Eigen kweek krijgt voorrang

De Europese voetbalunie UEFA mag van Brussel clubs verplichten om meer zelf opgeleide spelers op te stellen. Dat is gunstig voor clubs uit een klein land als Nederland, denkt de UEFA.

Pierre van Hooijdonk met de UEFA Cup, in 2002, de laatste beker in Hollandse handen. (Foto Bas Czerwinski) 08-05-2002, Rotterdam. Pierre van Hooijdonk met de UEFA Cup beker na afloop van de finale tegen Borussia Dortmunt. Feyenoord won met 3-2. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

In 2002 was Feyenoord de laatste Nederlandse voetbalclub die met de UEFA Cup een Europese titel in de wacht sleepte. Valt die prestatie eigenlijk ooit nog te herhalen, gezien het groeiende commerciële geweld van topclubs uit Engeland, Spanje of Italië? Zeker wel, meent algemeen directeur Lars-Christer Olsson van de Europese voetbalunie, de UEFA. Hij ziet goede kansen voor Nederlandse voetbalclubs om zich weer structureel bij de top van het Europese voetbal te voegen na afloop van een hoorzitting van het Europees Parlement gisteren in Brussel, waar vertegenwoordigers van de Europese Commissie, Europese sportorganisaties en wetenschappers hun visie gaven.

Olsson baseert zijn visie mede op een uitspraak van Odile Quintin, directeur-generaal bij de Europese Commissie. Zij garandeerde gisteren dat het dagelijks bestuur van de EU het nieuwe UEFA-systeem, dat Europese clubs verplicht uiteindelijk minimaal acht zelf opgeleide spelers in hun selectie op te nemen, niet zal dwarsbomen. 'De Commissie aanvaart de nieuwe regels van de UEFA. Over enkele details gaan we de voetbalunie nog wel om uitleg vragen', aldus Quintin.

Eerder bestond vrees dat de nieuwe regel, die volgend seizoen begint met de verplichting van vier zelf opgeleide spelers in de selectie, zou stuiten op een veto van de Europese Commissie. Dit vanwege strijdigheid met het recht op vrij verkeer van werknemers in de EU. Olsson: 'We hadden eerder al positieve signalen ontvangen, maar dit is bijzonder bemoedigend.'

Een van de organiserende europarlementariërs, de Brit Richard Corbett, vatte vervolgens samen dat 'anderen de plannen misschien zullen aanvechten bij het Europese Hof van Justitie, maar de Commissie in ieder geval niet. De G14 kan dus rustig gaan slapen.' Corbett verwees hiermee naar uitspraken van Thomas Kurth, algemeen manager van veertien verenigde Europese topclubs, die eerder zei dat deze clubs vrezen dat hun extra investeringen in het opleiden van spelers waardeloos blijken als de regel binnen een paar jaar weer van tafel moet vanwege strijdigheid met Europese wetgeving. 'We willen rechtszekerheid', zei hij.

Het nieuwe systeem verplicht clubs uiteindelijk minimaal acht spelers in hun selectie op te nemen die minimaal drie jaar door de club zelf zijn opgeleid, in het land waar de club gevestigd is. Om strijdigheid met Europese regels te voorkomen, geldt dit ook voor buitenlanders.

UEFA-directeur Olsson verwacht dat vooral Nederlandse profclubs zullen profiteren. 'Juist Nederlandse clubs zijn altijd goed geweest in het opleiden van talent. Dit is een belangrijke stap voorwaarts om de clubs uit Nederland er weer bij te betrekken', verwees Olsson naar de Europese voetbaltop. Volgens de Nederlandse europarlementariër Toine Manders (VVD) zijn veel topclubs uit de grote voetballanden bang dat de nieuwe regeling hun positie zal verzwakken. Manders: 'Zij zeggen; 'wij zijn niet goed in zelf opleiden, dus wij kopen liever'.'

Olsson verwacht ook goed nieuws voor Nederlandse clubs uit de verdeling van televisiegelden voor de periode 2009 tot 2012. Volgend voorjaar neemt de UEFA een besluit over de verdeling van inkomsten uit de Europese voetbalcompetities Champions League en UEFA Cup. Volgens de huidige verdeelsleutel zijn clubs uit kleine landen fors in het nadeel. 'Onder zowel de grote als kleine clubs in Europa is er groeiende steun voor een andere verdeling van het geld. Ook voor de absolute topclubs is het goed als er een grotere mate van onzekerheid komt in de Europese competities', aldus Olsson.

Het idee van het samenvoegen van de Nederlandse en Belgische competities om zo de televisiemarkt te vergroten, onlangs nieuw leven ingeblazen door bondscoach Marco van Basten, wijst Olsson af. 'Dat is een kunstmatige oplossing. Zelfs als je die twee competities samenvoegt, genereert bijvoorbeeld de Duitse competitie tien keer zo veel televisiegelden', aldus Olsson.

Tijdens de hoorzitting wees Olsson al op het feit dat topclubs steeds minder investeren in het opleiden van spelers, omdat de rijke clubs liever spelers kopen. Ook hekelde hij het verschijnsel dat steeds meer topspelers hun voetbalkwaliteiten zitten te verdoen op de spelersbank, omdat ze bij een club spelen die altijd nog elf betere spelers weet op te stellen. Volgens Olsson worden ook regelmatig spelers aangetrokken van een directe concurrent, alleen maar om deze club te verzwakken.

De voormalige Duitse stervoetballer Karl-Heinz Rummenigge, tegenwoordig voorzitter van de meervoudige Duitse kampioen Bayern München, riep gisteren op tot steun van de politiek om zijn club weer een betere concurrentiepositie ten opzichte van clubs uit bijvoorbeeld Italië en Spanje te geven. 'Er moet een gemeenschappelijke markt voor de verdeling van de voetbalrechten komen. In Duitsland kan Bayern München door een centrale verdeling van de gelden per seizoen maximaal 25 miljoen euro verdienen. Een club als Juventus mag de rechten zelf verkopen en verdient daarmee jaarlijks 120 miljoen euro. Dat kan niet als je als voetbalonderneming concurreert in een gemeenschappelijke markt als de Champions League', aldus Rummenigge.

De voorzitter vindt ook dat bijvoorbeeld Duitse of Franse clubs benadeeld worden door het gemak waarmee Italiaanse of Spaanse clubs een licentie krijgen. 'Vaak mogen zij aan de competitie meedoen, ook al hebben ze enorme schulden. Bij ons krijgt je dan geen vergunning', zei Rummenigge.

Het initiatief van de conferentie gisteren kwam mede van VVD'er Manders. Nadat onduidelijkheid was ontstaan over de verhouding tussen sport en Europese wetgeving besloot de Commissie interne markt van het europarlement tot het uitbrengen van een advies, waarvoor Manders als rapporteur eindverantwoordelijke is. 'Uiteindelijk willen we met alle betrokken partijen een soort spoorboekje opstellen waarin precies staat aan welke wetgeving sportverenigingen in Europa zich dienen te houden.'

De Europese Commissie kondigde gisteren ook aan volgend jaar met een witboek te komen. 'Hierin zal de positie van sport in Europa duidelijk worden', aldus directeur-generaal Quintin.

    • Wilmer Heck