Alles is in stijl en echt

De art director van KesselsKramer is verzamelaar van amateurfotografie.

Het interessantst zijn de foto's waarachter je een obsessie vermoedt.

Foto uit de serie ‘In almost every picture # 1’ (2001) van Erik Kessels. Vier foto’s uit de serie ‘In almost every picture # 1’ (2001) van Erik Kessels.

In de gang van het Centraal Museum die leidt naar de tentoonstelling Loving Your Pictures liggen tientallen vergeelde fotoalbums opengeslagen in vitrines. Ze zijn gevuld met decennia oude familiekiekjes, foto's van de Keukenhof en andere uitjes, of met een enkel stout portret van een geliefde. Ooit zijn deze beelden liefdevol door iemand in fotohoekjes gestoken, of geplakt achter zelfklevende transparante vellen die in de loop der jaren allang weer hebben losgelaten. Maar op een gegeven moment zijn ze vergeten, op zolder beland en uiteindelijk aan de straatkant gezet.

Het was Erik Kessels, art director van reclamebureau KesselsKramer, die de foto's van de vergetelheid redde. Kessels is een fanatiek verzamelaar van amateurfotografie en heeft de afgelopen jaren bewezen een goede neus te hebben voor bijzondere exemplaren. Zo vond hij ooit op een Spaanse vlooienmarkt een serie glamourvolle foto's van een vrouw die jarenlang door haar echtgenoot was geportretteerd tijdens vakanties. Ook wist hij de hand te leggen op een serie nachtelijke foto's van herten, gemaakt met behulp van een bewegingsdetector en ooit gebruikt door jagers om hun prooi te lokaliseren. De wonderlijke beelden werden door Kessels onder de naam In almost every picture in kleine boekjes gepubliceerd en zijn nu voor het eerst samen te zien op een tentoonstelling.

Acht series worden door Kessels gepresenteerd, maar ze zijn niet allemaal even sterk. De collectie van 132 verschillende Duitse politie-uniformen uit de jaren zeventig, manshoog opgesteld in lange colonnes, is vooral saai. En ook de serie Strangers in my photoalbum (2003) is weinig meer dan de titel al verklapt: grofkorrelige uitvergrotingen van mensen die per ongeluk op snapshots terechtgekomen zijn.

Het intrigerendst zijn de foto's waarachter je een spannend verhaal of een persoonlijke obsessie vermoedt. Zoals de serie van een Nederlandse taxichauffeur die jaren geleden een vrouw door Europa rondreed en onderweg naar hartelust fotografeerde - steeds dezelfde Mercedes met steeds dezelfde passagier tegen steeds een andere achtergrond. Waarom deed hij dat, vraag je je af. Hadden de twee wellicht een geheime relatie?

Die gedachte roept direct weer nieuwe vragen op. Want waarom zijn deze foto's op een rommelmarkt beland? Was de liefde inmiddels bekoeld? Het is slecht voor te stellen dat iemand deze foto's zomaar heeft weggedaan. Even speel je zelfs met de gedachte dat Kessels alles in scène heeft gezet. Je speurt naar foutjes in de decors, naar acteurs die per ongeluk een te modern kledingstuk dragen. Maar die zijn er niet. Alles is in stijl. Alles is echt.

Kessels heeft de tentoonstelling smaakvol ingericht. De museumzalen zijn omgetoverd in huiskamer-achtige settings met ribfluwelen bankstellen en houten kasten vol oude fotospullen. Bij de entree staan reusachtige transparante kubussen vol nostalgische plaatjes - een uitvergrote versie van de plastic blokken die in de jaren zeventig als fotolijstjes dienden. De foto's zelf, opgeblazen tot museale proporties en netjes ingelijst of geprojecteerd op diaschermen, nemen in deze context de functie van kunstwerken in. Maar mag je deze gevonden voorwerpen - of ready mades, zoals ze in het persbericht heten - wel kunst noemen? En zo ja, wie is dan de kunstenaar?

De copyrightkwestie is ingewikkeld. Feitelijk pronkt Kessels met andermans veren. Maar zonder hem hadden deze anonieme fotografen nooit het museum gehaald. Om Kessels, zoals het Centraal Museum doet, met een conceptueel kunstenaar als Marcel Duchamp te vergelijken gaat te ver. Maar als reclameman heeft Kessels wel een feilloos gevoel voor de tijdgeest. Hij heeft aangevoeld dat we in dit tijdperk van digitale fotografie smachten naar authentieke plaatjes - hoe amateuristisch die soms ook mogen zijn. Juist de overbelichte, bezweemde, bekraste, onscherpe of per ongeluk dubbel belichte opnames zijn de moeite van het bekijken waard, zo bewijst deze tentoonstelling. Terwijl wij onze mislukte foto's tegenwoordig al wissen voordat ze worden afgedrukt, tracht Erik Kessels ze terecht voor het nageslacht te behouden.

Tentoonstelling

Erik Kessels, Loving Your Pictures.

T/m 28 mei in het Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. Di t/m zo 11-17u. www.centraalmuseum.nl

    • Sandra Smallenburg