Ideeën-rijkdom die imponeert

De Zwitserse kunstenaar Urs Fischer (1973) gaf zijn solotentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen de titel Paris 1919. Het is een eerbetoon aan Dada, de stroming waaruit hij zijn inspiratie put.

Paris 1919 is ook de titel van een van de kunstwerken - een beeld van hout, teer en metaal. Een skelet hangt landerig om een lantaarnpaal, als een dronkelap, onvast op zijn benen. Een laag teer geeft het werk het aanzien van vernietiging, een verwijzing naar wat oorlog overlaat van de wereld.

De expositie telt twintig recente sculpturen van onverwachte materialen als lippenstift, kaas, brood en teer. Ze zijn vrolijk en zwaarmoedig tegelijk. Middenin de zaal, je ruikt het eerder dan je het ziet, staat een meer dan manshoog vakwerkhuisje van brood (Breadhouse, 2005). Kruimels verspreiden zich over de vloer, het verval is gaande.

Fischer, die opgeleid werd aan de Ateliers in Amsterdam, noemt zich een tekenaar die niet kan tekenen. Snelle schetsen vormen de basis van zijn sculpturen, die altijd anders worden dan gedacht. Zelf spreekt hij van “ongelukken'. Fischers werk wordt vergeleken met de arte povera, die vanuit een poëtisch oogpunt eenvoudige, alledaagse materialen gebruikt. Ook is hij verwant aan het surrealisme en het absurdisme van Dada. De kunstenaar maakt bizarre combinaties van elementen, zoals de manshoge teddybeer die voor het museum staat, met een lampenkap als hoofd. Het is vooral deze ideeën-rijkdom die imponeert. Dat niet al het werk even sterk is komt door de snelheid van zijn gedachtegang. Maar de theatrale tentoonstelling veegt dat puntje van kritiek zo van tafel.

Machteld Leij

Urs Fischer, Paris 1919.

T/m 21 mei, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. www.boijmans.nl

Tentoonstelling
    • Machteld Leij