Moslims zijn niet de nieuwe nazi's

De verdedigers van het Westen die vrezen dat dit deel van de wereld onder de voet wordt gelopen door de moslims, zien het fout.

Niet de westerse maar de Arabische wereld verkeert in een diepe crisis, meent Sjoerd de Jong.

Nog niet zo lang geleden, in het verkiezingsjaar 2002, werd het polemische gebruik van de Tweede Wereldoorlog om een dreigend gevaar te schetsen, taboe verklaard. De oorlog mocht niet van stal worden gehaald om een aanstormend politicus zwart te maken of te demoniseren. Met de moord op 'Pim' leek het toch al versleten etiket 'fascist' voor een tegenstander definitief afgeschreven.

Maar het is, op een heel andere manier, weer terug. Sinds we het occidentalisme hebben ontdekt, de haat die vijanden van de Verlichting tegen het Westen koesteren, wordt de radicale islam steeds vaker betiteld als een nieuwe vorm van fascisme, en de moslimgemeenschappen in Nederland als , zoals Fortuyn het al zei, een 'vijfde colonne die hier de boel wil overnemen'. Al is het maar met een demografische revolutie: nu al een miljoen moslims in Nederland, en 'de bom tikt', want het gevaar plant zich voort, zoals schrijver Oscar van de Boogaard onlangs in een krantencolumn waarschuwde: 'Zonder dat we het merkten is Europa bezet. De radicale islam heeft tijd.'

In neoconservatieve kringen in Amerika, maar ook in Europa, is deze analyse van de radicale islam als nieuw anti-Europees totalitarisme, gesteund door een zwijgende meerderheid van immigranten, inmiddels een ware cottage industry. De analyse wordt gemaakt in serieuze boeken als Radical Islam's Rules van Paul Marshall, met een voorwoord van oud-CIA-directeur James Woolsey, die een samenzwering ziet tussen terrorisme en de islamitische wereld om een nieuw wereldwijd kalifaat te stichten, en While Europe Slept, van Bruce Bawer, die schetst hoe een picture postcard landje als Holland - waar geen vuiltje aan de lucht was voordat de moslims kwamen - op het punt staat pootjes omhoog te gaan. In Rusland maakte de roman Moskee van Notre Dame van Parijs furore, waarin de schrijfster Jelena Tsjoedinova een dystopie schetst van een door moslims onderworpen Europa (2048). In Italië fulmineert Oriana Fallaci in haar boeken tegen de moslims die zich in haar vaderland vermenigvuldigen als konijnen, aangespoord door Arabische staten en het geloof.

En dan is er het 'moederboek': Eurabia van de Egyptisch-joodse Bat Ye'or (een pseudoniem dat 'dochter van de Nijl' betekent), waarin de auteur een met name Arabisch-Frans complot ontvouwt waarin de Europese elites sinds de oliecrisis van de jaren zeventig hun bevolkingen uitverkopen aan de islam. 'Eurabië', een ongeremde immigratie van moslims die zoveel mogelijk met rust worden gelaten, is in dit woest goede boek de pasmunt waarmee Europa zijn oliebelangen veiligstelt.

In Nederland zijn de contouren van deze nieuwe bezettingsmetafoor zichtbaar geworden na de moord op Theo van Gogh. In een paginagroot essay in de Volkskrant bekende Ayaan Hirsi Ali zich vorige maand tot een onversneden confrontatiepolitiek. Onder een foto van de spreekwoordelijke appeaser Chamberlain, die Hitler met het akkoord van München in 1938 ruim baan gaf in Tsjechoslowakije, waarschuwde ze tegen capitulaties voor de volgende stormloop op het vrije Westen: die van de totalitaire islam.

