Inflatie blijft laag ondanks energieprijzen

De inflatie in Nederland is in april licht gestegen van 1 naar 1,2 procent. Hoewel de geldontwaarding iets versnelde, blijft de inflatie zeer laag.

Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen bericht. Volgens de afwijkende geharmoniseerde formule voor de inflatieberekening die de Europese Commissie toepast, bedroeg de inflatie in Nederland 1,8 procent in april.

Groenten en benzine waren in april de opjagers van de inflatie. De prijs van verse groenten en aardappelen steeg met 7 procent op jaarbasis. De prijs van energie voor huishoudelijk gebruik was 9,7 procent hoger. De kosten van het gebruik van privé-voertuigen, waaronder autobrandstoffen, stegen met 6,5 procent.

Het CBS publiceerde geen zogenoemde 'kerninflatie' waar de doorgaans erg beweeglijke kosten van vers voedsel en energie zijn uitgezonderd. Als de inflatie zou worden herberekend door deze kostenposten weg te laten, dan zou de kerninflatie in Nederland in april vermoedelijk minder dan 0,5 procent op jaarbasis hebben bedragen.

Tot dusverre is dit jaar de inflatie in Nederland sterk gedaald. In december 2005 werd nog een piek bereikt van 2 procent, waarna het percentage daalde tot 1 in maart. Dat was, samen met een soortgelijke dip in september 2004, de laagste inflatie sinds halverwege 1989. In mei 2001 piekte de inflatie nog op 4,9 procent.

Volgens het CBS is de lage inflatie van dit jaar mede te danken aan de gematigde loonontwikkeling en de prijzenslag in de supermarkten. Een andere belangrijke bijdrage aan de zeer gematigde prijsontwikkeling wordt geleverd door de overheid. De kosten van zogenoemde consumptiegebonden belastingen en overheidsdiensten daalden met 14 procent ten opzichte van vorig jaar.

Dat scheelt dit jaar 0,5 procentpunt aan inflatie. De zogenoemde 'afgeleide inflatie' waarin deze belastingen en overheidsdiensten niet worden meegeteld, valt dan ook hoger uit, op 1,7 procent in april.