Neergeschoten en niet teruggevonden

Negentig Nederlandse RAF-piloten zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog neergeschoten en nooit teruggevonden. Voor deze helden is geen monument.

‘Vliegvrienden’ op Teuge. De twee mannen in het midden, Rijklof van Goens en Govert Steen, zouden als RAF-piloot vermist raken. Foto familiearchief Steen, via Rob Philips familiearchief Steen

'Vliegvrienden op de basis Teuge, 1937' luidt het onderschrift van een foto uit de collectie van Rob Philips. Drie jonge mannen en een vrouw kijken staand voor een dubbeldeksvliegtuig in de camera. Onwetend van het feit dat twee van de mannen, Rijklof van Goens en Govert Steen, drie jaar later dienst zullen nemen bij de Royal Air Force. In de Tweede Wereldoorlog raken ze als piloot vermist. Bijna zeventig jaar later staan beiden nog te boek als missing in action.

Het is de missie van de 54-jarige Rob Philips om de vliegtuigen en stoffelijke resten van deze twee Nederlandse vliegers te lokaliseren. 'Maar niet alleen van deze twee. Van Goens en Steen horen tot de negentig Nederlandse RAF-piloten die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn neergeschoten en nooit zijn teruggevonden.'

Het begon drie jaar geleden, toen Philips er achter kwam dat in zijn toenmalige woonhuis in Apeldoorn een jachtvlieger was geboren. Het bleek te gaan om Govert Steen, luitenant bij de Nederlandse luchtmacht. In de meidagen had hij twee Duitse vliegtuigen neergeschoten. Daarna had hij in Amsterdam een door de Duitsers geconfisqueerd watervliegtuig buitgemaakt en was ermee naar Engeland gevlogen.

Daar werd hij Spitfire-piloot bij de RAF. Op 5 juni 1942 werd hij, 25 jaar oud, door een Duitse jager boven Het Kanaal neergeschoten.

Philips, een filosoof werkzaam in de ontwikkeling van elektronica voor medische apparatuur, ontdekte dat Steen niet de enige vermiste Nederlandse piloot was. 'De Nederlandse overheid heeft nooit iets ondernomen om ze terug te vinden. Nederland telt bijna drieduizend oorlogsmonumenten, maar er is er niet één bij voor de vermiste piloten. Ze hebben hun leven gegeven en verdienen het dat er naar hen gezocht wordt en dat hun verhaal correct wordt verteld.'

Philips dook in de archieven van de RAF, reisde door West-Europa om met boeren en ooggetuigen te praten over bij hen in de buurt neergestorte vliegtuigen. Hij vroeg op allerhande oorlogssites om nadere informatie en hij spoorde familie van de piloten en nog levende collega-piloten op. 'Peter Graham, de wingman van Rijklof van Goens, is nu bijna negentig jaar en dominee in de Anglicaanse Kerk. Hij bleek nooit ondervraagd te zijn over wat er met Van Goens is gebeurd.'

Van Goens, de laatste mannelijke nazaat van twee gelijknamige hoge VOC-ambtenaren, was voor de oorlog stuntvlieger. In de oorlog vluchtte hij via Zwitserland en Spanje naar Engeland, waar hij net als Steen voor de RAF in een Spitfire ging vliegen. Op 17 augustus 1944 is hij omgekomen. Volgens de officiële lezing 'boven Frankrijk'.

Maar dat klopte niet, ontdekte Philips. 'Graham vertelde me dat ze bij de kust van Dover bezig waren met een missie om aanvliegende V1's neer te halen, toen Van Goens' radio plotseling wegviel. Hij is per ongeluk door Brits afweergeschut neergehaald. Uit de RAF-archieven blijken een heleboel piloten door ongelukken bij trainingen omgekomen te zijn en sommigen door friendly fire. Dergelijk nieuws konden ze tijdens en na de oorlog niet gebruiken en dus hebben ze de waarheid aangepast.'

Toen Philips wist dat Van Goens' toestel niet in Frankrijk maar voor de Britse kust lag en het toestel van Steen bij Le Havre, probeerde hij de Nederlandse overheid zo ver te krijgen om met sonar en onderwaterarcheologen op zoek te gaan naar de wrakken. Dat vroeg hij ook aan de onderzoeker Robert Ballard (die de Titanic heeft gevonden) en de monumentenorganisatie English Heritage.

Maar deze verzoeken hebben voorlopig geen resultaat gehad. Een met eigen geld uitgegeven boek over Steen en een manuscript van 1.300 pagina's voor een nieuw boek zijn tot nu toe de enige tastbare resultaten. Philips: 'Ik geef verder al mijn informatie aan een promovendus bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Eind vorig jaar heb ik ook een rapport ingeleverd bij het Kabinet van de Luchtmacht.'

In dat rapport vraagt Philips of de Luchtmacht twee anonieme graven in Cherbourg wil openen om te onderzoeken of daar twee Nederlandse piloten begraven liggen. Gevraagd om een reactie zegt het ministerie van Defensie: 'Wij onderzoeken de zaak nog.'

Misschien dat de zaak in een stroomversnelling raakt als met hulp van Philips het wrak van de bekendste Nederlandse RAF-piloot wordt gevonden. Dat is Jan Plesman, de zoon van Albert Plesman, de oprichter van de KLM.

Jan Plesman is 1 september 1944 in de buurt van het Franse St. Omer neergeschoten en vermist geraakt. Albert Plesman heeft na de oorlog persoonlijk naar het stoffelijk overschot van zijn zoon gezocht.

'Op de verkeerde plaats', denkt Philips nu. Volgens hem ligt het wrak in een oostelijker gelegen bos. Hij heeft zijn gegevens doorgegeven aan KLM-Air France. 'Ze hebben iemand voor onderzoek vrijgemaakt en die denkt het toestel van Jan Plesman te kunnen vinden.'

    • Theo Toebosch