Het gevaar is breder dan een marginale groep fanatici, aldus Hirsi Ali, ook de gewone moslim is een bedreiging, voorzover hij of zij zwijgt. En met zijn hoevelen zijn ze al niet: vijftien miljoen, veertig? Eén ding is zeker, aldus het Tweede-Kamerlid: 'Op enig moment zal de meerderheid van de Europeanen bestaan uit moslims, wat inhoudt dat de sharia langs democratische weg zou kunnen worden ingevoerd.' Als Europa niks doet om deze totalitaire beweging te keren, wachten ons 'burgeroorlog en emigratie op grote schaal'. Het moet daarom afgelopen zijn met de 'doormodderpolitiek van de verzoeners'. 'Zulke politieke verzoeners zijn schapen in schaapskleren, zoals Churchill over Chamberlain zei. En iedereen weet wat islamieten met schapen doen.' Een somber vooruitzicht. Troostend noteert Hirsi Ali nog wel dat confrontatiepolitici 'moslims zien als individuen', en een beroep doen op hun ratio om deze weg niet verder in te slaan.

Cynisch zou je kunnen zeggen dat moslims dus in elk geval in korte tijd een opmerkelijke sprong voorwaarts hebben gemaakt. Voor Pim Fortuyn en de zijnen waren ze nog vooral achterlijke middeleeuwers, vers van de berg gestrompeld en met hun ogen knipperend tegen het felle licht van de moderniteit, nu zijn ze al opgewaardeerd tot een soort moderne fascisten, die strak in het gelid optrekken tegen het Westen. Compleet met hun symboliek. Het hoofddoekje, eerder een fossiel van vrouwonvriendelijke woestijntradities, is voor schrijver Wessel te Gussinklo bijvoorbeeld nu een symbool van een totalitaire ideologie, een soort Stahlhelm voor vrouwelijke soldaten van de sharia. Hij schreef in Trouw een open 'Brief aan mijn apotheker', waarin hij bezwaar maakte tegen een meisje met hoofddoek achter de balie (natuurlijk niet gericht aan het meisje zelf, maar aan haar baas, want aan fascisten schrijf je geen brieven, die bestrijd je).

Tegenover al deze horror staat een minstens zo radicaal universum van ontkenning en wensdenken over de islam, uitgevent door nationale staten, propagandisten en predikers, waarin moslims niet zozeer de nieuwe nazi's zijn, als wel de nieuwe joden - wereldwijd achtergesteld en vervolgd. Op de islam is niets aan te merken, en moslims zijn vooral schuldeloze slachtoffers van een onrechtvaardige wereld die de weg kwijt is. Dat wereldbeeld wordt aangejaagd - dáár raakt Bat Ye'or een gevoelig punt - door staten die de 'interculturele dialoog' met Europa gebruiken om greep te houden op hun eigen voormalige bevolkingsgroepen overzee.

Hoe Arabische staten de islam gebruiken om hun wankele legitimiteit te stutten is één ding, maar hebben wij iets aan de herleving van de oorlogs- en bezettingsmetafoor in Europa?

De onrust onder wat dan heet 'niet-westerse migranten' in Europa (lang niet allemaal moslims), van de Parijse voorsteden tot het islamdebat in Nederland, wijst inderdaad op een ernstig en nijpend maatschappelijk probleem: Europese landen zijn er onvoldoende in geslaagd hun migranten met succes volwaardig op te nemen in hun samenlevingen.

Dat komt vooral, zoals Francis Fukuyama onlangs onderstreepte, door onverschilligheid, door het gesloten karakter van die samenlevingen, de traditie van etnisch nationalisme en het ontbreken van een 'Europese droom' die voor migranten een premie stelt op persoonlijk succes, zoals in Amerika. Van de weeromstuit lonkt de nestwarmte en de morele troost van de islam, de laatste jaren aangejaagd door de turbulentie op het wereldtoneel. Een zorgelijke en riskante situatie, maar een parallel met 1938? Radicale moslims in Europa hebben noch de nationale staat, noch de graad van organisatie, noch de politieke ideologie, noch de steun van hun gemeenschap waarover Hitler cs. beschikten. Dat beseffen onheilsprofeten die de knieval van Europa voorzien natuurlijk ook, en daarom zijn in hun idioom ook steeds meer de gewone moslims een probleem - en dan met name hun aantallen

