureau stelde die vraag aan Brusselse lobbyisten. Ruim 40 procent zei: ja, dat kan als er geen maatregelen worden genomen.

Er moeten regels komen voor lobbyisten, vindt ook de Europese Commissie. Gisteren presenteerde Europees Commissaris Siim Kallas, de Est die verantwoordelijk is voor Bestuurlijke Zaken, zijn plan. Hij wil een vrijwillig registratiesysteem, een gedragscode en een sanctiesysteem. (zie inzet). “We hebben nog geen schandaal in Europa“, zei Kallas gisteren, “gelukkig niet. En het is beter het te voorkomen.“

Het aantal lobbyisten in Brussel is groot genoeg om een flinke wijk te vullen: 15.000 tot 20.000. De Federatie van Pretparken, de Europese makers van Cornflakes, Philips, Unilever, Greenpeace, de Europese Associatie van Snackfabrikanten. Je kunt het zo gek niet bedenken of het heeft hier een kantoor, meestal in een van de straten tussen het gebouw van de Europese Commissie en het Europees Parlement.

Is al dat gelobby slecht voor de democratie? Nee, zegt Rutger-Jan Hebben, bestuurskundige en sinds een half jaar lobbyist voor EnergieNed, de brancheorganisatie van energiebedrijven in Nederland. “Je hebt hier te maken met complexe dossiers. De Commissie en het Europees Parlement hebben behoefte aan informatie. Vaak is die informatie aanwezig bij bedrijven en bij brancheorganisaties. Voor de kwaliteit van wetgeving is het belangrijk dat die informatie wordt uitgewisseld.“

Dat is ook de opvatting van de Europese Commissie. In zijn voorstel schrijft commissaris Kallas “dat lobbyisten kunnen helpen om belangrijke onderwerpen onder de aandacht te brengen van Europese instellingen“.

Niet iedereen denkt er zo over. Een platform van 140 maatschappelijke organisaties (vakbonden, milieugroepen, consumentenorganisaties) heeft de afgelopen maanden bij Kallas gepleit - en gelobbyd - voor strengere regels voor lobbyisten. Ze vinden dat het bedrijfsleven te veel de agenda bepaalt in Brussel.

De Commissie maakt zich voortdurend druk over nagemaakte Louis Vuitton-tassen, zei Jörgo Riss, de directeur van Greenpeace in Brussel onlangs. De Commissie doet dat, betoogde hij, omdat er zoveel bedrijfslobbyisten zijn die roepen om maatregelen tegen het nabootsen van merkproducten. Terwijl, vinden mensen als Riss, er belangrijker zaken zijn.

De maatschappelijke organisaties die vragen om strenge regels voor lobbyisten willen onder meer dat die bekend moeten maken hoeveel geld ze krijgen en van wie. De VS kennen al zo'n systeem.

“Het probleem blijft natuurlijk dat vakbonden en consumentenorganisaties minder geld te besteden hebben“, zegt Erik Wesselius, een van de woordvoerders van de antilobby-lobby. “Maar we willen dat dat in ieder geval zichtbaar is. Lobbyisten willen dat niet graag, omdat concurrenten dan ook kunnen zien wat ze vragen en voor wie ze werken.“

Wesselius is teleurgesteld dat Kallas slechts een vrijwillige registratie van lobbyisten voorstelt. 'De enige incentive die hij biedt, is dat geregistreerde lobbyisten worden geïnformeerd wanneer er “consultaties' zijn over onderwerpen die hun aangaan. Dat maakt die registratie nauwelijks aantrekkelijk. Een beetje lobbyist weet dat al lang.“

De Brusselse lobbyfirma's die werken voor het bedrijfsleven hebben ook een eigen organisatie, de European Public Affairs Consultancies Association. Die heeft de afgelopen maanden óók met commissaris Kallas overlegd. Voorzitter John Houston zegt dat het aanleren van “goed gedrag“ belangrijker is dan een registratiesysteem. Een gedragscode is daarom volgens hem nu het belangrijkste. Maar, zegt hij ook, het is een misverstand dat de bedrijfslobbyisten tégen een verplichte registratie zouden zijn.

Lobbyist Houston wijst er op dat ook de Commissie zelf straks een verantwoordelijkheid heeft. “Europese ambtenaren die met een lobbyist praten moeten zich ervan vergewissen dat die geregistreerd is.“

Als zelfs de bedrijfslobbyisten zeggen niet tegen verplichte registratie te zijn, waarom stelt commissaris Siim Kallas dat nu dan niet voor? Hij heeft gekeken naar de strenge wetgeving in de VS, zei hij vanmiddag. “Maar daarmee los je niet alle problemen op.“ Hij denkt dat het beter is te werken aan “draagvlak' voor goed gedrag, onder de lobbyisten uit de verschillende kampen. Wetgeving kan altijd nog. “Laten we samenwerken en kijken wat er gebeurt.“

    • Jeroen van der Kris