Een dagje racen

Zelf rijden in een raceauto kan. Op het circuit van Zandvoort in een Porsche of een Lamborghini als onderdeel van een dagje 'experience'. In Duitsland gewoon met je eigen auto op de Nordschleife.

Zelf racen in een Porsche met 385 pk. Foto Bas Czerwinski 2005, ZANDVOORT. RACEN MET BLEEKEMOLEN OP CIRCUIT VAN ZANDVOORT. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Voetballen in de Kuip of een rondje lopen op de Old Course in St. Andrews is niet zo eenvoudig te organiseren. Maar zelf een rondje rijden op de legendarische Nürburgring in Duitsland is heel eenvoudig. Een deel van dat circuit, waar zondag een Formule I Grand Prix wordt gereden, is opengesteld voor 'toeristen'. Het circuit ligt op ruim twee uur rijden van Arnhem en een toegangskaart is al van tevoren te kopen via internet.

Je rijdt dan niet op het nieuwe parcours, maar op de oude, in het Eifelgebergte uitgehakte racebaan die aan het nieuwe circuit vastzit. De baan waar legendes als Juan Manuel Fangio en Gijs van Lennep ook hun rondjes reden en Niki Lauda met zware brandwonden klinisch dood uit zijn Ferrari werd gehesen. Die Nordschleife is 20,8 kilometer lang en op veel doordeweekse dagen al vanaf 8 uur 's ochtends open. Vier rondjes rijden kost 56 euro, een 25-rondenkaart kost 305 euro. Een tip van de website: 'Lichten aan.' Andere tip: 'Pas uw snelheid aan aan uw rijvaardigheden.'

'Het is behoorlijk gevaarlijk', zegt de Nederlandse coureur Michel Bleekemolen, die zondag vlak voor de Formule I op de echte Nürburgring samen met zijn zoon meedoet aan de Porsche Cup. 'Ik heb laatst een uur staan kijken en zag wel 300 tot 400 auto's de baan op gaan - en twee keer een ziekenauto. Het is geen gemakkelijke baan, met veel bochten, hoogteverschil en stukken vangrail die niet helemaal meer in orde lijken.'

Bleekemolen is in Nederland eigenaar van een aantal kartbanen met in totaal 600.000 bezoekers per jaar en verzorgt daarnaast voor 14.000 mensen per jaar een Race Experience op het circuit van Zandvoort. De belangstelling is zo groot dat hij zelfs vijf Lamborghini Gallardo's heeft besteld met 540 pk. Een dag racen op Zandvoort duurt van tien uur 's ochtends tot half zeven 's avonds. De deelnemers rijden in een raceversie van de BMW 1-serie, de raceversie van een Porsche Carrera (385 pk) en een racewagen die vergelijkbaar is met een Formule-3-auto. Ook rijd je een rondje mee met een professionele coureur in een BMW M5, die laat zien hoe je (met wat water op de achterband) met hoge snelheid dwars door de bochten kan driften. De overige uren vullen zich met duinproeven met een quad en een vierwielaangedreven terreinwagen en een aantal kartraces.

Zo'n dag op Zandvoort behelst ongeveer het tegenovergestelde van de vrijheid-blijheid die op de Nürburgring mogelijk is, zo blijkt op een persdag bij Bleekemolen. Het racen bestaat niet, zoals bijvoorbeeld bij een bedrijfsuitje op een kartbaan, uit een wedstrijd met zoveel mogelijk deelnemers die elkaar proberen in te halen. Hier staat de veiligheid voorop en rijd je daarom drie rondjes achter een instructeur aan. Die voorganger geeft graag gas, en zolang alledrie de deelnemers goed kunnen volgen en geen gaten laten vallen, gaat hij steeds harder rijden. Voor de rondes in de Formule-3-wagen geldt hetzelfde recept.

Toch is het een adembenemende ervaring voor een onervaren rijder. De Porsches zijn volledig aangepast aan de eisen van een racecircuit en liggen zo strak op de weg dat je het idee krijgt de wagen heel goed te beheersen - waarschijnlijk vooral omdat je toch ruim verwijderd blijft van wat allemaal mogelijk is. Ze hebben speciale remmen en een vering die is afgestemd op de bochten van Zandvoort. Ze hebben maar één stoel, die niet comfortabel zit, maar juist zoveel mogelijk steun geeft. De extra bescherming komt van een race-overall, helm en kooiconstructie die met grote buizen door de auto loopt.

Eenmaal op het circuit kan je rijden zonder enige afleiding. Er zijn geen tegenliggers, geen fietsers of vrachtwagens, geen flitspalen. Je kan je volledig richten op schakelen, gas geven en remmen - en dan proberen de lijn van de voorganger te volgen. Door die eenvoud, en gedwongen door de hoge snelheid, ben je zo geconcentreerd op iedere meter asfalt dat een ronde eindeloos lijkt te duren.

Bij navraag blijkt dat de drie rondjes in de Porsche geen kwartier duurden, maar minder dan zesenhalve minuut. In de Porsche haalden we een snelheid van tegen de 200 kilometer per uur op het rechte eind. Op een circuit van 4.307 meter duurt een rondje in de Porsche zo'n 2,05 minuut.

Een andere zinsbegoocheling is het verschil in snelheid tussen de Porsche en de Formule-wagen. In de gloednieuwe Porsche voel je aan het gedrag van de wagen dat de snelheid nog een stuk hoger kan voordat hij uit de bocht zou vliegen. In de Formule-3-wagen lig je bijna ruggelings op het asfalt, en moet je veel harder werken en bijsturen. Daardoor lijkt het alsof je veel harder rijdt dan in de Porsche. In werkelijkheid beperkt de instructeur de snelheid van de wagen, die niet voorzien is van veiligheidssystemen, tot zo'n 150 kilometer per uur.

Bleekemolen herkent de ervaring. 'De deelnemers zijn achttien tot zestig jaar oud', vertelt hij. Ze komen meestal voor bedrijfsuitjes of vrijgezellenfeesten, maar hij heeft ook vaste dagen voor individuele deelnemers. 'Een groot gedeelte van Nederland wil wel eens meemaken wat het is om in zo'n racewagen te zitten.'