Dergelijke profetische overdrijving zou natuurlijk een ander doel kunnen dienen dan het accuraat trekken van historische parallellen: ons waarschuwen! Zoals de oudtestamentische profeten het volk van Israël opriepen na jaren van lamlendigheid weer ernst met de zaken te maken. Maar hebben we zulke noodkreten nog nodig? Het land staat al jaren op scherp. De boodschap dat alles wat met islam te maken heeft slecht, achterlijk of gevaarlijk is, is inmiddels zo diep ingesleten dat een genuanceerd rapport als dat van de WRR over islamitische activisme binnen 24 uur wordt overspoeld met hoon en gesnoef over gebrek aan wetenschappelijkheid. We hadden het er weer druk mee, en je denkt bijna: wat zouden we aanmoeten zónder onze moslims? De eerste generatie hebben we opgebruikt in de industrie, de tweede gaan we opgebruiken in de media.

Opvallend is overigens dat juist de verdedigers van het Westen als een superieure beschaving tegelijkertijd zo overtuigd lijken van de zwakte ervan: hoe kunnen de moslims ons anders onder de voet lopen? Terwijl de werkelijke krachtsverhoudingen eerder andersom zijn: het is niet de westerse maar de Arabische wereld die in een diepe crisis verkeert, waar samenlevingen uit het lood hangen en waar de islam dient als vehikel van politiek, sociaal en religieus protest.

Dan is er altijd nog de demografische boeman: ze worden hier de baas, simpelweg omdat ze met zo velen zijn. Europa heeft in korte tijd grote groepen moslims binnen de grenzen gekregen - en hun aantal zal nog toenemen. Maar zou het hier echt gaan om een homogene klomp religieuze fascisten, in plaats van om etnisch, cultureel en sociaal gevarieerde groepen die ook grote verschillen kennen in cohesie, ambitie, organisatie en ondernemingszin?

Wie het eerste gelooft, kan moeilijk aankomen met de boodschap dat hij moslims als ' individuen' ziet, behalve dan zoals sommige Amerikanen in de negentiende eeuw aankeken tegen hun inheemse bevolking: in elke wilde schuilt een mens die worstelt om eruit te komen. Bovendien: demografische prognoses zijn nog geen voorspellingen. Urbanisatie en emancipatie leiden nu al tot een lager kindertal onder de tweede en derde generatie islamitische migranten, meer werkende vrouwen en drastisch minder moskeebezoek.

In die context zou een herleving van spengleriaanse ondergangsfantasieën over Europa wel eens vooral de slechte kanten van de huidige culturele schizofrenie kunnen versterken: aan de ene kant meer nationalisme en een hardvochtig streven naar zuiverheid in de leer van de dominante cultuur (Fukuyama kritiseert de Duitse deelstaat Baden-Württenberg, die van nieuwkomers eist dat ze het homohuwelijk een goed idee vinden; een test waarvoor ook de burger Balkenende, zoals we nu weten, zou zakken). En aan de andere kant versterking van het zelfbeklag onder moslims en van het gevoel uitgesloten en gemarginaliseerd te worden. Zo koersen we dan af op een xenofobe tunnelvisie over en weer - die hebben we dan tenminste gemeen.

Het lijkt een beter idee te proberen alsnog, ook al is het laat, een positieve versie te formuleren van een 'Nederlandse droom' die het voor migranten niet alleen mogelijk maar ook aanlokkelijk maakt om hier in een hoger tempo te integreren. Dus minder exegese van de islam en meer nadruk op de beloning van eigen initiatief en prestatie, maar dan ook alle ruimte voor een volwaardig burgerschap, óók met een hoofddoekje achter de balie van de apotheek. Waarom moeten we in het felle licht van het publicitaire kruisverhoor weten hoe alle burgers in hun hart denken over, bijvoorbeeld, het homohuwelijk? Het is belangrijker dat ze zich fatsoenlijk en loyaal gedragen. Om dat te bereiken is het besef nodig van een gezamenlijke toekomst, geen bezettingsvisioen van een Nederland vol sharia-rechtbanken en hakblokken.

Sjoerd de Jong is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Sjoerd de Jong